VERDIEPINGSARTIKEL

Het nieuwe huwelijksvermogensrecht

Op 1 januari 2018 is het huwelijksvermogensrecht gewijzigd. Vóór 2018 was er sprake van een algehele gemeenschap van goederen. Alle bestaande en toekomstige bezittingen en schulden van beide echtgenoten behoren tot deze gemeenschap, enige uitzonderingen daar gelaten.

Vanaf 1 januari 2018 geldt dat van rechtswege een (beperkte) gemeenschap van goederen bestaat tussen de echtgenoten.


13 oktober 2020 12 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online en is geschreven door mr. drs. John Bult RB, zelfstandig gevestigd belastingadviseur en estate planner


De wijziging van het huwelijksvermogensrecht heeft belangrijke gevolgen voor u en uw levenspartner. Vooral als de relatie geen stand houdt. Omdat bij een echtscheiding vaak discussie ontstaat over het te verdelen vermogen, is het belangrijk om te weten welke bezittingen en schulden behoren tot het gemeenschappelijk vermogen (de gemeenschap) of tot het privévermogen van de echtgenoten.

Goederen die behoren tot de gemeenschap

Alle goederen die tijdens het bestaan van het huwelijk worden verkregen behoren tot de huwelijksgemeenschap. Ook voorhuwelijkse gemeenschappelijke goederen gaan door het huwelijk behoren tot de gemeenschap. Het maakt hierbij niet uit wat de eigendomsverhouding is. Als de eigendomsverhouding van de woning bijvoorbeeld 10/90 is, dan is dit na het huwelijk 50/50.

Er geldt verder nog de belangrijke regel van de zaaksvervanging. Deze regel luidt simpel gezegd dat wanneer een goed voor meer dan 50% is betaald uit het privévermogen van een echtgenoot, dit goed behoort tot diens privévermogen. Bij een echtscheiding kan een echtgenoot stellen dat een bepaald goed hem toebehoort vanwege deze zaaksvervanging. Vaak is dit achteraf moeilijk te bewijzen.

Voorbeeld

Lucinda en Stefan zijn op 1 maart 2019 gehuwd. Eind 2019 heeft Lucinda een erfenis gekregen van € 250.000. Dit behoort tot haar privévermogen. Op 1 februari 2020 koopt Lucinda een woning van € 450.000. Zij brengt haar gehele erfenis in en de bank financiert € 200.000. Lucinda en Stefan zijn schuldenaar.

Omdat Lucinda meer dan 50% eigen geld inbrengt, behoort de woning geheel tot haar privévermogen. Daarnaast verkrijgt de gemeenschap een vordering van € 200.000 op haar privévermogen. Ze wordt dus per saldo niet ‘rijker’ en de gemeenschap niet ‘armer’.

Goederen die behoren tot het privévermogen

Niet alles gaat behoren tot de gemeenschap. Privégoederen die de echtgenoten voor het huwelijk al hadden blijven privévermogen van de betreffende echtgenoot. Dit betekent dat de ‘voorhuwelijkse’ privé-aandelen in uw bv tot uw privévermogen blijven behoren. Naast de voorhuwelijkse privégoederen vallen ook giften en erfenissen buiten de gemeenschap, net als pensioenrechten en verknochte goederen.

Verknochte goederen zijn zaken die zo nauw met één van u beiden zijn verbonden dat ze niet, of niet volledig gemeenschappelijk kunnen zijn. In hoeverre u ergens emotioneel aan bent gebonden, speelt hierbij geen rol. Voorbeelden van verknochte goederen zijn:

  • het recht op alimentatie en de arbeidsovereenkomst;
  • uw aandeel in een maatschap of in een vennootschap onder firma (vof);
  • uw aandelen in een bv.

Een goed kan behoren tot uw privévermogen, omdat dit verknocht is, maar de waarde hiervan moet u bij de echtscheiding mogelijk toch verdelen als in de huwelijkse voorwaarden een verrekenbeding is opgenomen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een aandeel in een vof.

Schulden

Het uitgangspunt is dat alle schulden tot de gemeenschap gaan behoren. Uitgezonderd zijn onder andere:

  • verknochte schulden zoals de alimentatieverplichting;
  • schulden die behoren tot een nalatenschap waartoe een echtgenoot gerechtigd is;
  • schulden die betrekking hebben op goederen die niet tot de gemeenschap behoren. Dit geldt bijvoorbeeld ook als u de aandelen in een bv hebt gekocht met een geldlening.

