VERDIEPINGSARTIKEL

Dubbele belastingen bij internationaal zakendoen

Misschien bent u van plan om een deel van uw ondernemingsactiviteiten onder te brengen in het buitenland. Belangrijk is dan om dan even stil te staan bij de fiscale aspecten hiervan.

Grensoverschrijdende activiteiten kunnen namelijk eenvoudig leiden tot dubbele belastingheffing over het inkomen dat is behaald in het buitenland. Maar gelukkig zijn daar in de meeste gevallen afspraken over gemaakt.


15 februari 2021 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Uw in Nederland gevestigde onderneming kan haar buitenlandse activiteiten gaan uitoefenen door middel van een in het buitenland gevestigde (dochter)vennootschap of via een zogenoemde vaste inrichting. van een vaste inrichting is sprake als u (of uw bv) in het buitenland activiteiten van een bepaalde omvang verricht, zonder hiervoor een buitenlandse rechtspersoon te gebruiken.

Geconfronteerd met dubbele belastingheffing

De Belastingdienst in het buitenland zal dan normaal gesproken op grond van het bronlandbeginsel (zie verderop) belasting heffen over de winst, die met behulp van de vaste inrichting is gemaakt. Zowel bij het gebruik van een buitenlandse vennootschap als bij een vaste inrichting kunt u dan wel geconfronteerd worden met dubbele belastingheffing.

Verschillende uitgangspunten belastingheffing

De belangrijkste oorzaak van dubbele belasting is dat landen verschillende uitgangspunten (heffingsbeginselen) hanteren voor de heffing van belasting. Voor de heffing van belasting sluiten landen vaak aan bij één van drie volgende heffingsbeginselen: het woonlandbeginsel, het bronlandbeginsel of het nationaliteitsbeginsel.

Op grond van het woonlandbeginsel wordt belasting geheven over het inkomen van personen en ondernemingen die in het desbetreffende land wonen of gevestigd zijn (het woonland). Daarbij is niet van belang waar dit inkomen vandaan komt. De belastinggrondslag bestaat dan dus uit het zogenoemde wereldinkomen.

Bij het bronlandbeginsel wordt belasting geheven over inkomsten en vermogensbestanddelen die hun oorsprong in het desbetreffende land vinden (de bron). Nederland baseert zijn belastingheffing zowel op het woonlandbeginsel (voor binnenlands belastingplichtigen) als op het bronlandbeginsel (voor buitenlands belastingplichtigen).

De Verenigde Staten baseert de belastingheffing op het nationaliteitsbeginsel

Nationaliteitsbeginsel

Het nationaliteitsbeginsel houdt in dat een persoon of lichaam in het land waarvan hij de nationaliteit heeft, daar onderworpen is aan belastingheffing over het wereldinkomen. Daarbij is het dus niet van belang waar iemand woont of waar diens inkomen wordt behaald.

De Verenigde Staten baseert bijvoorbeeld de belastingheffing op het nationaliteitsbeginsel. Maar ook voor onze VPB wordt dit beginsel in principe toegepast. Maar het is geen breed toegepast beginsel.

Belastingverdragen

U of uw bv kunnen door een samenloop van deze heffingsbeginselen al snel met dubbele belastingheffing worden geconfronteerd ter zake van grensoverschrijdende inkomsten. Om deze dubbele belastingheffing te voorkomen, hebben de meeste landen maatregelen getroffen in hun nationale wetgeving en afspraken gemaakt met andere landen door middel van belastingverdragen. In een belastingverdrag spreken landen af welk land over welke inkomsten belasting mag heffen.

Nederland heeft een regeling getroffen voor als er geen verdrag is gesloten

Voorkoming dubbele belasting

Daarnaast spreken landen af op welke wijze beide landen aan een inwoner van hun land een tegemoetkoming geven voor de in het andere land betaalde belasting. Nederland heeft met heel veel landen dit soort verdragen afgesloten. Daarnaast heeft Nederland een eenzijdige regeling getroffen, het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001. Dit besluit is van toepassing als er geen verdrag is gesloten tussen landen en geldt voor de IB, LB, VPB, erfbelasting en kansspelbelasting.

