Wet staat navordering heffingskorting niet toe

De navordering van een onterecht toegekende heffingskorting wegens een systeemfout is niet mogelijk omdat dit niet expliciet in de wet staat vermeld. Dit heeft rechtbank Noord-Holland onlangs bepaald.

29 augustus 2016 | Door redactie

In deze zaak draaide het om een uitkeringsgerechtigde die in 2012 een brief van de Belastingdienst ontving. In deze brief stond dat zij in 2010 recht had op een belastingteruggaaf. Zij vulde daarop haar aangifte inkomstenbelasting (IB) 2010 in en kruiste het vak ‘inkomensafhankelijke combinatiekorting’ aan. De inspecteur corrigeerde echter de inkomsten in haar aangifte. Later, in 2014, ontving zij een navorderingsaanslag (tool). De fiscus had namelijk nog ontdekt dat ten onrechte de combinatiekorting was toegekend en vorderde deze daarom terug. De inspecteur stelde dat deze navordering mogelijk was omdat er minstens 30% te weinig belasting was geheven door een systeemfout. Het systeem had destijds het bedrag van de korting na de correctie van de inkomsten niet aangepast. De uitkeringsgerechtigde was het hier niet mee eens en stapte naar de rechter (tool).

Wetgever moest zorgdragen voor duidelijke wettekst

De rechter stelde dat hier geen sprake was van een nieuw feit. Navordering op die grond was dus niet toegestaan. Vervolgens oordeelde de rechter dat hier niet gesproken kon worden van te weinig geheven belasting. Het ging namelijk om een heffingskorting die voor een te hoog bedrag was toegekend. In de wet en de wetsgeschiedenis stond niets vermeld over onterecht toegekende heffingskortingen. De rechter meende dat het aan de wetgever was om ervoor te zorgen dat de mogelijkheid van navordering van een heffingskorting, was opgenomen in een duidelijke wettekst. Hier was geen sprake van. De rechtbank vernietigde daarom de navorderingsaanslag.
Rechtbank Noord-Holland, 20 juli 2016, ECLI (verkort): 5874