VERDIEPINGSARTIKEL

Fiscale gevolgen aangaan van samenwerkingsverband

Een goede ondernemer weet niet alleen waar hij goed in is maar, en dat is nog veel belangrijker, zeker ook waar hij niet goed in is. Een samenwerking kan uw onderneming completer maken en uw tekortkomingen aanvullen. Maar als u dan die jonge veelbelovende ondernemer of doorgewinterde crack heeft gevonden waar u een samenwerking helemaal mee ziet zitten komt er veel op u af. Ook op fiscaal gebied.


2 augustus 2019 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement online.


Door de samenwerking met een andere ondernemer in bijvoorbeeld een vennootschap onder firma (vof) staakt u in principe uw huidige onderneming. U zou dus fiscaal af moeten rekenen op dat moment. Daar zit u als ondernemer natuurlijk niet op te wachten. Gelukkig zijn er enkele mogelijkheden om belastingheffing op het moment van het aangaan van een samenwerkingsverband te voorkomen. Er worden er hier nu drie behandeld: een voorbehoud van stille reserves en goodwill, buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen en een ingroeiregeling. Op het moment dat u besluit uw onderneming in te brengen in een vof staakt u in principe in fiscale zin uw onderneming. Dit betekent dat u moet afrekenen over de daarin aanwezige stille reserves en goodwill. Een mogelijkheid om deze directe belastingheffing te voorkomen is door bij het aangaan van het samenwerkingsverband een voorbehoud te maken voor stille reserves en goodwill. Concreet betekent dit dat u beiden alleen uw ondernemingen inbrengt en niet de daarin aanwezige stille reserves en goodwill. Hierdoor wordt er feitelijk geen overdrachtswinst behaald en valt er niets te belasten. De waarde van de stille reserves zal bij u pas worden belast als de vennootschap onder firma de desbetreffende bedrijfsmiddelen vervreemdt. Op dat moment realiseert u namelijk wel de meerwaarde begrepen in deze bedrijfsmiddelen. Voor goodwill zal dit pas aan de orde komen als u uit het samenwerkingsverband treedt of in bepaalde gevallen bij tussentijdse toetreding van een nieuwe vennoot.

Winstverdeling staat los van voorbehoud

Het voorbehoud van stille reserves en goodwill staat los van de winstverdeling. Deze kunt u op elke verhouding vaststellen. In de praktijk wordt soms bij de berekening van de rentevergoeding over het vennootschapsvermogen ook rekening gehouden met de voorbehouden stille reserves op bijvoorbeeld een bedrijfspand. Deze rentevergoeding maakt onderdeel uit van de winstverdeling en zoals gezegd staat het u als firmanten vrij om deze naar eigen inzicht vast te stellen. Het feit dat u hierbij ook rekening houdt met een stille reserve heeft geen fiscale winstneming ten aanzien van het desbetreffende bedrijfsmiddel tot gevolg.

Voorbehoud niet altijd mogelijk

Het aangaan van een samenwerkingsverband en het hierbij voorbehouden van de stille reserves en goodwill wordt in de praktijk vaak toegepast. Een voorbehoud van stille reserves is echter niet voor alle bedrijfsmiddelen mogelijk. Omdat op een later moment vastgesteld moet kunnen worden wanneer de stille reserve wordt gerealiseerd, is dit alleen mogelijk voor bedrijfsmiddelen die u individueel kunt administreren. Concreet betekent dit dat u het voorbehoud alleen kunt maken voor grote activa, zoals een bedrijfspand, machines en duurzame installaties.

Bij voorraad voorbehoud niet mogelijk

Een voorbehoud voor bijvoorbeeld uw voorraad is over het algemeen niet mogelijk. Als er sprake is van een voorraad bestaande uit vele kleine producten worden deze niet individueel geadministreerd en is het ook onmogelijk om vast te stellen wanneer er een stille reserve die hierin aanwezig is wordt gerealiseerd. Als u een voorbehoud voor stille reserves maakt is het belangrijk om vast te stellen hoe groot deze stille reserve is op het moment van het aangaan van het samenwerkingsverband. Het deel dat namelijk is aangegroeid voor het samenwerkingsverband komt toe aan u. Het deel dat aangroeit tijdens het samenwerkingsverband komt toe aan de vennootschap onder firma en moet verdeeld worden tussen u beiden. Ten aanzien van de goodwill is dit ook van toepassing. In de samenwerkingsovereenkomst moet u dus een clausule opnemen waarin u vastlegt hoe groot de stille reserves per bedrijfsmiddel zijn alsmede de aanwezige goodwill. Deze waardering moet uiteraard plaatsvinden per de datum van het aangaan van het samenwerkingsverband.

Buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen

Een tweede manier om bij het aangaan van een samenwerkingsverband overdrachtswinst en herwaarderingswinst te voorkomen is door middel van zogenoemd buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen. In dat geval moet u het bedrijfsmiddel waarop een stille reserve rust niet inbrengen, maar ter beschikking stellen aan de vennootschap onder firma. U brengt dus het genot in of verhuurt het bedrijfsmiddel aan de vennootschap.

Genot bedrijfsmiddel inbrengen

Onder zakelijke verhoudingen zult u voor deze terbeschikkingstelling een tegenprestatie overeenkomen. Voor de IB is het niet van belang of u het bedrijfsmiddel verhuurt of het genot ervan inbrengt. In beide gevallen zal moeten worden beoordeeld of het bedrijfsmiddel tot het ondernemingsvermogen of uw privévermogen behoort. In de meeste gevallen zal er sprake zijn van fiscaal ondernemingsvermogen. Het ondernemingsvermogen van u als inbrenger bestaat dan enerzijds uit uw aandeel in de vennootschap onder firma en anderzijds uit de volle waarde van het buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen. De vergoeding die u ontvangt voor het ter beschikking stellen van het bedrijfsmiddel maakt fiscaal altijd onderdeel uit van de winstverdeling tussen u en de andere vennoot/vennoten. Zodoende wordt deze ontvangst onderdeel van de winst uit onderneming van u of de desbetreffende vennoot.

Buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen

Een voorbeeld van buitenvennootschappelijk vermogen: Erik, Jan en Patricia gaan samen een vof in de makelaardij aan. Alle drie brengen ze hun oude onderneming in. Erik beschikt over een bedrijfspand in volle eigendom. Er wordt besloten om vanuit dit pand gezamenlijk aan de slag te gaan. Omdat er een zeer forse stille reserve op dit pand rust, stelt Erik het ondernemingspand ter beschikking aan het samenwerkingsverband. Hij brengt daarom het genot van het bedrijfsmiddel in en ontvangt hiervoor een vergoeding van € 35.000 per jaar. Verder is iedere vennoot gerechtigd tot een derde deel van de winst. In het eerste jaar bedraagt de winst van de vof vóór de vergoeding voor het gebruik van het pand € 215.000.

Kostenpost

Van de jaarwinst van € 215.000 gaat eerst € 35.000 naar Erik als vergoeding voor het inbrengen van het genot van het pand. Het restant, € 180.000, wordt onder alle vennoten verdeeld overeenkomstig de eerder vastgestelde winstverdeling. Dus ontvangt iedere vennoot hieruit 1/3 x € 180.000 = € 60.000. In totaal ontvangt Erik dus een winstaandeel van € 95.000.

Verhouding vennoten speelt een rol

Bij het inbrengen van een onderneming in een samenwerkingsverband spelen de onderlinge verhoudingen tussen de vennoten een belangrijke rol. In de praktijk komt het vaak voor dat de ene ondernemer veel meer inbrengt dan de andere. Omdat voorkomen moet worden dat u direct moet afrekenen over de meerwaarden die aanwezig zijn in de onderneming kan dit verschil in de vof niet worden opgelost door een verschil in creditering. Dit zou namelijk belastingheffing met zich meebrengen. Zodoende moeten de vennoten een andere wijze zien te vinden waarop ze dit verschil kunnen rechttrekken.

Inbrengen tegen boekwaarde

Meest voor de hand liggend is de zogenaamde betaling buiten de boeken om. In dit geval brengen u en de andere ondernemer( s) uw en zijn (hun) onderneming tegen boekwaarde in. Voor het verschil moet u de ander buiten de vennootschap om compenseren. Maar deze methode is achterhaald door een arrest van de Hoge Raad uit 2014.

Ingroeiregeling bij familieonderneming

Vooral bij familieondernemingen wordt in de praktijk dan vaak gekozen voor een soort ingroeiregeling. Bij deze ingroeiregeling vindt inbreng plaats tegen boekwaarde. U en de andere ondernemer worden gerechtigd tot de helft van de stille reserves (bij twee ondernemers!). Maar als u degene bent die het meeste inbrengt moet u natuurlijk gecompenseerd worden. U krijgt dan in het begin een groter winstaandeel. U bedingt dus een groter winstaandeel dan u volgens uw arbeidsprestaties verdient. De andere vennoot betaalt met andere woorden geleidelijk voor zijn aandeel in de stille reserves en goodwill. Bij deze constructie wordt geen overdrachtswinst gerealiseerd.

Hoger winstaandeel

Doordat u als meestinbrenger een hoger winstaandeel krijgt, betaalt u in de komende jaren de belastingheffing over de overdracht in delen. Een ingroeiregeling kan uiteindelijk ook leiden tot een volledige bedrijfsoverdracht.