Tipgever mag van Hoge Raad anoniem blijven

De Belastingdienst hoeft de naam van de anonieme tipgever toch niet vrij te geven. De Hoge Raad heeft recent aangeven dat de betrouwbaarheid van de tipgever niet in het geding is en de navorderingsaanslagen dus terecht zijn opgelegd.

21 december 2015 | Door redactie

Een binnenlands belastingplichtige moet ook zijn buitenlandse inkomen uit sparen en beleggen aangeven in zijn aangifte inkomstenbelasting. Het is echter voor de Belastingdienst niet eenvoudig om te controleren of iemand nog buitenlandse bankrekeningen heeft. In januari 2009 kreeg de Belastingdienst een tip over Luxemburgse bankrekeningen van Nederlanders. Op basis van die gegevens legde de inspecteur navorderingsaanslagen op. Er ontstond echter een discussie over de juistheid van de informatie. De belastingplichtige vond dat de fiscus de naam van de anonieme tipgever moest prijsgeven om de juistheid van de informatie te kunnen controleren. De Belastingdienst ging daar niet in mee.

Geen onjuiste informatie tipgever

Begin dit jaar bepaalde het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat het niet bekendmaken van de naam van de tipgever onrechtmatig was. Het gerechtshof vernietigde de navorderingsaanslagen en gaf de belastingplichtige een flinke proceskostenvergoeding. De Hoge Raad dacht daar echter heel anders over. De tipgever bleek namelijk geen onjuiste informatie te hebben verstrekt. De inspecteur gaf aan dat er naar 76 mensen een vragenbrief was gestuurd en dat 71 mensen hadden aangegeven ook echt een Luxemburgse bankrekening te hebben. Daarnaast wilde de fiscus wel meewerken aan een verhoor van de tipgever waarbij hij anoniem kon blijven. De Hoge Raad bepaalde dat de onzekerheid over de betrouwbaarheid van de tipgever niet hoefde te leiden tot het vernietigen van de aanslagen. De Belastingdienst draaide ook niet op voor de proceskosten. De Hoge Raad verwees de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.
Hoge Raad, 18 december 2015, ECLI (verkort): 3600