Geen instemmingsrecht bij ‘in overleg met OR’

Zorg dat de afspraken die uw OR met de bestuurder maakt altijd juist zijn geformuleerd. Dat voorkomt een hoop onduidelijkheid. Ook in veel cao’s is niet altijd duidelijk of er instemmings- of adviesrecht van toepassing is. Zo blijkt uit een rechtszaak dat de formulering ‘in overleg treden met de OR’ niet leidt tot instemmingsrecht van de OR. In een ondernemingsovereenkomst met de bestuurder kunt u extra bevoegdheden vastleggen én onduidelijke formuleringen ophelderen.

20 februari 2015 | Door redactie

Na een fusie van twee woningbouwverenigingen, kregen de werknemers van de ene vereniging een dertiende maand uitgekeerd en de werknemers van de andere vereniging niet. De bestuurder en de OR hebben toen gekozen voor een overgangsregeling. Voor een periode van vijf jaar kwam er een eindejaarsuitkering voor iedereen. Na afloop van die periode zou met de OR in overleg worden getreden. Toen de woningbouwverenging de eindejaarsuitkering stopzette, vond de OR dat zijn instemmingsrecht van toepassing was en wilde dat de oude prestatietoeslagregeling in ere werd hersteld.

Terminologie in cao geldt niet voor afspraak tussen OR en bestuurder

De bestuurder en de OR stapten samen naar de rechter om duidelijkheid te krijgen. In de afspraak die in het verleden was gemaakt stond dat er met de OR in overleg moest worden getreden. Volgens de OR betekende dit dat de regeling instemmingsplichtig was, aangezien er in de cao ook stond dat als de term ‘in overleg’ wordt gebruikt er sprake kan zijn van instemmings- of adviesrecht. De kantonrechter vond echter dat de terminologie uit de cao niet kon worden toegepast op deze afspraak die tussen bestuurder en OR was overeengekomen en niet voortkwam uit de cao.

Geen mogelijkheid om terug te keren naar de oude regeling

Vóór de eindejaarsuitkering was er een tijdelijke prestatietoeslagregeling voor de werknemers. Die was ingesteld ter compensatie van de eerdere dertiende maand en gold ook voor de werknemers van de woningbouwvereniging die geen dertiende maand ontvingen. Dit ging duidelijk om een overgangsregeling en daardoor bestond de regeling nu niet meer. De OR had toen ook niet de mogelijkheid opgenomen om terug te kunnen keren naar deze regeling.
De kantonrechter oordeelde dat de OR geen instemmingsrecht had en de werknemers raakten hun eindejaarsuitkering kwijt.
Rechtbank Amsterdam, 1 december 2014, ECLI (verkort): 8279