VERDIEPINGSARTIKEL

Gezonde en veilige arbeidsomstandigheden beginnen bij de RI&E en de OR

Uw bestuurder moet zorgen dat alle werknemers gezond en veilig kunnen werken (artikel 3, lid 1 van de Arbeidsomstandighedenwet). Eén van de instrumenten die de bestuurder moet inzetten om aan deze zorgplicht te voldoen, is de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Bij de RI&E hoort een plan van aanpak. Bij beide documenten speelt de OR een belangrijke rol.


4 augustus 2020 6 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


De RI&E is het belangrijkste document voor goed arbobeleid in elke organisatie. In de RI&E staat welke risico’s werknemers in uw organisatie lopen (de inventarisatie) en hoe ernstig die risico’s zijn (de evaluatie). Bij de RI&E hoort altijd een plan van aanpak, waar in staat welke maatregelen uw organisatie neemt om de risico’s weg te nemen of te verminderen.

De rechten van de OR bij de RI&E

Op grond van artikel 27 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) heeft de OR instemmingsrecht bij het opstellen of wijzigen van de RI&E. Dit betekent dat uw bestuurder uw instemming nodig heeft voor de RI&E die hij opstelt. Ook instemming met het plan van aanpak is noodzakelijk. Daarom is het wel zo handig als uw bestuurder uw OR vanaf het begin betrekt bij het opstellen van de RI&E. Het ligt immers niet voor de hand dat uw OR zijn instemming onthoudt als u volop heeft kunnen meepraten over de invulling van de RI&E.

Het is ook logisch dat u meepraat, want uw OR heeft de taak om te zorgen voor goede arbeidsomstandigheden. Dit is onderdeel van de stimulerende taken van de OR (artikel 28, lid 1 WOR).

Een derde goede reden voor samenwerking met de OR is uw contact met de achterban. Hierdoor heeft u een goed beeld van wat er speelt op de werkvloer en welke arbeidsrisico’s werknemers lopen. Ook ervaren werknemers vaak een lagere drempel om arbeidsrisico’s bij de OR te melden dan bij de leidinggevende of de werkgever. Een slimme bestuurder maakt van deze meldingen gebruik voor zijn RI&E.

Alle RI&E-rechten van de OR

Als het gaat om de RI&E, heeft uw OR niet alleen het instemmingsrecht (artikel 27, lid 1d WOR). Instemmingsrecht geldt voor de methode voor de uitvoering van de RI&E en de inhoud van het plan van aanpak.

 

Gaat het om het RI&E-rapport en de voortgang van de uitvoering van het plan van aanpak, dan kunt u uw informatierecht (artikel 23, lid 2 WOR) inzetten.

 

Alle onderwerpen die in de RI&E aan bod komen, kunt u via het initiatiefrecht (artikel 23, lid 3 WOR) op de agenda van de overlegvergadering met de bestuurder zetten.

Het doel van de RI&E is het minimaliseren van de arbeidsrisico’s. Dit gebeurt door deze risico’s te inventariseren en de mogelijke gevolgen te evalueren. De evaluatie dient om prioriteiten te bepalen: van welke risico’s is de kans op optreden het grootst?

De inhoud van de RI&E

De hoofdregel is: hoe groter het risico, hoe gedetailleerder het in de RI&E moet staan en hoe hoger het eindigt op de prioriteitenlijst. En van welke risico’s – áls deze optreden – zijn de gevolgen het meest ingrijpend?

Waar mogelijk vergelijkt de bestuurder de ingeschatte risico’s met een bepaalde norm. Dit kan een wettelijke norm zijn, maar ook een richtlijn of een NEN-norm.

Vervolgens staan in het plan van aanpak concrete maatregelen die de risico’s zo veel mogelijk beperken. Ook moet het plan vermelden wie wanneer welke maatregelen neemt. De nadruk ligt hierbij altijd op preventie.

Om een zo groot mogelijke bijdrage te leveren aan de bestrijding van de risico’s die werknemers lopen, moet de RI&E van iedere organisatie in elk geval antwoord geven op de volgende vragen:

  • Hebben zich binnen uw organisatie ooit arbeidsongevallen voorgedaan?
  • Welke zaken kunnen momenteel ongevallen en verzuim veroorzaken?
  • Hoe groot is het risico dat de onder het vorige punt genoemde zaken een ongeval of verzuim veroorzaken?
  • Hoe kan uw organisatie de risico’s of de eventuele schade zo veel mogelijk beperken?
  • Welke concrete maatregelen zijn noodzakelijk om de risico’s zo veel mogelijk te verminderen en hoe moeten deze maatregelen worden uitgevoerd?
  • Wat moet uw organisatie doen om ervoor te zorgen dat deze maatregelen in de toekomst resultaat hebben?

Bij het inventariseren van de risico’s die werknemers lopen, moet uw bestuurder apart aandacht besteden aan de gevaren, risico’s en risicobeperkende maatregelen voor bijzondere groepen werknemers (tool). U kunt dan denken aan jongeren, zwangere vrouwen, ouderen en werknemers met een lichamelijke of verstandelijke beperking. Maar ook aan werknemers die bijvoorbeeld met gevaarlijke machines (tool) of explosieve stoffen werken.

