De kleine lettertjes: de fiscaal partner

Met een fiscaal partner kan er in de aangifte inkomstenbelasting flink wat bespaard worden. De aftrekposten en gemeenschappelijke inkomsten mag een belastingplichtige namelijk met die partner onderling verdelen. En dit kan veel belasting schelen. Maar wie is nu precies de fiscaal partner?

23 april 2019 | Door redactie

In artikel 5a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) staat opgenoemd wie er allemaal als partner kunnen worden beschouwd. Hierop is in de Wet inkomstenbelasting (IB) in artikel 1.2 nog een aanvulling gegeven.

Artikel 5a AWR is de basis

In artikel 5a van de AWR staat dat iemand fiscaal partner is als:

  • het gaat om de echtgenoot: voor mensen die het hele jaar gehuwd zijn, geldt dat zij automatisch elkaars fiscaal partner zijn. Als een belastingplichtige een deel van het jaar gehuwd was, zijn hij en de partner alleen in die periode elkaars partner. Op verzoek bij de aangifte IB mag toch voor het hele jaar gebruik worden gemaakt van de vrije toerekening van sommige inkomsten en aftrekposten. Het fiscaal partnerschap eindigt op het moment dat zij niet meer op hetzelfde woonadres staan ingeschreven en een verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed is ingediend. Bij inschrijving van een van de gehuwde partners in een verpleeg- of verzorgingstehuis blijft het partnerschap in principe gewoon voortbestaan.
  • het gaat om een ongehuwde meerderjarige persoon waarmee de ongehuwde meerderjarige belastingplichtige een notarieel samenlevingscontract is aangegaan en met wie hij staat ingeschreven op hetzelfde adres in de basisregistratie. Geregistreerde partners worden in Nederland op dezelfde wijze behandeld als gehuwden. Zodoende gelden ook voor hen dezelfde regels omtrent het fiscaal partnerschap. Het partnerschap eindigt als beiden niet meer op hetzelfde woonadres staan ingeschreven.

Aanvulling partnerbegrip in artikel 1.2 Wet IB

Volgens artikel 1.2 van de Wet op de IB worden de volgende belastingplichtigen ook als elkaars fiscaal partners gezien:

  • als zij ongehuwd samenwonen en uit deze relatie een kind is geboren of de  partner het kind van de ander heeft erkend;
  • als zij samenwonen en gezamenlijk eigenaar zijn van de eigen woning;
  • als de belastingplichtige bij de toepassing van een pensioenregeling de huisgenoot heeft aangewezen als gerechtigde tot het partnerpensioen;
  • meerderjarigen die op hun adres ook een minderjarig kind van één van beiden hebben staan ingeschreven (samengesteld gezin). Maar  wordt er een deel van de woning aan degene die op hetzelfde adres staat ingeschreven verhuurd, en er is sprake van verhuur op zakelijke gronden, dan is geen sprake van fiscaal partnerschap. Er moet dan wel een schriftelijke huurovereenkomst zijn;
  • meerderjarigen die met een minderjarig kind in een opvangwoning of een huis voor beschermd wonen die zij kregen door de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Deze woning moet belastingplichtige samen met een meerderjarige bewonen die ook op dat adres staat ingeschreven.

In de rubriek 'De kleine lettertjes van' behandelt Rendement een bijzondere bepaling uit een wet, besluit of regeling. In deze editie: de fiscaal partner volgens de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Wet inkomstenbelasting 2001.