Tweede Kamer hamert op spoed met wijzigen box 3-heffing

Het kabinet moet nog dit jaar met een plan komen voor het belasten van het werkelijke rendement in box 3 van de inkomstenbelasting. En voor de specifieke heffing op spaargeld moet er ook een ‘tussentijdse oplossing’ komen. Dat zijn twee van de opdrachten die Tweede Kamer het kabinet mee heeft gegeven over de heffing in box 3.

12 juli 2021 | Door redactie

In box 3 wordt inkomen belast uit vermogen, zoals spaargeld en beleggingen. Die heffing rekent met een fictief rendement, en daar is veel kritiek op. Zeker nu het ‘rendement’ op spaargeld al tijden rond de 0% schommelt en zelfs het al fiks verlaagde fictieve rendement (artikel) onhaalbaar is.

‘Tussentijdse oplossing’ voor spaargeld in box 3

Het is een lang gekoesterde wens van de politiek om in box 3 het daadwerkelijk behaalde rendement te gaan belasten. Onlangs is een onderzoek naar de mogelijkheden daarvoor opgeleverd, dat meldt dat er goede aanknopingspunten zijn voor zo’n heffing. Een volgend kabinet moet daar dan vervolgens mee aan de slag.
Maar de Tweede Kamer wil wel wat meer vaart, zo valt op te maken uit een zogeheten tweeminutendebat (waarbij één fractie maximaal twee minuten aan het woord is en er moties ingediend kunnen worden) over dit onderwerp. Daarin zijn vijf moties aangenomen over box 3. Om het dossier in beweging te houden wil de Kamer onder meer dat het kabinet nog dit jaar een zogeheten contourennota opstelt voor een heffing op basis van werkelijk rendement. Een volgend kabinet zou die nota dan in 2022 om kunnen zetten in een wetsvoorstel. Ook wil de Kamer snel een tijdpad voor de aanpassing van de heffing. In afwachting van een heffing van het werkelijke rendement zou het kabinet bovendien onderzoek moeten doen naar ‘tussentijdse oplossingen’ voor spaargeld in box 3.

Toch extra overgangsperiode levensloop?

Een andere aangenomen motie uit het debat gaat over het eind van de levensloopregeling (artikel). De levensloopregeling is al in 2011 afgeschaft, maar er geldt een overgangsperiode van tien jaar. Dit betekent dat alle tegoeden dit jaar in november vrijvallen. Het kabinet heeft eerder laten weten dat tien jaar al een ‘ruime’ overgangsperiode is en ziet een verlenging daarom niet zitten. Maar de bewindslieden moeten van de Kamer nu toch nog een keer kijken of ‘een eenmalige en laatste overgangsoplossing’ mogelijk is voor deze groep werknemers.