Belangstelling tonen geen verzoek uitwisseling

De Hoge Raad heeft uitgesproken dat als de fiscus aangeeft belangstelling te hebben voor data van Nederlandse ingezetenen bij een buitenlandse belastingdienst, dit niet hetzelfde is als het doen van een verzoek tot uitwisseling van deze gegevens. Er is dan ook geen sprake van schending van het Europese recht.

9 februari 2016 | Door redactie

Een binnenlands belastingplichtige moet ook zijn buitenlandse inkomen uit sparen en beleggen (tool) aangeven in zijn aangifte inkomstenbelasting. In een zaak die uiteindelijk voor de Hoge Raad kwam, ging het om een man die na het overlijden van de rest van zijn familieleden uiteindelijk gerechtigde werd van een Liechtensteinse stichting. Hij gaf de waarde ervan niet aan in zijn aangifte onder box 3. Omdat er via de media werd vernomen dat er sprake van misbruik zou zijn bij Liechtensteinse stichtingen, liet de FIOD aan de Duitse belastingdienst weten dat zij belangstelling had voor de gegevens over Nederlandse ingezetenen. Daarop verstrekten de Duitsers informatie over de man in deze zaak. Deze kreeg navorderingsaanslagen met boetes van 100% opgelegd, hij was het daar echter niet mee eens en ging in beroep.

Spontane uitwisseling van gegevens

Hof Amsterdam gaf aan dat het hier ging om een spontane uitwisseling van gegevens en dat de navorderingsaanslagen in stand moesten blijven, de boetes werden wel verminderd. De man ging in cassatie. Hij vond dat het Europees recht was geschonden door gebruik te maken van de gegevens die de Duitse belastingdienst had verstrekt. Ons hoogste rechtsorgaan gaf echter aan dat hier geen sprake van was. Het uiten van belangstelling was volgens de rechter namelijk niet hetzelfde als een verzoek tot uitwisseling. Het ging hier om een spontane uitwisseling. Ook had de man niet geïnformeerd hoeven te worden over de inlichtingen die de fiscus had gekregen. Het cassatieberoep was dus ongegrond.
Hoge Raad, 5 februari 2016, ECLI (verkort): 183