Het verschil: werk onderbreken en werk weigeren

Is sommige situaties kan het nodig zijn het werk stil te leggen. Het is echter niet toegestaan om werk te weigeren. De arbeidsomstandigheden bepalen wanneer de werknemer bevoegd is om het werk te onderbreken. Dat mag alleen bij acuut gevaar.

16 februari 2018 | Door redactie

Niet alleen Inspectie SZW, maar ook werknemers hebben het recht om het werk te onderbreken. Dit mag echter alleen bij zeer onveilige arbeidsomstandigheden waarbij sprake is van direct gevaar voor personen en waarbij hij niet kan wachten op de inspectie. De werknemer mag dit doen zolang als de gevaarlijke situatie voortduurt. Dit is geregeld in artikel 29 van de Arbowet. Het is aan ‘het redelijke oordeel’ van de werknemer om de ernst van het gevaar in te schatten. Hij mag door de werkonderbreking niet worden benadeeld. Als de werknemer terecht het werk heeft onderbroken, krijgt hij gewoon zijn loon doorbetaald.

Werknemer moet werkonderbreking direct melden

Het kan voorkomen dat de werkgever van mening is dat de werknemer de situatie onjuist heeft ingeschat en dus ten onrechte het werk heeft onderbroken. In dat geval is het aan de werkgever om te bewijzen dat dit zo is. Heeft de werknemer het werk stilgelegd zonder de werkgever of een bevoegde leidinggevende te raadplegen, dan moet hij dit wel onmiddellijk melden. De onderbreking moet ook zo snel mogelijk worden gemeld bij Inspectie SZW. Die moet vervolgens bepalen of en wanneer het werk mag worden hervat. De bevoegdheid van de werknemer om het werk te onderbreken, eindigt hiermee.

Risicovolle werkzaamheden stilleggen

Ook Inspectie SZW kan optreden bij een ernstige overtreding of gevaar. Zij kan de volgende maatregelen nemen:

  • Een eis stellen tot naleving van de wet (Arbowet, artikel 27). De werkgever krijgt de kans om de situatie te verbeteren. Gebeurt dat niet, dan kan een boete volgen.
  • Stillegging van het werk (Arbowet, artikel 28). De omstandigheden leveren direct gevaar op voor personen. De inspecteur kan risicovolle werkzaamheden stilleggen, maar ook ruimtes en werkplekken afsluiten. Is er geen gevaar meer, dan trekt de inspecteur dit bevel weer in.
  • Als de werkgever niet meewerkt aan het onderzoek van Inspectie SZW, kan deze bestuursdwang toepassen. De stillegging kan bijvoorbeeld verlengd worden.

WERK ONDERBREKEN: er is sprake van acuut gevaar voor personen. De werknemer houdt recht op loon gedurende de tijd van de werkonderbreking. 

WERK WEIGEREN: de werknemer verricht opzettelijk geen arbeid terwijl daar geen goede reden voor is. Er is bijvoorbeeld sprake van een geringe onveiligheid die de werknemer zelf eenvoudig kan oplossen. De werknemer krijgt geen loon doorbetaald.