Geen HIR verwezenlijken met nieuw geld

Als u met een boekwinst een HIR heeft gevormd, moet u dat geld daadwerkelijk herinvesteren. U mag het geld niet aan iets anders uitgeven en later met nieuw geld alsnog een herinvestering doen, zo blijkt uit een uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant.

12 maart 2015 | Door redactie

In deze zaak had een bv in 2007 een landgoed verkocht en daarbij een boekwinst gerealiseerd. Met dit bedrag vormde de bv een herinvesteringsreserve (HIR). Bovendien keerde de bv in 2008 een flink bedrag aan dividend uit aan zijn twee dga’s, waardoor de financiële reserves van de bv bijna leeg waren. Later dat jaar verkochten de dga’s hun aandelen aan een andere onderneming, waarbij ze vermeldden dat er nog een niet-gerealiseerde HIR op de balans stond met de bijbehorende belastingclaim. Toen de bv vervolgens de aangifte vennootschapsbelasting deed over 2008, repte ze daarbij niet over de HIR. De inspecteur corrigeerde de aanslag en voegde de HIR bij de belastbare winst. De bv stapte hierop naar de rechter. 

Wel geïnvesteerd, maar met nieuw geld

De bv stelde dat ze wel degelijk het voornemen tot herinvesteren had en de herinvestering zelfs had gerealiseerd. Later in 2008 had de bv namelijk twee bedrijfspanden gekocht. Hiervoor had de bv echter een hypotheek afgesloten, met de twee voormalige dga’s als hypotheekverstrekker. Toch vond de rechter dat er geen sprake was van een gerealiseerde HIR. Bij de verkoop van de bv was de boekwinst feitelijk uitgekeerd, waardoor de bv geen financiële middelen meer had om tot een herinvestering over te gaan. Dat de latere aankoop van het onroerend goed met een hypotheek gefinancierd werd door de twee dga’s, maakte hierbij niet uit. Het ging om een nieuwe financieringsbron, die bovendien werd aangegaan door het nieuwe bestuur van de bv. Daarom kon de bv niet overtuigend genoeg aantonen dat er na de verkoop van het landgoed een herinvesteringsvoornemen was. De navordering bleef overeind.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 februari 2015, ECLI (verkort): 533