Voorbeeld

Abel heeft 50% van de aandelen in Safe BV gekocht op 1 mei 2011. De financiering hiervoor bedroeg € 250.000.

Op 1 februari 2019 trouwt Abel met Bea. Enige tijd later koopt Abel 20% van de aandelen erbij. Hij leent de aankoopprijs van € 300.000. Deze aandelen gaan behoren tot de gemeenschap omdat ze niet voor meer dan 50% met eigen vermogen zijn gekocht door Abel. De schuld van € 300.000 behoort daarom ook tot de gemeenschap. De voorhuwelijkse aandelen (50%) en de voorhuwelijkse schuld behoren tot het privévermogen van Abel.

Als Abel in bovenstaand voorbeeld tijdens het huwelijk de aandelen had geërfd in plaats van gekocht, dan zouden deze niet in de gemeenschap vallen. Erfenissen vallen sinds 1 januari 2018 niet meer in de gemeenschap. Als er dividend zou zijn uitgekeerd, dan zou dit deels in het privévermogen (voor 50%) van Abel vallen en deels in de gemeenschap (voor 20%).

Als een schuld in de gemeenschap valt, betekent dit niet dat u allebei ook schuldenaar wordt. Dit wordt immers bepaald door wie als schuldenaar op de overeenkomst is opgenomen. Alleen deze schuldenaar is aansprakelijk.

Een schuld die in de gemeenschap valt, is zowel te verhalen op het gemeenschappelijke vermogen als het privévermogen van de schuldenaar. De schuld van Abel van € 300.000 uit het voorbeeld is dus niet op het privévermogen van Bea te verhalen omdat Bea geen schuldenaar is.

Voor de kosten van de gewone gang van de huishouding zijn altijd beide echtgenoten aansprakelijk, ongeacht wie de schuld is aangegaan. Dit heeft tot gevolg dat zowel de gemeenschap als de beide privévermogens van de echtgenoten hiervoor tot verhaal dienen.

Uitsluitings- en insluitingsclausule

De uitsluitingsclausule regelt dat hetgeen wordt geschonken of wordt nagelaten niet gaat behoren tot de huwelijksgemeenschap en (vaak ook) niet behoort tot het te verrekenen vermogen.

In dit laatste geval gaat het om periodieke en finale verrekenbedingen in de huwelijkse voorwaarden. Zoals u eerder kon lezen vallen schenkingen en erfenissen van rechtswege vanaf 1 januari 2018 niet meer in de gemeenschap. Toch kan het zinvol zijn om een uitsluitingsclausule op te nemen.

Echtgenoten kunnen in de huwelijkse voorwaarden bepalen dat schenkingen en erfenissen gaan behoren tot de gemeenschap. De uitsluitingsclausule kan niet ‘overruled’ worden door de huwelijkse voorwaarden.

Bij een insluitingsclausule wordt bepaald dat de schenking of erfenis in de gemeenschap valt. De huwelijkse voorwaarden kunnen een insluitingsclausule echter wel ‘overrulen’ zodat de schenking of erfenis niet in de gemeenschap valt.

Als niet duidelijk is waaruit beide vermogens bestaan, dan schrijven de regels voor dat het goed tot de gemeenschap behoort. Het is daarom belangrijk om duidelijkheid te hebben over wat van wie is.

U kunt een staat (lijst) van aanbreng opstellen waarin staat wie eigenaar is van de goederen op het moment van trouwen. Deze lijst moet u jaarlijks bijwerken omdat anders achteraf niet of nauwelijks meer is vast te stellen wie eigenaar was.

Dit is ook belangrijk bij faillissement van een echtgenoot. De niet-failliete echtgenoot mag alle goederen die niet in de huwelijksgemeenschap vallen maar hem persoonlijk toebehoren uit de faillissementsboedel terugnemen.

Vergoeding voor arbeid, kennis en vaardigheden

Het komt regelmatig voor dat een echtgenoot meewerkt in de onderneming van de andere echtgenoot zonder dat hiervoor een vergoeding wordt betaald.

