Gestolen bewijs van tipgever mag fiscus niet gebruiken

De Belastingdienst mag de door een tipgever gestolen stukken niet gebruiken als bewijs tegen veronderstelde zwartspaarders. Dit heeft de rechter onlangs aangegeven.

22 februari 2018 | Door redactie

In deze door de Hoge Raad naar het hof verwezen zaak ging het om de erfgenamen van een vermeende zwartspaarder die navorderingsaanslagen (tool) ontvingen omdat volgens de Belastingdienst de erflater over rekeningen in Luxemburg beschikte die nooit voor de belasting waren aangegeven. De fiscus had deze informatie gebaseerd op door een ex-medewerker van de betreffende bank gestolen gegevens. Deze zogenoemde tipgever was ook voor deze informatie door de fiscus betaald.

Tipgever werd betaald door de fiscus

Het hof vond het bewijs ontoelaatbaar omdat de tipgever bij het verkrijgen van het bewijsmateriaal strafbare feiten had gepleegd, en daarvoor ook nog werd betaald door de fiscus, terwijl de Belastingdienst van de diefstal wist of dit had moeten vermoeden. Door de tipgever te betalen voor de verduisterde informatie, had de fiscus zich schuldig gemaakt aan een vorm van heling.  Daarnaast bleek dat de tipgever zelf óók zwartspaarder was, en hierover zo’n tien jaar geleden door de fiscus was aangeschreven. Ook had hij administratie bij zijn volgende werkgever, ook een bank, gestolen. 

Te weinig inzicht gegeven

De rechter vond tevens dat de fiscus over zijn belangenafweging van aan de ene kant dit strafrechtelijk handelen van de tipgever en aan de andere kant de gemiste belastinginkomsten te weinig inzicht had gegeven. Al met al waren dit voor het hof genoeg redenen om de navorderingsaanslagen te vernietigen en de fiscus te veroordelen tot het betalen van een proceskostenvergoeding van € 50.000 vanwege de bewerkelijkheid van de zaak, de meer dan gebruikelijke correspondentie en de procesopstelling van de inspecteur die niet alleen de waarheidsvinding had bemoeilijkt, maar ook een doelmatige behandeling van de zaak had belemmerd.
De Belastingdienst gaat in cassatie tegen de uitspraak van het gerechtshof.
Hof Den Bosch, 20 februari 2018, ECLI (verkort): 515