VERDIEPINGSARTIKEL

De Brexit en de gevolgen voor de BTW

Het Verenigd Koninkrijk (VK) heeft op 31 januari 2020 de EU verlaten. Ondernemers hebben op dit moment daar nog geen gevolgen van ondervonden. Het VK en de EU hebben namelijk een overgangsperiode afgesproken die eindigt op 1 januari 2021.

De verwachting is dat op 1 januari 2021 het VK voor de BTW en douane niet langer deel uitmaakt van de EU. De gevolgen daarvan kunnen groot zijn voor ondernemers.


13 oktober 2020 6 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online en drs. Michel Toet, fiscalist bij de Belastingdienst, mjma.toet@belastingdienst.nl


Het VK is sinds 1 februari niet langer lid meer van de EU. Desondanks is afgesproken dat het VK voor de douane en BTW als ware nog deel uitmaakt van de EU.

Dit heeft onder meer het volgende tot gevolg. Als u goederen invoert, dat wil zeggen u brengt deze goederen in het vrije verkeer zodat het communautaire goederen worden, moet u in de regel invoer-BTW voldoen en eventueel invoerrechten en andere heffingen.

Als goederen in het vrije verkeer zijn gebracht in een lidstaat én deze worden verzonden naar een andere lidstaat, hoeft er niet nog een keer invoer-BTW en invoerrechten te worden voldaan. Dit betekent concreet dat als een ondernemer in Nederland goederen invoert en hij deze vervolgens gaat verkopen en verzenden naar het VK, hij in het VK geen invoer-BTW en eventuele invoerrechten hoeft te betalen.

Het omgekeerde geldt natuurlijk ook. Als een ondernemer nu goederen inkoopt van een ondernemer en deze worden vanuit het Verenigd Koninkrijk naar Nederland verzonden, hoeft deze Nederlandse ondernemer geen invoer-BTW en invoerrechten te betalen.

Daarnaast geldt dat de EU in elke lidstaat van invoer dezelfde invoertarieven toepast. Er is dan ook één douanewetboek dat geldt voor alle EU-lidstaten. Dit betekent dat u hetzelfde bedrag aan invoerrechten verschuldigd  bent ongeacht of u het product nu in Nederland of in België laat invoeren.

Ook kunt u vooraf zekerheid vragen over het bedrag aan invoerrechten dat u moet betalen. Dit kunt u doen door een zogenoemde Bindende Tarief Inlichting aan te vragen. De douane bepaalt dan, al dan niet op basis van de door de u aangeleverde gegevens en onderbouwing, welke goederencode van de douanenomenclatuur van toepassing is op goederen die u wilt in- of uitvoeren.

Aan de hand van deze goederencode bepaalt de douane het bedrag aan verschuldigde invoerrechten. De Bindende Tarief Inlichting wordt dan wel door de douane afgegeven maar geldt in alle lidstaten.

BTW en invoerrechten verschuldigd

Op 1 januari 2021 loopt de overgangsperiode af. Dit betekent dat op dat moment het VK voor de BTW en douane niet langer deel uitmaakt van de EU. Als er geen aanvullende afspraken worden gemaakt,  zal het VK voor de douane een zogenoemd derde land worden.

Dit leidt ertoe dat als u goederen inkoopt in het Verenigd Koninkrijk en deze worden verzonden naar Nederland, er invoer-BTW en invoerrechten verschuldigd zijn. Het hangt dan van de contractuele afspraken tussen verkoper en koper af (incoterms) wie de invoer-BTW en invoerrechten zijn verschuldigd.

Afloop overgangsperiode leidt tot meer BTW-gevolgen

Een ondernemer die nu vanuit Nederland goederen levert aan een andere ondernemer en deze laat verzenden naar het VK, kan onder voorwaarden het BTW-nultarief toepassen. Deze ondernemer verricht dan een intracommunautaire levering in Nederland maar hoeft deze levering niet aan te geven in het VK. Met andere woorden deze levering leidt voor deze ondernemer  niet tot ‘Britse BTW- gevolgen’.

Dit is waarschijnlijk per 1 januari 2021 totaal anders. Als de ondernemer die deze goederen levert met zijn afnemer is overeengekomen dat hij de invoer-BTW en invoerrecht betaalt, bestaat de kans dat de Nederlandse ondernemer ook Britse BTW aan zijn afnemer in rekening moet brengen. Dit kan dus betekenen dat hij zich moet gaan registreren in het VK om de daar  verschuldigde BTW aan te geven en de verschuldigde invoer-BTW in aftrek te gaan brengen.

Invoer-BTW terugkrijgen

Als de leverancier in het VK bijvoorbeeld afspreekt dat sprake is van een zogenoemde DAP-levering (Delivery at Place), moet u hier in Nederland invoer-BTW en invoerrechten betalen. Deze invoer-BTW moet u meteen aan de douane betalen.

De meeste ondernemers kunnen weliswaar deze invoer-BTW vervolgens wel als voorbelasting in hun aangifte BTW opnemen maar meestal duurt het enkele maanden eer zij de invoer-BTW daadwerkelijk terugkrijgen van de Nederlandse Belastingdienst. Dit betekent dus dat u te maken kunt krijgen met een cashflownadeel. Het voorfinancieren van invoer-BTW kunt  u voorkomen door gebruik te maken van een art. 23-vergunning (zie kader).

