VERDIEPINGSARTIKEL

Van VPB-onderneming naar IB-onderneming met de terugkeerfaciliteit

Drijft u nu uw onderneming in de vorm van een bv dan kan het soms fiscaal voordeliger zijn om weer ‘back to basic’ te gaan oftewel terug naar een IB-onderneming.

Net als de mogelijkheid van de geruisloze omzetting van uw IB-onderneming naar de bv bestaat er ook een soort van omgekeerde versie. U kunt bij een terugkeer naar de IB-onderneming namelijk een beroep doen op de terugkeerfaciliteiten.


16 april 2021 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Veel ondernemers hebben hun onderneming voor de IB ingebracht in een bv omdat ze met hun hoge winsten dan veel minder belasting hoefden te betalen. Maar het kan natuurlijk zo zijn dat die winsten tegenvallen en dan kan het voordeliger zijn om weer ondernemer voor de IB te worden.

U kunt dan natuurlijk ook weer gebruik gaan maken van alle ondernemingsfaciliteiten die de wet IB herbergt zoals de zelfstandigenaftek en mkb-winstvrijstelling. Ook kunt u daarbij van de zogenoemde terugkeerfaciliteiten gebruikmaken.

Let er wel op dat u met een onderneming voor de IB weer met uw hele privévermogen aansprakelijk bent voor schulden die uw onderneming maakt.

Vennootschap omzetten in IB-onderneming

U kunt bij terugkeer een beroep doen op de zogenaamde terugkeerfaciliteit. Deze geeft u de mogelijkheid om een onderneming die in de vorm van een bv (of nv) wordt geëxploiteerd, op verzoek en onder bepaalde voorwaarden, fiscaal geruisloos en dus belastingvrij om te zetten in een onderneming die onder de IB valt. U betaalt dan dus geen belasting over de aanwezige stille en fiscale reserves en eventueel goodwill.

U kunt van deze faciliteit gebruikmaken als u aan een flink aantal voorwaarden voldoet waarvan de belangrijkste zijn:

  • De belastingplichtige moet rechtstreeks (dus niet via een holding-bv) de aandelen of winstbewijzen houden van de bv die wordt ontbonden en omgezet in een onderneming voor de IB.
  • Alle aandeelhouders van de bv moeten natuurlijke personen zijn. Een bv/aandeelhouder moet dus eerst haar aandelen verkopen aan een natuurlijk persoon voordat de terugkeerreserve kan worden toegepast.
  • U moet onder omstandigheden een (positieve of negatieve) terugkeerreserve vormen, om daarmee ervoor te zorgen dat de belastingclaim die u op de fiscus heeft of de fiscus op u hetzelfde blijft. De terugkeerreserve moet u stellen op de helft van het vervreemdingsvoordeel dat voor de heffing buiten aanmerking blijft, na het eerst te hebben verminderd met het bedrag zoals dat in de volgende voorwaarde is opgenomen. Leidt deze berekening tot een positief bedrag, dan is er dus sprake van een positieve terugkeerreserve die u op uw balans opneemt. Ontstaat er een negatief bedrag, dan mag u een negatieve terugkeerreserve op uw balans opnemen ter grootte van de helft van het negatieve bedrag.
  • Het bedrag waarmee het vervreemdingsvoordeel wordt verminderd moet u stellen op 85% van de winst die voor de heffing van de VPB buiten aanmerking blijft, voorzover deze winst is toe te rekenen aan het aandeel van de belastingplichtige in de vennootschap.
  • De omvang van de terugkeerreserve wordt door de inspecteur vastgesteld bij een voor bezwaar vatbare beschikking.
  • U moet de bv ontbinden. De bv mag dus niet blijven bestaan.
  • Lijfrenteverplichtingen moet u in principe afstorten bij een verzekeringsmaatschappij. Dit geldt ook voor pensioenverplichtingen.
  • De faciliteit geldt niet voor vermogensbestanddelen die na de omzetting tot het verplichte privé-vermogen gaan behoren van de voortzetters. Over verplicht privé-vermogen moet u dus wel afrekenen.
  • De onderneming moet worden voortgezet met dezelfde boekwaarden als bij de bv.
  • Er geldt een vrijstelling gelden voor de overdrachtsbelasting (onroerende zaken).

Terugkeerreserve opnemen in winst

Een positieve (of negatieve) terugkeerreserve moet u uiterlijk bij staking van de onderneming in de winst opnemen en vormt een extra winst of extra aftrekpost. Bij staking van (een gedeelte) van de voortgezette onderneming zult u een evenredig gedeelte van de terugkeerreserve in de winst moeten opnemen.

Omdat de bv als IB-onderneming voortgezet moet worden, mag u de faciliteit niet toepassen als het de bedoeling is de onderneming direct daarna over te dragen of te staken. Een voortzettingstermijn van drie jaar is in de rechtspraak inmiddels als voldoende aangegeven.

