Belastingheffing box 3 is EU-proof

Heeft u vermogen zoals spaargeld, aandelen of een tweede woning met een totale waarde boven de vrijstelling van box 3, dan moet u over de waarde van deze bezittingen rendementsheffing betalen. Gerechtshof Den Bosch heeft recent aangegeven dat deze heffing niet in strijd is met het Europese recht.

28 maart 2014 | Door redactie

De Belastingdienst gaat er bij de vermogensrendementsheffing vanuit dat u 4% rendement behaalt. Dit veronderstelde rendement is ongeacht het werkelijk behaalde rendement. Over dit veronderstelde rendement betaalt u dan 30% belasting. In deze zaak ging het om een Belg met een woning in Nederland. Hij had nooit in de woning gewoond en de inspecteur rekende de woning tot het inkomen uit sparen en beleggen (box 3) van de man. De Belg had vóór 2001 onderhoudskosten gemaakt, maar die verliezen behoorden op basis van de overgangsregeling tot box 1. Hierdoor kon hij deze verliezen niet verrekenen met zijn inkomsten in box 3. De man ging naar de rechter en stelde dat de overgangsregeling en de rendementsheffing in strijd waren met het Europees recht.

Heffing in box 3 is geen vermogensbelasting

Volgens het gerechtshof was het niet in strijd met het Europees recht om verliezen van vóór 2001 niet te kunnen verrekenen met box 3 inkomen. Een buitenlandse belastingplichtige werd daardoor niet op een andere manier behandeld dan een binnenlandse belastingplichtige. De inspecteur mocht de overgangsregeling dus toepassen. Daarnaast volgde de inspecteur de Belg niet over de rendementsheffing. In een eerder arrest gaf de Hoge Raad namelijk aan dat de box 3 heffing geen vermogensbelasting was, maar een belasting naar inkomen. Hierbij maakte het volgens de rechter niet uit dat de Belastingdienst voor de heffing uitgaat van een verondersteld rendement. De rendementsheffing was daardoor niet in strijd met het Europees recht. De aanslag bleef dus in stand.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 14 maart 2014, ECLI (verkort): 730