Inspecteur hanteert onterecht deadline

De Belastingdienst is onlangs teruggefloten door de Nationale ombudsman. Deze vond dat de fiscus onterecht een uiterste acceptatietermijn hanteerde voor een aanbod tot terugbetaling van een bedrag aan teveel ingehouden belasting. Volgens de ombudsman was het hanteren van een dergelijke termijn niet redelijk, omdat vaststond dat een bv teveel belasting had afgedragen aan de Belastingdienst.

23 januari 2015 | Door redactie

In de zaak draaide het om een bv waarvan de dga in 2003 verzocht om vermindering van een aantal aanslagen, die zowel aan zijn eigen bv als aan gelieerde bv’s waren opgelegd. De fiscus was bereid tegemoet te komen aan zijn verzoek, maar wilde daarbij niet verder teruggaan dan de vijf voorgaande jaren, tot 1997. De dga ging hiermee niet akkoord en deed zijn beklag zowel in 2007 als in 2008 bij de toenmalige staatssecretaris van Financiën. Naar aanleiding hiervan bood de inspecteur de dga uiteindelijk een vaststellingsovereenkomst aan, die eruit bestond dat de fiscus een teruggaaf van € 71.160 zou verstrekken en de zaak daarmee zou zijn afgedaan. De dga vond echter dat hij recht had op een hoger bedrag. Ondanks herhaaldelijk aandringen van de fiscus, besloot hij dan ook niet op het aanbod in te gaan.

Fiscus had zich niet redelijk opgesteld

Na een voortslepende discussie trok de fiscus het aanbod in, waarna de zaak uiteindelijk bij de Nationale ombudsman terechtkwam. Deze verzocht de fiscus na bestudering van de zaak om het eerdere aanbod alsnog te laten gelden. De fiscus weigerde omdat de dga niet op tijd op het aanbod was ingegaan en de acceptatietermijn inmiddels was verstreken. Volgens de ombudsman stond echter vast dat de dga het bedrag dat in de vaststellingsovereenkomst werd genoemd feitelijk teveel aan belasting had betaald. Daarmee was de enige reden voor de weigering van de fiscus het verstrijken van de acceptatietermijn. Op basis hiervan concludeerde de ombudsman dat de fiscus zich niet redelijk had opgesteld; de klacht van de dga was dus gegrond. De ombudsman was dan ook van mening dat de Minister van Financiën de fiscus moest opdragen de dga alsnog gebruik te laten maken van het aanbod.
De Nationale ombudsman, 24 december 2014, rapportnummer 2014/225 (pdf)