VERDIEPINGSARTIKEL

Belastingregels rond werknemers in internationale situaties

Als u te maken krijgt met werknemers die in Nederland wonen maar in een ander land werken, komt er aardig wat op u af. Want welk land is in zo’n situatie bijvoorbeeld heffingsbevoegd voor de loonbelasting?

Hierbij zijn er verschillende internationale regelingen waarmee u te maken kunt hebben. Zorg dat u weet voor welk loon uw onderneming inhoudingsplichtig is!


24 maart 2021 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online en is geschreven door Lotte van Rees


De hoofdregel bij belastingheffing in internationale situaties is dat het woonland van de werknemer heffingsbevoegd is, in dit artikel is dat Nederland. Op deze regel bestaan echter veel uitzonderingen.

Bij de verschillende regels voor grensoverschrijdende situaties geldt er een bepaalde rangorde. Als eerste kijkt u of Nederland een belastingverdrag heeft met het werkland. Belastingverdragen zijn gesloten om dubbele belastingheffing in internationale situaties te voorkomen: loonbelasting in het werkland en inkomstenbelasting in het woonland. Op de website belastingdienst.nl vindt u de landen waarmee Nederland een belastingverdrag heeft, door te zoeken op ‘overzicht verdragslanden’.

Meestal mag werkland belasting heffen

De belastingverdragen volgen de hoofdregel dat het woonland heffingsbevoegd is, maar wijzen deze bevoegdheid toe aan het werkland als de dienstbetrekking daar wordt uitgevoerd. In de praktijk mag dus meestal het werkland belasting heffen over het loon dat de werknemer daar verdient. U laat dit loon dan buiten beschouwing bij de inhouding van loonbelasting. Als het belastingverdrag echter een 183-dagenbepaling bevat en hieraan wordt voldaan – zie verderop – is het woonland bij wijze van uitzondering heffingsbevoegd. In dat geval bent u inhoudingsplichtig over het volledige loon van de werknemer, zowel het Nederlandse als buitenlandse deel.

Heeft Nederland geen belastingverdrag met het werkland, dan geldt de eenzijdige regeling ter voorkoming van dubbele belastingheffing. Op grond van het Besluit aftrek ter voorkoming van dubbele belastingheffing kunt u het deel van het loon dat de werknemer in het buitenland heeft verdiend buiten beschouwing laten bij de inhouding van loonbelasting.

Soms afwijkende regels

Niet voor álle werknemers heeft u met de hier genoemde regels bij grensoverschrijdende arbeid te maken. Zo gelden er andere regels voor werknemers met een zogeheten bijzondere status. Dit betreft ambtenaren, artiesten en beroepssporters, bestuurders en commissarissen (pseudowerknemers), hoogleraren en andere docenten, studenten, uitkerings- en pensioengerechtigden, werknemers die door of namens de Nederlandse staat worden uitgezonden en werknemers in het internationaal transport en vliegverkeer.

Eenzijdige regeling toepassen

U mag de eenzijdige regeling echter slechts in twee situaties toepassen:

  • De werknemer werkt minder dan 30 aaneengesloten dagen in een niet-verdragsland en kan aantonen dat hij in het werkland belasting betaalt over het daar verdiende loon.
  • De werknemer werkt 30 aaneengesloten dagen of meer in een niet-verdragsland en maakt aannemelijk dat het werkland belasting heft over het daar verdiende loon. Bij een periode van langer dan drie aaneengesloten maanden wordt aannemelijk geacht dat het werkland loonbelasting heft, onder voorwaarde dat het loon is genoten op grond van een privaatrechtelijke dienstbetrekking in een EU-land of Liechtenstein, Noorwegen of IJsland.

In andere situaties is Nederland heffingsbevoegd – en bent u dus inhoudingsplichtig – over zowel het Nederlandse als buitenlandse loon van de werknemer.

Voldoen aan drie voorwaarden

Om het aantal werkdagen van de werknemer in het niet-verdragsland te bepalen, moet u reguliere werkonderbrekingen meetellen, zoals weekenddagen en korte vakantiesluitingen.

Is ook de eenzijdige regeling ter voorkoming van dubbele belastingheffing niet van toepassing, dan komt de 183-dagenregeling om de hoek kijken (die dus ook in een belastingverdrag kan zijn opgenomen, zie hiervoor). Op grond van deze regeling is het woonland heffingsbevoegd. Dit geldt echter alleen als aan de volgende drie voorwaarden wordt voldaan:

  • De werknemer verblijft in een bepaalde periode hooguit 183 dagen in het werkland.
  • Uw onderneming is – als uitbetalende werkgever – niet in het werkland gevestigd en het loon wordt ook niet uitbetaald door of namens een zogeheten materiële werkgever in het werkland.
  • Het loon wordt niet betaald door een vaste inrichting of basis van uw onderneming in het werkland, zoals een filiaal of verkooppunt van een fabriek.

183-dagenregeling toepassen

De 183-dagenregeling kan alleen worden toegepast als degene die dat zou willen – zijnde u, de werknemer of Belastingdienst – bewijst dat aan alle drie de voorwaarden is voldaan. Anders is het werkland heffingsbevoegd.

Voor toetsing aan de eerste voorwaarde van de 183-dagenregeling moet u alle verblijfsdagen in het werkland meetellen. U telt dus ook de dagen in het werkland mee waarop de werknemer niet heeft gewerkt, ongeacht de oorzaak, zoals weekend, ziekte, opleiding of staking.

Verder telt elk dagdeel van verblijf in het werkland als volledige dag mee, denk aan de dag van aankomst. De periode waarover u het (maximale) aantal verblijfsdagen moet toetsen hangt af van het betreffende werkland. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om 12 maanden (zoals bij Albanië), het betreffende kalenderjaar (zoals bij Bosnië-Herzegovina) of 12 maanden met het begin en einde in het betreffende belastingjaar (zoals bij Estland).

Gevolgen coronacrisis voor grensarbeiders

Voor grensarbeiders die door de coronacrisis verplicht thuiswerken kan de wijziging in het aantal verblijfs- en werkdagen daardoor invloed hebben op welke belastingregels er gelden. De heffingsbevoegdheid kan naar het andere land overgaan, met gevolgen voor het nettoloon van de werknemer. Om dat te voorkomen heeft Nederland met België en Duitsland afgesproken dat zulke thuiswerkdagen gelden als werkdagen van het land waar de werknemer ze normaal gesproken maakt. Voorwaarde is dat het werkland het loon over deze dagen belast. Het loon van grensarbeiders die noodgedwongen betaald thuiszitten door de coronacrisis blijft ook belast in het land waar ze het normaliter verdienen. Met België geldt de afspraak op dit moment tot 1 juli; met Duitsland loopt het automatisch door.

Sprake van een materiële werkgever in het werkland

Wat betreft toetsing aan de tweede voorwaarde van de 183-dagenregeling kan het soms lastig zijn om te bepalen of er sprake is van een materiële werkgever in het werkland, zoals bij het uitlenen, uitzenden en detacheren van personeel. U kunt ervan uitgaan dat er in elk geval sprake is van een materiële werkgever in het werkland als aan alle drie de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • Er bestaat een gezagsverhouding tussen de werknemer en de opdrachtgever in het werkland.
  • De werkzaamheden komen voor rekening en risico van de opdrachtgever in het werkland.
  • Het loon van de werknemer wordt doorbelast aan het werkland.

Bij uitzending van een werknemer naar het buitenland binnen concernverband, bent u inhoudingsplichtig voor het volledige loon als de 183-dagenregeling geldt.