Voorzet voor verbouwing toeslagenstelsel

Het Nederlandse stelsel van toeslagen kraakt in zijn voegen. Dat het anders moet is een breed gedeelde mening. Maar hoe de verbouwing er uit moet zien is een politieke keuze, die een volgend kabinet moet maken. Het huidige kabinet heeft als voorzet voor die discussie nu de mogelijke beleidsopties in kaart gebracht.

15 december 2020 | Door redactie

Toeslagen als de zorgtoeslag, huurtoeslag en kinderopvangtoeslag die Nederlanders nu krijgen zijn voorschotten. Nadien berekent de Belastingdienst of die voorschotten terecht zijn uitgekeerd. Zo niet, dan moet er geld terug worden betaald. Ondertussen moet de toeslagontvanger zelf zo snel mogelijk wijzigingen in bijvoorbeeld inkomen doorgeven, om te voorkomen dat hij te veel toeslag krijgt.

Volledig afschaffen toeslagen is óók een optie

Dat systeem vraagt veel van de ontvangers van de toeslagen. En het is ook altijd gespannen wachten tot de definitieve berekening om te zien of er niet nog een rekening uit de bus rolt. Het huidige stelsel is dan ook onhoudbaar, stelt het kabinet onomwonden. Het leidt tot schrijnende situaties, zoals gebeurde bij een grote groep ouders die onterecht als fraudeur werd aangemerkt. Zij moesten plotseling tot tienduizenden euro’s aan kinderopvangtoeslag terugbetalen. Deze ouders wachten al een tijd op compensatie.
Vraag is: hoe moet het stelsel er dan wel uitzien? Daarvoor heeft het kabinet 28 hoofdopties uitgewerkt (pdf), die deels gaan over het hele stelsel en deels over specifieke toeslagen. Zo is het een optie om de toeslagen volledig af te schaffen en dit geld terug te sluizen via andere regelingen. Ook kunnen de toeslagen omgezet worden in uitkeerbare heffingskortingen.

Veel politieke vragen bij toekomst toeslagen

Voor de 28 opties is bekeken hoe zij scoren op drie belangrijke punten voor de uiteindelijke ontvanger, omdat die centraal moet komen te staan. Dus vragen als: moet de aanvrager veel moeite doen om de toeslag te krijgen, is het begrijpelijk, en komt er veel risico te liggen bij aanvragers. En natuurlijk is ook gekeken naar uitvoerbaarheid en impact op de schatkist.
Welke kant het toeslagenstelsel op moet, is ‘bij uitstek een politieke keuze’, aldus het kabinet. Met vragen als: hoe hoog moet de inkomensondersteuning zijn? Hoe moet de verantwoordelijkheid verdeeld zijn tussen politiek en burger? Moet kinderopvang een voorziening zijn? En dan zijn er nog algemene afwegingen: is het belangrijker dat ontvangers al bij hun aanvraag zeker weten dat de toeslag die ze krijgen niet meer teruggevorderd wordt? Of weegt het zwaarder dat burgers zo snel mogelijk hun geld hebben, terwijl er dan wel nog een kans is dat er wordt teruggevorderd als ze te veel hebben ontvangen? Kortom: een nieuw kabinet heeft nog een aardige discussie voor de boeg.

Bijlagen bij dit bericht