Negatief loon bij verplichte verkoop aandelen

Als een werknemer zijn certificaten van aandelen bij ontslag verplicht moet verkopen voor een vastgesteld bedrag dat lager is dan de marktwaarde, mag hij dit verlies bij verkoop aanmerken als negatief loon. Dit nadeel is toe te rekenen aan de dienstbetrekking. Dit heeft de Hoge Raad onlangs bepaald.

25 april 2016 | Door redactie

In deze zaak had een werknemer certificaten van aandelen van zijn werkgever gekocht. Gedurende een aantal jaren gold een lock-up regeling waarbij de werknemer de certificaten niet mocht verkopen. Alleen bij ontslag moest de werknemer de certificaten verkopen tegen een vastgestelde waarde, die in de regeling stond, of de lagere marktwaarde. Toen de werknemer werd ontslagen was hij verplicht de certificaten te verkopen tegen een veel lagere waarde dan de marktwaarde. De werknemer stelde dat hij verlies maakte bij de verkoop en nam het bedrag van het verlies op als negatief loon in zijn aangifte. De inspecteur was het hier niet mee eens en legde de zaak voor aan de rechter.

Verplichte verkoop is toe te rekenen aan de dienstbetrekking

Gerechtshof Amsterdam oordeelde dat er geen sprake was van negatief loon omdat het verlies niet kon worden toegerekend aan de dienstbetrekking. De Hoge Raad was het niet eens met de uitspraak van het hof. Door de verplichte verkoop had de werknemer een nadeel in de vermogenssfeer opgelopen. Dit nadeel was dus toe te rekenen aan het dienstverband en mocht wel worden meegenomen als negatief loon in de aangifte inkomstenbelasting.
Hoge Raad, 15 april 2016, ECLI (verkort): 635