Heffing box 3 ook in 2013 te hoog maar …

Hof Amsterdam heeft nu ook voor het jaar 2013 aangegeven dat de box 3-heffing voor risicomijdende beleggers te hoog was. Maar daarbij moet wel gekeken worden naar de inkomens- en vermogenspositie van de belastingplichtige om te beoordelen of er sprake was van een excessieve last.

29 januari 2018 | Door redactie

Gerechtshof Amsterdam oordeelde kort geleden al dat de vermogensrendementsheffing (tool) voor 2014 te hoog was. Datzelfde geldt volgens de rechter nu ook voor 2013. Daarbij volgde hij grotendeels de redenering van de rechter die over de box 3-heffing 2014 oordeelde maar er werd door hem nog wel een aspect aan de vraag of de heffing redelijk was toegevoegd. Er moet namelijk getoetst worden of er sprake was van een individuele en excessieve last. Hierbij is het echter niet voldoende dat men alleen naar de heffing over het betreffende bestanddeel kijkt. De inkomens- en vermogenspositie van de belastingplichtige moet ook meegenomen worden om de vraag te kunnen beantwoorden of er sprake is van een excessieve last.

Geen excessieve last box 3

De vermogens- en inkomenspositie van een belastingplichtige kan er dus toe leiden dat de box 3-heffing geen excessieve en individuele last is waardoor geen sprake is van een te hoge vermogensrendementsheffing. In deze zaak oordeelde de rechter dat er geen excessieve last voor de belastingplichtige aanwezig was. Het beroep werd dus ongegrond verklaard.
De reden  van de excessieve last sluit wel enigszins aan bij het advies dat Advocaat-Generaal (A-G) Niessen van de Hoge Raad heeft gegeven waarin hij aangaf dat de vermogensrendementsheffing van box 3 in sommige gevallen een buitensporige last kan zijn voor een belastingplichtige. De Hoge Raad gaat zich erover buigen.
Gerechtshof Amsterdam, 23 januari 2018, ECLI (verkort): 146