Geen heretikettering bij normale groei

Een normale groei van uw onderneming is geen reden om vermogensbestanddelen te heretiketteren. Dit is volgens Rechtbank Gelderland namelijk geen bijzondere omstandigheid.

16 oktober 2015 | Door redactie

In de inkomstenbelasting is het erg belangrijk om een vermogensbestanddeel goed te etiketteren. U kunt namelijk niet zomaar terugkomen op een eerder gemaakte keuze. Dit bleek ook uit een recente zaak van Rechtbank Gelderland. In deze zaak ging het om ondernemer die zich bezighield met het schrijven en corrigeren van teksten en het verrichten van vertalingen. De ondernemer was al sinds 2001 eigenaar van een woning en bracht die in 2010 over van zijn privévermogen naar zijn ondernemingsvermogen. De inspecteur vond die heretikettering echter niet terecht.

Pas in 2010 echt levensvatbaar

Bij het beoordelen van het geschil gaf de rechtbank aan dat er sprake was van keuzevermogen. In de woning was namelijk ook een werkruimte, die de ondernemer voor zijn eenmanszaak gebruikte. De ondernemer rekende de woning in 2004 tot zijn privévermogen. Heretikettering was volgens de rechter alleen mogelijk bij bijzondere omstandigheden. Hiervan was volgens de ondernemer sprake, omdat de eenmanszaak pas in 2010 echt levensvatbaar was. Vanaf dat moment hield hij zich er ook dagelijks mee bezig. De inspecteur stelde dat het ging om een normale groei en dat heretikettering niet mogelijk was. De rechtbank vond ook dat het niet ging om bijzondere omstandigheden. De ondernemer kon de woning dus niet per 2010 overbrengen naar het ondernemingsvermogen.

Wil ondernemer is beslissend

Bij het etiketteren van vermogen kunt u te maken krijgen met verplicht ondernemingsvermogen, verplicht privévermogen en keuzevermogen. Hierbij geldt dat de wil van de ondernemer beslissend is, tenzij hij daarmee de grenzen van de redelijkheid overschrijdt. Deze wil kan bijvoorbeeld blijken uit de boekhouding van de onderneming. In bijzondere omstandigheden is het mogelijk om terug te komen op de eerdere keuze.
Rechtbank Gelderland, 13 oktober 2015, ECLI (verkort): 6188