Als OR niet instemt, kan kantonrechter toestemming geven

Als een bestuurder de dienstroosters van werknemers wil wijzigen, moet hij de ondernemingsraad (OR) hiervoor om instemming vragen. Stemt de OR niet in, dan kan hij de bestaande werkroosters niet aanpassen. Tenzij de rechter plaatsvervangend toestemming geeft. Dit laatste gebeurde onlangs bij de Amsterdamse brandweer.

4 november 2019 | Door redactie

De ondernemingsraad heeft instemmingsrecht als de bestuurder een regeling op het gebied van de werk- en rusttijden van de werknemers wil invoeren, wijzigen of afschaffen. Dit recht is vastgelegd in artikel 27, lid 1b van de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Wil een bestuurder de werk- en rusttijden anders gaan indelen, dan moet hij zijn voorgenomen besluit eerst voorleggen aan de OR. Zo’n verzoek kreeg de OR van de Amsterdamse brandweer eerder dit jaar.

OR weigerde instemming met roosterwijziging

De korpsleiding van de Amsterdamse brandweer was van plan om vanaf 2020 de diensten van werknemers en opleidingen per kwartaal te gaan inroosteren in plaats van per jaar. Inroostering per kwartaal zou de organisatie flexibeler maken en het veelvuldige ruilen van diensten terugdringen. De OR weigerde in te stemmen met deze aanpassing. De raad was van mening dat de korpsleiding het belang van de voorgenomen wijziging onvoldoende had aangetoond. Hierop stapte de korpsleiding naar de kantonrechter voor plaatsvervangende toestemming.

Korpsleiding heeft besluit in overlegtraject met OR onvoldoende onderbouwd

De kantonrechter oordeelde onlangs dat de korpsleiding het belang van de roosterwijziging wel degelijk voldoende had aangetoond en gaf de leiding toestemming om deze wijziging door te voeren. De rechter gaf de leiding echter geen toestemming om blokken van 9 uur in te roosteren voor sommige indirecte werkzaamheden. De rechter was het met de OR eens dat de leiding dit besluit in het overlegtraject met de OR onvoldoende had toegelicht en onderbouwd.

Bron: Rechtbank Amsterdam, 18 oktober 2019, ECLI (verkort): 7770