Wetgever moet oneerlijke box 3-heffing aanpassen

De Hoge Raad heeft aangegeven dat het niet aan de rechter, maar aan de wetgever is om de box 3-heffing over 2013 en 2014, die in strijd is met artikel 1 van het EVRM, aan te passen. Het is dus maar afwachten of alle box 3-belastingbetalers hun geld terugkrijgen.

17 juni 2019 | Door redactie

Ons hoogste rechtsorgaan vindt dat de box 3-heffing over de jaren 2013 en 2014 in strijd is met artikel 1 van het EVRM. Maar de Hoge Raad laat de taak om de vermogensrendementsheffing eerlijker te maken aan de wetgever over en geeft dus geen kant en klare oplossing waardoor belastingplichtigen niet weten waar ze aan toe zijn en wel of niet hun geld terugkrijgen.

Buitensporig zware last aantonen

Belastingkenners geven aan dat de belastingbetalers er niet automatisch vanuit mogen gaan dat ze geld terugkrijgen. De Hoge Raad vindt namelijk dat er ten aanzien van de heffing sprake moet zijn van een buitensporig zware last. Dit zal een individuele belastingplichtige, die bezwaar heeft aangetekend tegen de aanslagen IB 2013 en 2014, dan ook waarschijnlijk moeten aantonen. Hierbij spelen het vermogen en inkomen (ook van partner) een grote rol. De kans is dus aanwezig dat voor iemand met een hoog inkomen de buitengewone zware last niet geacht wordt aanwezig te zijn terwijl dit voor een persoon met een laag inkomen wel geldt. De toekomst zal moeten uitwijzen hoe de wetgever de onrechtvaardige box 3-heffing gaat aanpakken!