Vanaf 1 januari 2018 geldt dat wanneer een echtgenoot kennis, vaardigheden of arbeid aanwendt voor de onderneming (dus ook een bv), die buiten de gemeenschap valt, de gemeenschap een vordering krijgt op het privévermogen van de echtgenoot waartoe de bv behoort.

Voorbeeld

Alexa en Brandon zijn op 1 februari 2018 gehuwd. Vanaf dat moment werkt Alexa mee in de bv die behoort tot het privévermogen van Brandon. Alexa krijgt hiervoor geen vergoeding, terwijl een redelijke vergoeding € 20.000 per jaar zou zijn.

Stel dat Alexa en Brandon tien jaar later scheiden. De gemeenschap heeft dan een vordering op het privévermogen van Alexa voor een bedrag van 10 x € 20.000. Deze vordering behoort bij de echtscheiding tot het te verdelen gemeenschappelijke vermogen.

In dit voorbeeld kan het bedrag lager zijn als er wel een vergoeding is betaald, maar minder dan € 20.000. Ook als de onderneming verlies maakt kan het redelijk zijn om een lager bedrag vast te stellen.

Bij de vaststelling van de hoogte zal de rechter kijken naar wat gebruikelijk is in relatie tot de aard en de omvang van de verrichte arbeidsinspanningen. De ‘redelijke vergoeding’ is een open norm die door de rechtspraak nader zal moeten worden ingevuld. Voor partners kan deze regeling achteraf bij de echtscheiding tot een (on)aangename verrassing leiden.

Over de regeling kunt u overigens andere afspraken maken in de huwelijkse voorwaarden omdat sprake is van regelend recht. Zo kunt u bijvoorbeeld afspreken dat de regeling niet geldt, voor maximaal € 10.000 per jaar of alleen vanaf een bepaalde winst.

Er ontstaat geen vordering op u of uw bv, maar op uw privévermogen. Dit betekent dat ook uw privévermogen in box 3 is te gebruiken om te voldoen aan de redelijke vergoeding. De omvang van het ondernemingsvermogen is dus niet maatgevend.

Afwijken van wettelijk stelsel

Als u wilt afwijken van het wettelijke stelsel van gemeenschap van goederen, kunt u dit regelen door huwelijkse voorwaarden op te stellen. Een belangrijke reden hiervoor kan zijn dat u niet wilt dat de aandelen van de bv in de gemeenschap vallen. Dit is het geval als tijdens het huwelijk aandelen worden gekocht met minder dan 50% eigen geld. Een andere reden kan zijn dat echtgenoten de ‘redelijke vergoeding’ niet willen.

Traditioneel gezien is de voornaamste reden om het vermogen van de niet-ondernemende echtgenoot te beschermen voor de ondernemingsrisico’s van de ondernemende echtgenoot, zoals faillissement.

De huwelijkse voorwaarden kunt u zowel vóór als tijdens het huwelijk overeenkomen. Deze moet u opnemen in een notariële akte. In deze overeenkomst mag u alle denkbare voorwaarden opnemen, als ze maar niet in strijd zijn met de wet, de openbare orde en de goede zeden.

De huwelijkse voorwaarden moet u in het openbare huwelijksgoederenregister inschrijven. Als dit niet is gebeurd, hebben ze geen werking richting derden.

Waar hierna wordt gesproken over huwelijkse voorwaarden geldt ook voor de partnerschapsvoorwaarden bij een geregistreerd partnerschap.

Mogelijkheden

Er bestaan verschillende vormen van huwelijkse voorwaarden. Over het algemeen heeft u de volgende mogelijkheden:

  • koude uitsluiting;
  • de beperkte gemeenschap;
  • het verrekenbeding;
  • de algehele goederengemeenschap zoals die gold tot 1 januari 2018.

Bij de koude uitsluiting bestaat er geen enkel gemeenschappelijk vermogen. Dit betekent dat er twee privévermogens zijn en geen huwelijksgemeenschap.

Een zuivere koude uitsluiting komt in de praktijk zelden voor omdat vaak ook afgesproken wordt dat een verrekening plaatsvindt van inkomen of vermogen. Er is dan sprake van een ‘warme’ uitsluiting. Als echtgenoten samen een woning kopen en ieder voor 50% eigenaar wordt, is sprake van een eenvoudige gemeenschap. Er is dan ondanks de koude uitsluiting toch een gemeenschappelijk vermogensbestanddeel, maar geen huwelijksgemeenschap.

