Samen checken aangiftes fiscale partners niet nodig

De Hoge Raad vindt dat de fiscus de aangiften inkomstenbelasting van fiscale partners niet gezamenlijk hoeft te beoordelen. Als later blijkt dat deze aangiftes van elkaar afwijken mag de Belastingdienst gewoon navorderen omdat er sprake is van een nieuw feit.

23 juli 2020 | Door redactie

Als de Belastingdienst wil navorderen bij een aanslagbelasting zoals de inkomstenbelasting moet er sprake zijn van een nieuw feit. Daarbij gaat het om een feit dat de inspecteur bij het opleggen van de oorspronkelijke aanslag niet bekend was of bekend had kunnen zijn. De bewijslast voor de aanwezigheid van een nieuw feit ligt bij de inspecteur. Hij heeft ook niet de plicht om een diepgaand onderzoek in te stellen naar de in een aangifte opgenomen gegevens als hij bij een zorgvuldige kennisname van de aangifte in redelijkheid niet hoefde te twijfelen aan de juistheid ervan.  

Voordeel niet in aangifte opgenomen

In deze zaak die werd voorgelegd over de vraag of er sprake was van een nieuw feit ging het om twee echtgenoten die samen een woon-winkelpand hadden. Het winkeldeel werd door de vrouwelijke helft gebruikt voor haar onderneming. Het woongedeelte was hun eigen woning. De man stelde dus zijn deel van het winkelpand ter beschikking aan zijn echtgenote. De vrouw stopte met haar onderneming. De man verzuimde om zijn (voor)deel uit het ter beschikking stellen van het winkelpand op te nemen in zijn aangifte voor de inkomstenbelasting. Hij kreeg een definitieve aanslag opgelegd conform zijn aangifte.

Geen gezamenlijke check fiscale partners nodig

De fiscus kwam er later achter dat hij dit voordeel niet had aangegeven en wilde navorderen. De man was het hier niet mee eens want er was geen sprake van een nieuw feit. De fiscus had in de aangifte van zijn vrouw bij het opleggen van zijn aanslag moeten kijken en had dan de fout moeten ontdekken. Omdat de inspecteur dit had verzuimd kon hij niet navorderen. Maar de rechter ging hier niet in mee. De inspecteur hoeft pas onderzoek te gaan doen als hij het vermoeden heeft dat de aangifte niet klopt. Dat vermoeden was er niet op dat moment. De Belastingdienst was ook niet verplicht om de aangiftes van fiscale partners gezamenlijk te checken. De rechter vond dan ook dat de fiscus wel mocht navorderen. De Hoge Raad ging hierin ook mee.
Hoge Raad, 17 juli 2020, ECLI (verkort): 129