Kleine inleners moeten ook meebetalen

Bij het inlenen van arbeidskrachten kunt u te maken krijgen met de inlenersaansprakelijkheid. U draait dan op voor de belastingschulden van de uitlener. De rechter heeft onlangs aangegeven dat de fiscus dan alle inleners aansprakelijk moet stellen. Er mag geen onderscheid worden gemaakt tussen de grote inleners die wel voor de belastingschulden moesten opdraaien en de kleine inleners die werden ontzien.

21 mei 2015 | Door redactie

In deze zaak draaide het om X bv die door de ANWB was ingehuurd om een magazine te maken. Op zijn beurt huurde die bv weer een aantal werknemers van A bv  in om de opdracht uit te kunnen voeren. Na een jaar trok de ANWB de opdracht weer in. Toen bleek dat A bv tijdens de inleenperiode te weinig BTW en loonheffingen had afgedragen. A bv had in totaal 58 inleners, en de Belastingdienst besloot op basis van de inlenersaansprakelijkheid de openstaande belastingschuld bij hen in te vorderen.

Kleine inleners werden bevoordeeld 

Na onderzoek bleek dat er alleen maar geld te halen viel bij 35 inleners. De rest was intussen failliet of gestopt. Ook gingen een aantal inleners vrijuit omdat het bedrag dat de fiscus bij hen wilde invorderen lager was dan € 5.000, en dat zou op basis van een kosten-batenanalyse bij de fiscus niet rendabel zijn. X bv kreeg wel een naheffingsaanslag, maar stapte daarop naar de rechter. Daar betoogde de bv dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden, aangezien alleen de grote inleners aansprakelijk waren gesteld. Het gerechtshof stelde bv in het gelijk. Een bedrag van € 5.000 is op zichzelf geen verwaarloosbaar bedrag en de fiscus had door deze grens de kleine inleners bevoordeeld. Volgens het gerechtshof kon de Belastingdienst niet overtuigend aantonen waarom dit in dit geval nodig was.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 7 mei 2015, ECLI (verkort): 3263