Compensatie voor betalers van box 3-heffing

Op verzoek van de Tweede Kamer heeft de parlementair advocaat onderzoek gedaan naar de gevolgen van de arresten van de Hoge Raad over de box 3-heffing. Hij geeft aan dat de schending van het recht hersteld moet worden. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een compensatieregeling of door aanpassing van de aanslagen.

21 oktober 2019 | Door redactie

In juni van dit jaar heeft de Hoge Raad in een aantal arresten aangegeven dat de box 3-heffing (tool) over 2013 en 2014 in strijd was met artikel 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). Het behalen van een rendement van 4% voor die jaren was niet meer haalbaar voor belastingplichtigen zonder dat daar ze daar veel risico voor zouden hebben moeten nemen. De rechter stelde zich echter terughoudend op en gaf aan dat de politiek met een oplossing moest komen.

Staat moet schending herstellen

De Tweede Kamer heeft daarop de parlementair advocaat gevraagd onderzoek te doen naar de gevolgen van deze arresten. Deze geeft aan dat er een verplichting voor de Staat is om vast te stellen of zonder veel risico’s een gemiddeld rendement van 1,2% in de jaren 2013 en 2014 behaald kon worden. Als daarop het antwoord negatief moet de Staat de schending van artikel 1 EVRM herstellen. De parlementair advocaat stelt dat dit herstel zonder ingrijpen van de wetgever niet is voor te stellen.

Optuigen van compensatieregeling

Het herstel zou bijvoorbeeld kunnen bestaan uit een aanpassing van de betreffende aanslagen, een verrekening van de aanslagen van 2013 en 2014 met toekomstige aanslagen of er zou een compensatieregeling kunnen worden opgetuigd.

Bijlagen bij dit bericht