Belastingplichtige mocht vertrouwen op invulhulp fiscus

Een belastingplichtige die gebruik heeft gemaakt van de hulp-bij-aangifte van de Belastingdienst mag een eigenlijk onterecht ontvangen teruggave houden. Het gerechtshof heeft namelijk geoordeeld dat hij er in dit geval op mocht vertrouwen dat zijn aangifte inkomstenbelasting goed was ingevuld.

11 januari 2022 | Door redactie

De Belastingdienst biedt hulp aan mensen die niet zelf hun aangifte inkomstenbelasting (toolbox) kunnen doen. Zij kunnen een afspraak maken en vullen dan – althans vóórdat corona dit onmogelijk maakte – ter plekke samen met een medewerker van de fiscus de aangifte in.

Geen rechten ontlenen aan hulp-bij-aangifte

Als de aangifte is ingevuld krijgen de belastingplichtigen een brief mee met een disclaimer. In die brief meldt de fiscus dat de aangifte op dezelfde manier gecheckt zal worden als een aangifte die is ingediend zónder invulhulp. En ook dat de belastingplichtige geen rechten kan ontlenen aan de invulhulp.
Deze brief speelde een belangrijke rol bij de zaak waar het gerechtshof zich over moest buigen. Het draaide om de aangifte inkomstenbelasting van een man over het jaar 2016. Hij had voor dat jaar, net als de twee jaren daarvoor, gebruikgemaakt van de hulp-bij-aangifte. Maar waar hij de voorgaande jaren vrijwel niks terugkreeg, had hij op basis van de aangifte nu recht op een teruggave van € 1.758. Dat kwam omdat de uitkering van de man niet als inkomen uit vroegere arbeid maar als inkomen uit tegenwoordige arbeid was aangemerkt. Daardoor was ten onrechte de arbeidskorting (infographic) meegerekend. De Belastingdienst corrigeerde dat en legde een aanslag op waarbij de man de teruggaaf terug moest betalen.

Belastingplichtige heeft brief toch niet gekregen

Bij de rechtbank had de man eerder verklaard dat hij na het invullen de brief met de disclaimer had ontvangen. Mede daarom oordeelde de rechtbank dat de man het geld inderdaad terug moest betalen, omdat hij was geïnformeerd dat hij geen rechten aan de invulhulp kon ontlenen. Ook had de man zich moeten beseffen dat de teruggave niet juist kon zijn, gezien het grote verschil met de aangiftes in de jaren daarvoor.
Maar bij het gerechtshof kwam de man terug op zijn eerdere verklaring over de brief. Hij had wel een brief meegekregen, maar niet de brief met de disclaimer. Daarom kwam het hof tot de conclusie dat de man er niet van op de hoogte was dat de aangifte nog inhoudelijk zou worden gecontroleerd. En op basis van eerdere uitspraken van het ministerie van Financiën mocht de man er dan op vertrouwen dat de fiscus de ingevulde aangifte zou volgen. En omdat de man ‘onvoldoende zelfredzaam’ is, kon de fiscus niet verwachten dat hij zelf zou beseffen dat er een fout in de aangifte zat. De man hoefde de teruggaaf daarom van het gerechtshof niet terug te betalen.
Gerechtshof Amsterdam, 29 december 2021, ECLI (verkort): 4104