Niet altijd einde overgangsrecht lijfrente vóór 2001

Het overgangsrecht van saldolijfrenten van vóór 2001 loopt ten einde per 1 januari 2021. Op dat moment geldt een afrekenverplichting. Voor bepaalde saldolijfrenten en bepaalde buitenlandse pensioenen blijft het overgangsrecht toch gewoon bestaan. Dit stond in het Belastingplan 2020 dat op Prinsjesdag is gepubliceerd.

17 september 2019 | Door redactie

Saldolijfrenten zijn onder te verdelen in lijfrenten waarvan de premies in het geheel niet aftrekbaar waren (zuivere saldolijfrenten) en lijfrenten waarvan de premies deels wel en deels niet in aftrek zijn gebracht (hybride saldolijfrenten). Bij de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001 kregen deze saldolijfrenten te maken met andere fiscale regels. Het overgangsrecht zorgde ervoor dat de bestaande lijfrenten in box 1 belast waren volgens de saldomethode (uitkering pas belast als ze boven de betaalde premies uitkwamen). Dit overgangsrecht eindigt op 31 december 2020.  

Belastingheffing niet langdurig uitstellen

Het beëindigen van het overgangsrecht heeft tot gevolg dat de saldolijfrenteaanspraken verhuizen van box 1 naar box 3 van de inkomstenbelasting en dat het rentebestanddeel belast is in box 1. Het kabinet heeft besloten om het overgangsrecht niet voor alle saldolijfrenten te beëindigen en alleen te beperken tot oude saldolijfrenten waarmee het mogelijk is om de belastingheffing langdurig uit te stellen.
Het overgangsrecht blijft daardoor gelden voor hybride saldolijfrenten. Voor zuivere saldolijfrenten eindigt het overgangsrecht wel. Voor bepaalde buitenlandse pensioenrechten (die in de opbouwfase niet voldoen aan de Nederlandse maatstaven, maar die op basis van de belastingwetging van het andere land wel als pensioenregeling zijn aan te merken) blijft het overgangsrecht ook in stand.

Download de complete Miljoenennota 2020 (pdf) en het Belastingplan 2020 (pdf), zodat u snel de achtergrondinformatie bij de hand heeft.

Bijlagen bij dit bericht