Oneigenlijke argumenten om instemming OR te omzeilen

Het instemmingsrecht van de ondernemingsraad (OR) kan bestuurders wel eens een doorn in het oog zijn. Sommige bestuurders kiezen er dan voor om het instemmingsrecht te omzeilen. Het is dan aan de OR om aan de bel te trekken en het instemmingsrecht alsnog op te eisen.

14 juli 2021 | Door redactie

In artikel 27 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) is duidelijk beschreven wat onder het instemmingsrecht valt. Het instemmingsrecht verplicht een bestuurder om bepaalde voorgenomen besluiten eerst voor te leggen aan de OR. Zonder instemming van de OR, kan de bestuurder zijn plannen niet uitvoeren. Hij kan dan alleen nog vervangende toestemming via de kantonrechter proberen te krijgen. Sommige bestuurders kiezen er daarom voor om de OR te passeren en de besluiten door te voeren zónder de OR om instemming te vragen. Het is dan aan de OR om de bestuurder erop te wijzen dat het instemmingsrecht van toepassing is.  

OR moet argumenten bestuurder om instemming te omzeilen weerleggen

Eist de OR het instemmingsrecht op, dan is de kans groot dat de bestuurder één van de onderstaande argumenten aandraagt om aan te tonen dat het instemmingsrecht niet van toepassing zou zijn en dat hij de OR dus terecht niet geraadpleegd heeft. Het is dan aan de OR om deze argumenten te weerleggen:

  • Dat bepaalt de cao.
    Een inhoudelijke cao-regeling kan het instemmingsrecht van de OR beperken (artikel). Vaak regelt de cao het betreffende onderwerp echter alleen in algemene zin. Het is dan aan de bestuurder om die regeling concreet in te vullen voor de eigen organisatie. Die uitwerking valt wél onder het instemmingsrecht.
  • Uitzondering bevestigt de regel.
    Bij een eenmalige afwijking is er geen sprake van een wijziging van een regeling. Meerdere eenmalige afwijkingen kunnen er echter op duiden dat de bestuurder de regeling sluipend wijzigt. Dit valt onder het instemmingsrecht!
  • De regeling bestond al.
    Als de bestuurder een tot dusver consequent uitgevoerd beleid op papier vastlegt, is dat op zich geen wijziging van een regeling. Vaak betekent het vastleggen wel een aanscherping van een regeling. De OR kan dan de schriftelijke regeling nauwkeurig vergelijken met de tot dusver gevolgde praktijk en eventuele verschillen bij de bestuurder aankaarten.
  • Het geldt niet voor iedereen.
    Het instemmingsrecht is beperkt tot het vaststellen, wijzigen of intrekken van regelingen voor groepen werknemers. Dat betekent dat een afzonderlijk besluit voor één of enkele werknemers niet instemmingsplichtig is. Als er sprake is van een te onderscheiden categorie of groep werknemers – ook al zijn dat er maar een paar – is het een regeling.