Voorstel Wet werkelijk rendement box 3 naar Raad van State

20 juni 2024 | Door redactie

Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is voor advies door het kabinet naar de Raad van State gestuurd. Het is de bedoeling dat het nieuwe stelsel voor de belastingheffing in box 3 per 2027 wordt ingevoerd. Belastingplichtigen betalen dan alleen belasting over wat zij werkelijk hebben verdiend met hun vermogen. Voor onroerende zaken gaat er heel wat veranderen in het nieuwe stelsel.

De afgelopen jaren is het kabinet druk bezig geweest met het vormgeven van een nieuw box 3-stelsel. Hieruit is nu het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 voortgekomen. Hierbij is dus het werkelijk rendement het uitgangspunt voor de heffing. Dit werkelijke rendement bestaat uit het directe rendement, zoals rente, huur en dividend (met aftrek van de kosten). Daarnaast bestaat het ook uit indirect rendement, de positieve of negatieve waardeontwikkeling van bijvoorbeeld aandelen of onroerend goed. Die waardeontwikkeling wordt in principe jaarlijks belast met een vermogensaanwasbelasting. Maar er gaat een uitzondering gelden voor de waardeontwikkeling van onroerende zaken (zie verder) en aandelen in start-ups. Verliezen uit box 3 mag een belastingplichtige verrekenen met box 3-inkomen uit toekomstige jaren. Door de lage spaarrentes gaan spaarders in het nieuwe stelsel gemiddeld minder belasting betalen, beleggers relatief gezien meer.
Het wetsvoorstel is nu voor advies naar de Raad van State gezonden waardoor het nog op schema ligt om per 2027 in werking te treden.

Vermogenswinstbelasting voor onroerende zaken

In het wetsvoorstel is onder meer opgenomen hoe de belasting over onroerende zaken in box 3 moet worden berekend. Daarvoor gaat een vermogenswinstbelasting gelden in plaats van de vermogensaanwasbelasting. Dit wil zeggen dat bij indirect rendement de waardeontwikkeling wordt belast gedurende de periode dat belastingplichtigen de onroerende zaken bezit. Bij direct rendement wordt onderscheid gemaakt tussen drie categorieën:

  1. Als een onroerende zaak minimaal 90% van het jaar verhuurd wordt, zijn de huurinkomsten belast en de jaarlijkse onderhoudskosten aftrekbaar
  2. Als een onroerende zaak het hele jaar niet wordt verhuurd,  wordt het directe rendement berekend via een vastgoedbijtelling (2,65% over de WOZ-waarde)
  3. Bij gemengd gebruik wordt gekeken naar de hoogte van de huurinkomsten en naar de hoogte van de vastgoedbijtelling. Het hoogste bedrag is belast.

Het forfaitaire stelsel dat nu geldt voor de box 3-heffing is op 6 juni naar de prullenbak verwezen, dus een nieuw stelsel moe(s)t er sowieso komen.