VERDIEPINGSARTIKEL

Verschillen in belastingdruk IB-ondernemer, werknemer en dga

Het kabinet heeft een berekening laten maken van de verschillen in belastingdruk tussen werknemers, IB-ondernemers en dga’s. Hierbij zijn natuurlijk wel een flink aantal aannames gedaan maar het onderzoek geeft u wel een duidelijk beeld van de verschillen, die flink uiteenlopen. De werknemer is hierbij wel de onderliggende partij.


7 september 2021 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Er bestaat bij het kabinet al een hele tijd de wens om de verschillen in belastingdruk tussen werknemers, IB-ondernemers en dga’s te verkleinen. Vooral het verschil tussen werknemer en IB-ondernemer is een doorn in het oog van de overheid.

De opkomst van het aantal zzp’ers heeft deze discussie alleen nog maar meer onder druk gezet. Zelfstandigen betalen namelijk een stuk minder belasting dan werknemers.

Om deze stelling kracht bij te zetten heeft de staatssecretaris van Financiën een onderzoek laten doen naar de belastingdruk van de diverse groepen. Hierbij heeft hij natuurlijk wel met een aantal aannames moeten werken.

Bij de vergelijking van de gemiddelde belastingdruk voor werknemers, IB-ondernemers en dga’s zijn de volgende aannames gemaakt:

  • De belastingplichtige is alleenstaand en heeft geen kinderen.
  • Hij heeft geen recht op hypotheekrenteaftrek of andere aftrekposten.
  • De IB-ondernemer heeft recht op de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling.
  • De belastingplichtige heeft geen recht op huurtoeslag. De zorgtoeslag is wel in de berekeningen meegenomen.

Bij de dga wordt een deel of de hele winst van de bv als gebruikelijk loon uitgekeerd en belast in box 1. De pensioenpremies en de premies voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering verlagen dit box 1-inkomen Bij hogere winsten stijgt het gebruikelijk loon en wordt ook een deel als winst van de bv beschouwd. Na de VPB-heffing wordt dat deel volledig als dividend uitgekeerd en belast in box 2.

Belastbaar inkomen

Het belastbaar inkomen van de werknemer is gelijk aan zijn bruto-inkomen na vermindering met het werknemersdeel van de pensioenpremie.

Voor de IB-ondernemer is het belastbaar inkomen gelijk aan de winst na vermindering met de zelfstandigenaftrek, de mkb-winstvrijstelling, de reservering/premie voor een oudedagsvoorziening (oudedagsreserve/lijfrente) en de premie voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Verlaging van de zelfstandigenaftrek vanaf dit jaar

Vanaf 1 januari 2021 is er al een daling van de zelfstandigenaftrek ingezet. Vanaf dit jaar tot en met 2027 zal de zelfstandigenaftrek met € 360 per jaar worden verlaagd, in 2028 met € 390 en in de jaren hierna met € 110 totdat deze in het jaar 2036 € 3.240 bedraagt. Dit is dus een eerste stap naar een gelijkere belastingdruk.

De druk voor de IB-ondernemer verandert natuurlijk door deze geleidelijke afbouw. Het verschil met de werknemer wordt hierdoor al een stukje kleiner. Vooral bij bruto-inkomens van werknemers tussen de € 30.000 en € 75.000 neemt het verschil met een kwart tot bijna een derde af.

Uitgangspunten premies berekening

Daarnaast is ervan uitgegaan dat de IB-ondernemer en de dga de Zvw-premie voor zelfstandigen (5,75% in 2021) uit hun netto-inkomen betalen. Zij gebruiken dit inkomen ook voor een reservering voor werkloosheid of ziekte.

Daarbij is gerekend met een bedrag van 50% van de totale premie die een werkgever betaalt voor een werknemer. Maar er is geen rekening gehouden met eventueel verschuldigde belasting in box 3 over de reserveringen.

