Nieuwe SNA-normen door invoering Wet DBA

Door het vervallen van de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) zijn ook de normen van de Stichting Normering Arbeid (SNA) aangepast. Als uw organisatie iemand inleent van een uitzendbureau of (onder)aannemer met het SNA-keurmerk, loopt zij onder voorwaarden geen risico op aansprakelijkstelling door de Belastingdienst.

13 mei 2016 | Door redactie

De normen om een SNA-keurmerk te krijgen, zijn onlangs aangepast in verband met de invoering van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties. Om te voorkomen dat uw organisatie de dupe wordt van inlenersaansprakelijkheid of ketenaansprakelijkheid, kan uw organisatie zaken doen met uitzendbureaus en onderaannemers die dit SNA-keurmerk hebben. Deze partijen worden doorgaans twee keer per jaar gecontroleerd door de SNA en voldoen aan hun financiële verplichtingen.

Nieuwe normen bevatten goedgekeurde overeenkomst

De twee normen die de SNA hanteert, zijn de NEN 4400-1 en de NEN 4400-2. Deze NEN-normen zijn zo aangepast dat de VAR er niet meer in voorkomt. In plaats van de bepalingen over de VAR zijn er nu bepalingen opgenomen over goedgekeurde overeenkomsten. Een organisatie krijgt dus alleen een SNA-keurmerk als zij overeenkomsten afsluit die door de Belastingdienst zijn goedgekeurd en er daadwerkelijk volgens die (model)overeenkomst wordt gewerkt.

G-rekening biedt ook zekerheid

Er zijn nog wel wat vraagtekens bij het keurmerk. Doet uw organisatie zaken met een uitzendbureau of onderaannemer zonder SNA-keurmerk, dan is inleners- en ketenaansprakelijkheid alleen te voorkomen door een deel van het factuurbedrag te storten op een g-rekening. De Belastingdienst kan dan niet meer bij uw organisatie aankloppen voor niet betaalde loonheffingen of BTW. Uw organisatie kan ook het vijfstappenplan volgen, maar dat biedt geen zekerheid.