Niet ingehouden LH wel te verrekenen met IB bij goede trouw

Een werknemer mag niet ingehouden loonheffingen (LH) verrekenen met de door hem verschuldigde inkomstenbelasting (IB) in zijn aangifte IB als hij te goeder trouw is volgens Rechtbank Gelderland.

19 april 2018 | Door redactie

In deze zaak ging het om een bestuurder van een bv die in 2010 in dienst trad als directeur bij een andere bv. Hij  kreeg voor 2010 twee salarisspecificaties en een jaaropgave. De op deze specificaties en jaaropgave vermelde bedragen kwamen echter niet overeen met de door hem ontvangen bedragen.  De bestuurder gaf wel de bedragen uit de jaaropgave in zijn aangifte IB aan. De inspecteur vond dat hij de op de jaaropgaaf (tool) vermelde LH niet mocht verrekenen met de IB. De inkomsten moesten volgens hem als resultaat uit overige werkzaamheden worden aangegeven omdat er geen LH waren afgedragen.

Alleen verrekening bij te goeder trouw

De rechter gaf aan dat op grond van het arrest van de Hoge Raad van 22 juli 1981 geconcludeerd moest worden dat de niet ingehouden LH (tool) alleen verrekend mocht worden met de IB als de belastingplichtige te goeder trouw was. Hiervan was bij de bestuurder echter geen sprake. De rechtbank baseerde dit op het feit dat de bestuurder moest weten dat de bv liquiditeitsproblemen had. Ook kreeg hij wisselende bedragen uitbetaald. Daarnaast had hij ook maar twee salarisspecificaties ontvangen en had hem moeten opvallen dat de cumulatieve bedragen op de beide salarisstroken niet aansloten. In de maand augustus was door hem ook nog een ander bedrag ontvangen dan op de salarisstrook stond vermeld.

Navorderingsaanslag blijft in stand

Uit deze feiten concludeert de rechter dan ook dat de bestuurder niet te goeder trouw was. Hij had dan ook de niet ingehouden LH niet mogen verrekenen met de IB in zijn aangifte IB. De navorderingsaanslag bleef dus in stand.
Rechtbank Gelderland, 11 april 2018, ECLI (verkort): 1625