Samenloop van beginselen

De meest voorkomende samenloop van heffingsbeginselen is tussen het bronland- en het woonlandbeginsel. De methoden ter voorkoming van dubbele belasting richten zich dan ook voornamelijk op deze situatie. Nederland past de volgende methoden ter voorkoming van dubbele belasting toe: de vrijstellingsmethode en de verrekeningsmethode.

Objectvrijstelling

De vrijstellingsmethode bestaat uit twee varianten, namelijk de objectvrijstelling en de evenredigheidsmethode. Bij toepassing van de objectvrijstelling wordt het buitenlandse inkomensbestanddeel niet begrepen in het belastbare inkomen. Deze methode past men sinds 1 januari 2012 in de VPB toe op resultaten uit een buitenlandse vaste inrichting.

Evenredigheidsmethode

De andere variant is de evenredigheidsmethode. Deze methode houdt in dat u het buitenlandse inkomen eerst volledig in het belastbare inkomen moet betrekken. Vervolgens verleent Nederland dan als woonstaat een vermindering van de Nederlandse belasting die over het buitenlandse inkomen verschuldigd is. De formule voor het berekenen van de voorkoming ziet er als volgt uit:

(Buitenlands inkomen/wereldinkomen)x belasting over het wereldinkomen = bedrag voorkoming.

Voorbeeld dubbel betalen van belasting voorkomen

Ter verduidelijking van de diverse methoden vindt u hieronder een aantal rekenvoorbeelden:

Uw in Nederland gevestigde bv met een buitenlandse vaste inrichting heeft in het buitenland een inkomen van 100 en in Nederland een inkomen van 140. Uw bv heeft in totaal een wereldinkomen van 240. Het belastingtarief in het buitenland is 20% en in Nederland 25%.

Zonder voorkoming
Zonder voorkoming is uw bv 20 (100*20%) belasting in het buitenland en 60 (240*25%) belasting in Nederland verschuldigd. Uw bv is in totaal dus 80 belasting verschuldigd. Het totale netto-inkomen bedraagt dan dus 160 (240 -/- 80).

Objectvrijstelling
Bij toepassing van de objectvrijstelling is de wereldwinst van de bv 240, waarvan 100 buitenlandse ondernemingswinst. In dat geval moet Nederland een vrijstelling  verlenen van 100, er blijft dan nog 140 over waarover Nederland vennootschapsbelasting mag heffen. De Nederlandse belasting is als volgt opgebouwd:
Belasting Nederland: 140 x 25% = 35
Voorkoming Nederland: 100 x 20% = 20.

Uw bv is in totaal 55 belasting verschuldigd. Het totale netto-inkomen bedraagt dan 185 (240 -/- 55).

Verrekeningsmethode
Bij toepassing van de verrekeningsmethode is uw bv 20 buitenlandse belasting en 40 (60 -/- voorkoming van 20) Nederlandse belasting verschuldigd. De eerste limiet bedraagt 20 (geheven buitenlandse belasting 100 x 20%). De tweede limiet bedraagt 25 (100/240 x 60).

In deze situatie is de geheven buitenlandse belasting de laagste en kan dus slechts dit bedrag worden verrekend. Uw bv is in totaal 60 belasting verschuldigd. Het netto-inkomen bedraagt dan 180.

Limieten bij verrekeningsmethode

Ook bij toepassing van de verrekeningsmethode moet u het buitenlandse inkomen volledig in het belastbare inkomen betrekken. De buitenlandse belasting verrekent u vervolgens met de Nederlandse belasting die over het wereldinkomen verschuldigd is.

Deze methode heeft twee limieten, waarbij de belasting slechts wordt verrekend voor het laagste van deze limieten. De eerste limiet is daarbij de ingehouden c.q. geheven buitenlandse belasting en de tweede limiet is de aan de buitenlandse inkomsten toe te rekenen Nederlandse belasting. Het laagste bedrag van de beide limieten kan dan slechts door u worden verrekend.

Buitenlandse vaste inrichting

Let op: Bij de toepassing van de objectvrijstelling worden dus de winsten en verliezen uit een buitenlandse vaste inrichting niet langer in de belastbare winst in Nederland opgenomen. In de IB blijft de evenredigheidsmethode echter wel van toepassing op resultaten uit een buitenlandse vaste inrichting.