Vrijstelling van overdrachtsbelasting bij onroerende zaken

Voor de overdrachtsbelasting geldt een vrijstelling bij overgang van onroerende zaken in het kader van de geruisloze terugkeer. Voorwaarde is wel dat de onroerende zaken deel uit gaan maken van het (verplichte) ondernemingsvermogen van de voortzettende aandeelhouder.

Ook moet de onroerende zaak ten minste drie jaar tot het ondernemingsvermogen blijven behoren. Bij verkoop van die onroerende zaak binnen drie jaar bent u alsnog overdrachtsbelasting verschuldigd.

Intentie tot voortzetting

Voor de toetsing van de voortzettingsbedoeling kijkt de fiscus naar de omstandigheden op het moment van het ontbindingstijdstip. Als u op dat moment echt de intentie had tot voortzetting van de onderneming, kan de faciliteit van toepassing blijven, ook als de onderneming door onverwachte omstandigheden kort daarna toch wordt gestaakt.

Geruisloze terugkeer bij holdingstructuur

Door het vereiste van natuurlijke personen als aandeelhouders lijkt het erop dat een geruisloze terugkeer met een holdingstructuur niet mogelijk is. Om bij een holdingstructuur toch een geruisloze terugkeer toe te kunnen passen zijn er twee mogelijkheden.

De eerste is verkoop van de aandelen in de werkmaatschappij door de holding aan de aandeelhouder(s). De tweede mogelijkheid is een juridische fusie tussen de holding en de werkmaatschappij.

Ruisende omzetting bv

Maakt u toch geen gebruik van de geruisloze terugkeer, dan moet u afrekenen over de stille en fiscale reserves, en eventuele goodwill, in de VPB. Als u kiest voor liquidatie van de bv moet u ook afrekenen over het aanmerkelijk belang in de bv.

Daarnaast moet u bij de ruisende terugkeer ook rekening houden met mogelijke desinvesteringsbijtellingen en/of heffing van overdrachtsbelasting en eventueel winst op een aan de bv ter beschikking gesteld vermogensbestanddeel.

Verliesverrekening naar voortzettende aandeelhouder

Beschikt de bv nog over voorwaarts verrekenbare verliezen, dan gaan die verrekenbare verliezen naar de voortzettende aandeelhouder(s) voor 15/42e deel van die verliezen.

Deze verliezen kunnen echter alleen worden verrekend met winsten behaald door de aandeelhouder(s) met de voortgezette onderneming. De voortzettende aandeelhouder kan het verlies niet verrekenen met ander inkomen uit box 1 van de IB.

Verzoek voor geruisloze terugkeer

De bv moet een verzoek indienen voor toepassing van de geruisloze terugkeer. In dit verzoek moeten onder andere de gegevens van de bv en die van de aandeelhouders worden doorgegeven. En als er voorwaarts verrekenbare verliezen zijn moet u dit ook opnemen.

Een verzoek om toepassing van de geruisloze terugkeer kunt u uiterlijk tot het moment waarop de aanslagen en daaruit voortvloeiende fiscale gevolgen onherroepelijk zijn geworden, indienen.

U moet de intentieverklaring uiterlijk op 30 september aan de Belastingdienst hebben verstuurd

Verklaren overgangstijdstip

Het is ook mogelijk dat het overgangstijdstip ligt vóór het tijdstip waarop u het terugkeerbesluit heeft genomen. Als dit tijdstip ligt voor de civielrechtelijke overdracht van de onderneming door de bv aan de voortzettende aandeelhouder moeten de bv en de aandeelhouder schriftelijk verklaren welk overgangstijdstip zij in aanmerking willen nemen.

Is dit aan het begin van het boekjaar, dan moet u uiterlijk op 30 september van het boekjaar de intentieverklaring/voorovereenkomst geruisloze terugkeer aangetekend aan de Belastingdienst hebben verstuurd.

Redenen voor afwijzing

De inspecteur zal uw verzoek afwijzen als het niet op tijd is ingediend. Hij zal dit ook doen als niet alle aandeelhouders natuurlijke personen zijn of zij niet allemaal de onderneming voortzetten.

Een verzoek van een bv die geen materiële onderneming drijft zal de Belastingdienst ook afkeuren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een beleggings-bv. Er volgt ook een afwijzing als de geruisloze terugkeer onderdeel uitmaakt van een geheel van rechtshandelingen gericht op de overdracht of liquidatie van de onderneming.

Complexe regeling met voordelen

De regeling lijkt door de vele voorwaarden complex, toch biedt de regeling zeker een aantal voordelen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het niet langer van toepassing zijn van de gebruikelijkloonregeling en de mogelijkheid om onroerende zaken zonder de betaling van overdrachtsbelasting naar privé te halen (zie het kader linksboven).