Flexibele werknemer na twee jaar vast contract

Volgens de plannen van het kabinet gaat het arbeidsrecht in 2015 op de schop. Daarmee moeten flexibele werknemers een betere positie krijgen. Uit de Miljoenennota blijkt ook dat het de bedoeling is om de verschillen tussen vaste en flexibele werknemers te verkleinen. Dat moet gebeuren door een verkorting van de ketenbepaling, het tegengaan van schijnconstructies en het omzetten van de ontslagvergoeding in een transitiebudget.

20 september 2013 | Door redactie

Het kabinet wil onder meer voorkomen dat werkgevers werknemers te lang in dienst houden op basis van flexibele contracten. De sociale partners regelden in het sociaal akkoord dat de ketenbepaling wordt verkort, waardoor werknemers straks al na twee jaar een vast contract krijgen. Nu is dat na drie tijdelijke contracten of na een periode van drie jaar. Ook mag er geen proeftijd staan in een arbeidsovereenkomst van zes maanden of korter. Opvolgende arbeidsovereenkomsten waar minder dan zes maanden (nu drie maanden) tussen zit, tellen gewoon mee in de keten.

Wijziging van het ontslagrecht

Om de balans tussen vast en flexibel werk te herstellen, is ook aanpassing nodig van de bescherming die werknemers met een vast contract hebben. Daarvoor is een wijziging van het ontslagrecht nodig. Zo wil het kabinet de ontslagvergoeding omzetten in een zogenoemd transitiebudget. Dat budget moet een werknemer inzetten voor scholing of van werk-naar-werkbegeleiding om zo de kans op een nieuwe baan te vergroten.

Onderbetaling en uitbuiting van werknemers

In 2014 komt € 2 miljoen beschikbaar om schijnconstructies te bestrijden. Het kabinet wil schijnconstructies aanpakken, omdat die onder andere leiden tot onderbetaling en uitbuiting. Denk ook aan een vaste werknemer die na zijn ontslag hetzelfde werk uitvoert als schijnzelfstandige (flexibele werknemer). Door middel van schijnconstructies kunnen werkgevers voorkomen dat ze het minimumloon moeten betalen door werknemers veel langer te laten werken voor dit minimumloon dan is toegestaan. Vermoedt uw OR dat de organisatie gebruikmaakt van schijnconstructies, dan kunt u dit probleem voorleggen aan de bestuurder of naar de Inspectie SZW stappen.