Artikel 23-vergunning aanvragen bij Belastingdienst voor cashflownadeel

U kunt als ondernemer voorkomen dat u daadwerkelijk invoer-BTW moet betalen aan de douane. Als u namelijk een art. 23 vergunning aanvraagt én de inspecteur kent deze toe, hoeft u feitelijk geen invoer- BTW meer te betalen.

Bij invoer berekent de douane dan geen invoer-BTW meer maar moet u deze invoer-BTW als verschuldigde BTW opnemen in uw aangifte (‘verlegging van invoer-BTW’). In dezelfde aangifte kunt u vervolgens – voor zover u daar recht op heeft – deze invoer-BTW als voorbelasting in aftrek brengen.

De Belastingdienst heeft al in 2019, zelfstandig ondernemers benaderd met de mededeling dat zij een art. 23-vergunning kunnen aanvragen door het toen bijgesloten formulier in te vullen. Als u nog niet bent benaderd door de Belastingdienst of goederen importeert uit andere niet-EU-landen kunt u zelf een art. 23-vergunning aanvragen door een verzoek in te dienen bij de Belastingdienst.

Dit verzoek moet de volgende gegevens bevatten: uw BTW-identificatienummer, bedrijfsnaam waaronder u de goederen importeert, omschrijving van de goederen die u importeert uit niet-EU-landen, de waarde van de goederen en de landen buiten de EU waaruit u de goederen importeert en hoe vaak u per jaar goederen importeert uit niet-EU-landen.

Speciale regels voor Noord-Ierland

Noord-Ierland maakt deel uit van het VK. Desondanks hebben de EU en het VK afgesproken dat Noord-Ierland deel blijft uitmaken van het douanegebied van de EU. Dit betekent onder meer dat als een ondernemer goederen invoert in Nederland en deze vervolgens vervoert naar Noord-Ierland, er geen additionele invoerrechten en BTW zijn verschuldigd.

Vindt dit vervoer plaats via Engeland, Schotland of Wales, dan gelden speciale regels omtrent het vervoer van deze goederen. Op deze wijze wordt onder meer voorkomen dat heffing van invoerrechten niet plaatsvindt voor ‘Engelse goederen’ die een ondernemer verstuurt naar Noord-Ierland.

Dit betekent dat voor leveringen van goederen van en naar Noord-Ierland het Europese BTW-systeem blijft gelden. Om die reden gaan ondernemingen die goederen van en naar Noord-Ierland versturen een speciaal ‘Noord-Iers’ BTW-nummer krijgen.

Dit betekent dat als een ondernemer goederen verkoopt aan een ondernemer en deze worden verzonden naar Noord-Ierland, deze ondernemer nog steeds een intracommunautaire levering verricht waarvoor hij onder voorwaarden het BTW-nultarief kan toepassen. Hij moet dan wel een geldig Noord-Iers BTW-nummer hebben en dit ook opnemen in zijn opgaaf intracommunautaire prestaties.

Voor deze goederen is geen invoer-BTW en/of invoerrechten verschuldigd in Noord-Ierland. Er verandert dus feitelijk niets.

Uitvoer naar Noord-Ierland

Als dezelfde ondernemer echter goederen levert aan een ondernemer maar deze worden verzonden naar Engeland, Schotland of Wales, verricht hij geen intracommunautaire levering meer maar is sprake van uitvoer. Bij invoer van deze goederen moeten vervolgens wel invoer-BTW en invoerrechten worden voldaan in Engeland, Schotland of Wales.

Het bovenstaande betekent dus ook dat voor leveringen aan ondernemers in het VK u goed moet nagaan waar de goederen heen gaan: naar Noord-Ierland of naar een ander deel van het VK.

Goedkeuring geldt niet meer voor call off-voorraden

Per 1 januari 2021 geldt een specifieke goedkeuring voor zogenoemde call off- voorraden en consignatieverkopen waarschijnlijk niet meer. Bij call off-voorraden brengt een ondernemer goederen vanuit Nederland naar het Verenigd Koninkrijk (of een andere EU-lidstaat) en slaat ze daar op bij de buitenlandse afnemer. De verkoop vindt dan niet plaats bij de overbrenging van de goederen naar het VK maar vindt dan op afroep plaats als de goederen al in het VK zijn (call off).

Bij consignatiezendingen brengt een ondernemer ook goederen over naar een andere EU-lidstaat en de verkoop vindt dan op een later moment plaats. De specifieke goedkeuringen voor zogenoemde call off-voorraden en consignatieverkopen houdt in wezen in dat een ondernemer die zijn goederen overbrengt naar een andere EU-lidstaat zich daar niet hoeft te registreren en daar geen lokale BTW in rekening hoeft te brengen.

Vanaf  1 januari 2021 moet de ondernemer die goederen overbrengt voor call off-voorraden en consignatiezendingen invoer-BTW betalen in het VK en Engelse BTW betalen voor de uiteindelijke verkoop. Dit betekent dat hij zich in dat geval moet gaan registreren in het VK om daar aangifte te doen.