Bij de beperkte gemeenschap ontstaat wel een (huwelijks-) gemeenschap. Een veelvoorkomende vorm is de gemeenschap van inboedel. In dat geval is de inboedel van het huis gemeenschappelijk vermogen. De rest van het vermogen dat u en uw echtgenoot tijdens het huwelijk verkrijgen, behoort tot ieders privévermogen.

Beperkte huwelijksgemeenschap en eenvoudige gemeenschap zijn in juridische zin niet hetzelfde. Een eenvoudige gemeenschap kan ook bestaan tussen ongehuwde samenwoners, bijvoorbeeld als een huis op beide namen staat. Het onderscheid is soms ook fiscaal van belang.

In huwelijkse voorwaarden kunt u ook verrekenbedingen opnemen. Deze kunt u ruwweg onderverdelen in periodieke verrekenbedingen en finale verrekenbedingen.

In het geval van een periodiek verrekenbeding komt u overeen om na een bepaalde periode (meestal een jaar) het inkomen – zoals loon en winst uit onderneming – van u en uw echtgenoot, minus de kosten van de gezamenlijke huishouding samen te voegen en het saldo 50/50 te verdelen.

De minstverdienende partner krijgt door de verrekening van inkomsten een vordering op de ander, die volgens de wet in geld wordt uitbetaald. Hierdoor vinden tijdens het huwelijk vermogensverschuivingen plaats van de ene naar de andere echtgenoot.

In de praktijk bestaat vaak discussie over wat onder inkomen moet worden verstaan. Is dat salaris of bijvoorbeeld ook huurinkomsten in box 3? Het is belangrijk om precies te omschrijven wat u onder inkomen wilt laten vallen.

In vooral de wat oudere huwelijkse voorwaarden staat het inkomen soms in meer algemene en fiscaal verouderde termen beschreven. Hierdoor ontstaat er discussie bij de echtscheiding over het inkomensbegrip en het te verrekenen vermogen.

Vaststellingsovereenkomst

Meestal wordt niet periodiek verrekend en al helemaal geen administratie bijgehouden. De wet regelt in zo’n geval dat al het vermogen dat tijdens het huwelijk is gespaard geacht wordt gevormd te zijn uit inkomen dat (periodiek) verrekend had moeten worden. Dit vermogen moet dus bij de echtscheiding verdeeld worden.

Om duidelijkheid te krijgen over de omvang van het te verrekenen vermogen kunt u tussentijds de balans opmaken en in een vaststellingsovereenkomst opnemen wat de omvang van het te verrekenen vermogen is. Dit betekent dat op basis van de beschikbare gegevens zoveel mogelijk ‘gereconstrueerd’ wordt wat jaarlijks verrekend had moeten worden.

Deze reconstructie valt in de praktijk nog niet mee. Het is desondanks beter om tussentijds de balans op te maken dan pas als u gaat scheiden.

Het recht op verrekening vervalt niet eerder dan drie jaar na het einde van het huwelijk. Deze termijn kan niet worden verkort in de huwelijkse voorwaarden. Het is verstandig om de huwelijkse voorwaarden eventueel te wijzigen zodat het duidelijk is waaruit het te verrekenen inkomen bestaat.

Een finaal verrekenbeding houdt in dat u bij het einde van het huwelijk moet verrekenen alsof u toch in gemeenschap van goederen was getrouwd. Let wel: er is geen goederengemeenschap, maar u doet voor wat betreft het saldo van de waarde van de bezittingen minus de schulden ‘alsof’.

U kunt ook zelf bepalen of en waar de finale verrekening betrekking op heeft. De aandelen in een bv kunt u er bijvoorbeeld buiten laten, of u verrekent deze tot maximaal een bepaald percentage van de waarde. Vaak wordt bepaald dat niet verrekend wordt bij echtscheiding, maar alleen bij overlijden.

In de huwelijkse voorwaarden kunt u bepalen dat het huwelijksvermogensrecht geldt zoals dat bestond tot 1 januari 2018. Er ontstaat dan een algehele goederengemeenschap.