Ook is aangenomen dat de IB-ondernemer of dga een bedrag spaart of premie betaalt voor zijn oudedagsvoorziening dat gelijk is aan de som van het werkgevers- en werknemersdeel bij de werknemer. Voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering is het bedrag voor de IB-ondernemer of dga gelijk aan de premie die de werkgever betaalt voor de werknemer.

Uit de berekening blijkt dat bij een bruto-inkomen van rond de € 10.000 de gemiddelde belastingdruk voor werknemers op 12,8% uitkomt. Voor IB-ondernemers en dga’s is deze druk 3,6% respectievelijk 8,6%.

Het hoogste inkomen waarvoor een berekening van de belastingdruk is gemaakt is € 200.000. Voor werknemers is de gemiddelde belastingdruk bij dit inkomen 53,8%. Een bruto-inkomen voor werknemers van € 200.000 correspondeert met werkgeverslasten of winst van € 229.056. Daarbij hoort een gemiddelde belastingdruk voor IB-ondernemers en dga’s van 47,8% respectievelijk 48,0%.

Wanneer is het fiscaal voordeliger voor een IB-ondernemer om een bv op te richten

Wanneer is bv oprichten fiscaal voordeliger

Aan de hand van deze berekeningen kan natuurlijk ook het omslagpunt wanneer het fiscaal voordeliger is voor een IB-ondernemer om een bv op te richten worden bepaald. De staatssecretaris heeft aangegeven dat vanaf een winst van ongeveer € 243.000 het oprichten van een bv en dus dga worden fiscaal voordeliger is. Onder dit bedrag is het gunstiger om als IB-ondernemer door te blijven gaan.

Elke persoon anders

De staatssecretaris geeft toe dat in de praktijk de kenmerken en omstandigheden (aannames) bij bijna elke werkende persoon anders zullen zijn. IB-ondernemers en dga’s zijn bijvoorbeeld vaak minder verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Ook bouwen zij minder aan oudedagsvoorziening op.

Aan de andere kant bouwen IB-ondernemers en dga’s vaak vermogen binnen hun onderneming op dat zij bij hun pensionering te gelde kunnen maken. Deze verschillen leiden tot verschillen in de uitkomsten.

De staatssecretaris wil echter niet alle casussen doorrekenen. Hij stelt dat in dat geval verschillen in de uitkomsten ook deels hun oorzaak vinden in de verschillen in omstandigheden. Dat maakt volgens hem de vergelijking minder geschikt.

Sociaal Economische Raad wil minder fiscale voordelen voor de nep-zzp’er

De SER heeft in een ontwerpadvies aangegeven dat Nederland gemiddeld genomen weliswaar een welvarend en gelukkig land is, maar dat er tegelijkertijd sprake is van toenemende ongelijkheid en maatschappelijk ongenoegen.

Zzp'ers met weinig financieel risico

Uit het advies blijkt dat de Raad het wil ontmoedigen dat mensen uit financiële overwegingen zzp’er worden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de verpleegkundige of de IT’er die ontslag neemt en zich daarna door het ziekenhuis/IT-bedrijf weer laat inhuren.

Deze groep van zzp’ers is de laatste tijd flink gegroeid en komt ook in aanmerking voor de fiscale voordelen die het zijn van een zelfstandige met zich meebrengt terwijl ze eigenlijk nog gewoon een soort van werknemer zijn. Deze groep loopt ook weinig tot geen financieel risico in tegenstelling tot de slager of bakker om de hoek die ook gewoon zelfstandige is.

Om dit aan te pakken moet de zelfstandigenaftrek worden afgebouwd (dit is reeds gaande) in samenhang met de overige maatregelen die de bescherming van zelfstandigen verbeteren. Hiervoor in de plaats moeten dan fiscale faciliteiten komen voor zelfstandig ondernemers die echt risico lopen doordat ze eigen investeringen hebben gedaan.