Investeringen niet voldoende voor bron van inkomen

Om de conclusie te kunnen trekken dat er sprake is van een bron van inkomen is het niet voldoende dat er investeringen zijn gedaan door een belastingplichtige. Er moet ook een voordeel te verwachten zijn. Is dit voordeel niet te bespeuren dan kunnen de geleden verliezen niet worden afgetrokken.

2 december 2021 | Door redactie

Om te kunnen concluderen dat er een bron van inkomen aanwezig is moet er in de inkomstenbelasting  aan de volgende drie voorwaarden zijn voldaan:

  • er moet sprake zijn van deelname aan het economisch verkeer.
  • het (subjectieve) oogmerk om voordeel te behalen moet aanwezig zijn; en
  • de (objectieve) verwachting moet er zijn dat het voordeel redelijkerwijs kan worden behaald.

Om de derde voorwaarde ging het in de zaak hieronder.

Verliezen niet aftrekken want geen bron van inkomen

Deze zaak betrof een vof die volgens de beschrijving in de Kamer van Koophandel aan staandwantvisserij deed vanaf 1 januari 2009. Aan de fiscus die langskwam voor een boekenonderzoek over de jaren 2009 tot en met 2013 verklaarden zij dat ze nog niet waren gestart met hun feitelijke onderneming. Ze hadden alleen investeringen (toolbox) gedaan. In augustus 2014 kochten zij een grotere vissersboot. Maar door een brand eind 2015 gingen de loods, netten en machines verloren. In hun aangiftes over 2009 tot en met 2018 namen de vennoten steeds een verlies op. De Belastingdienst vond dat in ieder geval over de jaren 2014 en 2015 deze verliezen niet mochten worden meegenomen omdat er geen bron van inkomen was. De verwachting dat er voordeel zou kunnen worden behaald ontbrak namelijk volgens de fiscus. De firmanten waren het daar niet mee eens en stapten naar de rechter.

Firmanten vingen bot bij rechter

Bij Hof Amsterdam vingen de firmanten echter bot. De rechter gaf aan dat het logisch is dat er investeringen moeten worden gedaan bij de start van een visserij maar die investeringen moeten in de loop der tijd wel kunnen worden terugverdiend als de onderneming winst gaat maken. Daarbij moest de vof ook rekening houden met tegenslagen zoals de brand. De objectieve voordeelsverwachting was voor de jaren 2014 en 2015 niet aanwezig daarom mochten de vennoten de verliezen over die jaren niet aftrekken.
Gerechtshof Amsterdam, 19 oktober 2021 (gepubliceerd 1 december 2021), ECLI (verkort): 3633 en 3634

 

Bijlagen bij dit bericht