Bij het afwijken van het wettelijk stelsel (middels huwelijkse voorwaarden) kan er een vermogensverschuiving plaatsvinden tussen de echtgenoten. De fiscus kan dan stellen dat er sprake is van een schenking zodat mogelijk schenkbelasting verschuldigd is. Raadpleeg een notaris bij het opstellen of wijzigen van de huwelijkse voorwaarden.

Beleggingsleer

De beleggingsleer regelt de omvang van de vorderingen (en schulden) die tussen echtgenoten tijdens het huwelijk ontstaan. Simpel gezegd ‘veert’ de omvang van de vordering pro-rato mee met de waarde van het goed waarin wordt geïnvesteerd.

De vordering is dus niet nominaal (zeg maar de startwaarde van bijvoorbeeld een aandeel). Dit geldt alleen voor vorderingen die zijn ontstaan vanaf 1 januari 2012. Tot deze datum bedraagt de vordering het nominale bedrag.

Echtgenoten kunnen afwijken van de beleggingsleer en andere afspraken maken. Zo kunt u de vordering vaststellen op de nominale waarde, minimaal of maximaal de nominale waarde of maximaal 10% waardestijging en daling. Dit zijn de belangrijkste situaties waarbij de beleggingsleer van toepassing is:

  • U investeert met privévermogen in het privévermogen van de ander.
  • U investeert met privévermogen in het gemeenschappelijk vermogen (de gemeenschap).
  • De gemeenschap investeert in uw privévermogen.

Voorbeeld

Olivia is in 1997 gehuwd met Brent. Ze hebben een koude uitsluiting zodat er geen huwelijksgemeenschap is. Olivia heeft in 2013 een bv opgericht. Het geplaatst en gestort aandelenkapitaal bedroeg € 18.000. Dit is betaald vanuit het privévermogen van Brent.

In 2019 gaan Olivia en Brent uit elkaar. De bv is in dit jaar € 1 miljoen waard. Brent heeft dan recht op de waarde van de aandelen, te weten € 1 miljoen omdat hij de gehele (100%) ‘aankoop’ uit eigen vermogen heeft betaald. De herkomst van het vermogen (bij de aankoop) is dus van groot belang. Het ‘even pinnen’ kan dus grote gevolgen hebben!

Dividenduitkering
Als Olivia bijvoorbeeld in 2018 € 300.000 dividend had uitgekeerd, dan zou de vordering van Brent € 700.000 bedragen. En als Olivia direct na de oprichting € 18.000 had terugbetaald aan Brent, zou Brent helemaal geen vordering op Olivia hebben.

De beleggingsleer speelt in de praktijk vaak een grote rol bij de aankoop van een woning.

Voorbeeld

Amelia koopt een woning voor € 400.000. De aankoop wordt als volgt gefinancierd: € 300.000 privégeld van Amelia en € 100.000 privégeld van haar huwelijkspartner Kevin. De woning behoort tot het privévermogen van Amelia.

Kevin heeft een vordering gelijk aan een kwart van de waarde van de woning. Na tien jaar gaan Amelia en Kevin scheiden. De woning is dan € 600.000 waard. De vergoeding voor Kevin is € 150.000. Bij het voldoen van de vergoeding is ‘timing’ cruciaal. Stel nu dat Amelia de vordering had voldaan op het moment dat de woning € 300.000 waard was. De vergoeding van Kevin zou dan € 75.000 bedragen. Kevin zou dan slechter af zijn.

Als bij de echtscheiding de beleggingsleer – ten onrechte – niet wordt toegepast bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding, dan is mogelijk sprake van een schenking. Dit is het geval als Kevin uit het voorbeeld aangeeft genoegen te nemen met € 100.000, terwijl hij recht heeft op € 150.000. In het convenant kan hij met Amelia afspraken maken over de afwikkeling van de vergoeding, bijvoorbeeld een betalingstermijn. Ook kunnen ze afspreken dat de vergoeding wordt omgezet in een overeenkomst van geldlening.

Door het nieuwe huwelijksvermogensrecht zal eerder sprake zijn van het bestaan van privévermogen(s) naast een gemeenschap. De beleggingsleer zal naar verwachting vaak een belangrijke rol spelen bij echtscheidingen.

Het complete verhaal over uw bv en echtscheiding leest u in themadossier BV Rendement Uw aandeel in de echtscheiding. Professional+-abonnees kunnen dit themadossier digitaal lezen via Mijn Bibliotheek.