Stel een RI&E-commissie in

Tot zover de wettelijke regels. Maar hoe gaat het nu in de praktijk? Hoewel de werkgever er verantwoordelijk voor is dat zijn organisatie een RI&E heeft, stelt hij die meestal niet zelf op. Doorgaans delegeert hij de uitvoering intern of besteedt deze extern uit, zoals aan de arbocoördinator, de preventiemedewerker of een interne of externe arbodienstverlener.

Preventiemedewerker aan de slag met de RI&E

De wetgeving houdt er eigenlijk al rekening mee dat de werkgever de RI&E niet zelf opstelt.

 

De wet bepaalt dat de preventiewerker de RI&E moet opstellen of de werkgever hierbij in ieder geval moet ondersteunen. Een preventiemedewerker is een ‘gewone’ werknemer die elke organisatie moet aanstellen. Hij houdt zich bezig met het voorkomen (vandaar preventie) van risico’s en gevaren op de werkvloer.

 

De OR heeft instemmingsrecht op de persoon van de preventiemedewerker én op zijn takenpakket (artikel 13, lid 1 van de Arbowet).

Bij uitbesteding aan een externe gecertificeerde arbodienst is het niet meer nodig om de RI&E nog apart te laten toetsen door een gecertificeerde kerndeskundige. 


Ben u lid van de OR in een grote of complexe organisatie, dan kan het verstandig zijn om voor het opstellen van de RI&E een aparte RI&E-commissie in te stellen. Iemand die de RI&E in zijn eentje opstelt, ziet sneller risico’s over het hoofd of schat ze verkeerd in. Zo’n commissie kan zich helemaal richten op de RI&E. Op deze manier kan de commissie deskundig worden op het gebied van de RI&E en de andere OR-leden ontlasten.

De commissie gaat samen met interne en misschien ook externe experts eerst aan de slag met de inventarisatie van de risico’s. Bepaal vooraf welke methode u hiervoor gaat gebruiken.

Betrek daarna de werknemers van de diverse afdelingen zo veel mogelijk bij de evaluatie. Werknemers weten het beste welke risico’s zij lopen. Daarna zet u op een rijtje welke risico’s het grootst zijn en welke u (dus) het eerst moet aanpakken.

Kies voor een pragmatische aanpak

Wees hierbij wel pragmatisch. Als u een kleiner risico gemakkelijk en goedkoop kunt tegengaan, doe dit dan meteen. Wacht niet totdat u een risico heeft opgelost dat hoger op de prioriteitenlijst staat, maar waarvan de oplossing duurder en ingewikkelder is.

De ervaring van uw achterban is ook voor het plan van aanpak van groot belang. Juist zij hebben misschien simpele en goedkope oplossingen voor risico’s op de werkvloer. Bovendien is het draagvlak voor uitvoering van het plan van aanpak groter als werknemers het gevoel hebben dat ze kunnen meepraten. Het zijn dan als het ware hun eigen oplossingen die ze gaan toepassen. 

Trek aan de bel als aanpassing van de RI&E nodig is.

Heeft uw bestuurder de RI&E en het plan van aanpak gereed, dan zal dit waarschijnlijk getoetst moeten worden. Dit gebeurt door een gecertificeerde kerndeskundige – een bedrijfsarts, een arbeid- en organisatiekundige, een veiligheidskundige of een arbeidshygiënist. Alleen organisaties met maximaal 25 werknemers die gebruikmaken van een erkende branche-RI&E hoeven de RI&E niet te laten toetsen.

Met deze getoetste RI&E moet uw OR vervolgens instemmen. Als het goed is, is de inhoud van de RI&E geen verrassing voor u.

Met een getoetste RI&E kan uw bestuurder vervolgens aan de slag. Om daadwerkelijk gezond en veilig te werken, moeten werknemers weten welke risico’s zij lopen en wat uw bestuurder doet om die risico’s tegen te gaan. Daarom is wettelijk vastgelegd dat de werkgever zijn werknemers inzage in de RI&E geeft.

De werknemers informeren over de (nieuwe) RI&E is een taak die prima bij de OR past. U heeft immers uw kanalen voor contact met de achterban. Bovendien is dit een mooie pr-kans: zo laat u zien dat uw OR veilig werken serieus neemt.

Up-to-date houden RI&E

Een RI&E moet niet in een la belanden; het is een echt werkdocument. Daarom schrijft de Arbowet voor dat de werkgever de RI&E up-to-date houdt. Dit betekent dat de werkgever bij veranderingen die van invloed zijn op de arbeidsomstandigheden of -tijden moet nagaan of het nodig is om de RI&E aan te passen. Dat is in ieder geval zo bij:

  • gewijzigde werkomstandigheden of werkmethodes, bijvoorbeeld bij de aanschaf van een andere machine met andere risico’s;
  • veranderingen in de stand van de wetenschap, bijvoorbeeld als er nieuwe oplossingen zijn op het gebied van de bedrijfsgezondheidszorg, de techniek, of de ergonomie.