VERDIEPINGSARTIKEL

Wat is fiscaal gezien een bedrijfsmiddel en wat niet?

De term komt geregeld terug in fiscale regelingen: ‘bedrijfsmiddel’. Zoals bij de investeringsaftrek en bij de herinvesteringsreserve (HIR). Bedrijfsmiddel lijkt een vrij algemene term, waar van alles onder kan vallen.

Maar het luistert soms akelig nauw wat nu een bedrijfsmiddel is en wat niet. Vraag maar aan de ondernemer die zijn HIR niet kon inzetten voor een aankoop, omdat het geen bedrijfsmiddel maar ‘voorraad’ was.


16 april 2021 6 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


In het algemeen zijn bedrijfsmiddelen te omschrijven als goederen die u gebruikt om de onderneming te laten draaien, die langere tijd meegaan en die niet bestemd zijn voor verkoop. Daarbij valt nog onderscheid te maken in:

  • materiële bedrijfsmiddelen, zoals machines, bestelauto’s, gebouwen en inventaris; en
  • immateriële bedrijfsmiddelen, zoals goodwill en vergunningen.

Er zijn natuurlijk nog andere zaken te bedenken die u ‘gebruikt’ om de onderneming te laten draaien, zoals een opleiding om uw verkoopkwaliteiten te verbeteren. Maar dat is geen bedrijfsmiddel.

Of uw onderneming een ‘bedrijfsmiddel’ koopt of niet is fiscaal gezien van belang voor de aftrekbaarheid van de kosten. Op een bedrijfsmiddel moet u namelijk afschrijven, waardoor u de kosten dus in delen in aftrek brengt op de winst.

Maar schaft uw onderneming iets aan dat niet in de categorie bedrijfsmiddel valt, dan mag u de aanschafprijs in datzelfde jaar in één keer verrekenen met de winst. Als voorbeelden van kosten die u mag aftrekken in hetzelfde jaar als u ze heeft gemaakt, noemt de Belastingdienst onder meer:

  • kosten van huur, verlichting en verwarming;
  • kosten van grondstoffen, goederen en diensten die u inkoopt om omzet te maken in dat jaar;
  • kosten die samenhangen met jaarlijks onderhoud aan bedrijfsmiddelen.

Ook als de aanschafprijs onder de € 450 blijft mag u dat bedrag in één keer ten laste brengen van de winst.

U schrijft de meeste goederen in vijf jaar af

Mindering

Over alle verschillende regels voor afschrijven valt weer een heel apart artikel te schrijven. Maar in het kort komt het erop neer dat u bij de meeste bedrijfsmiddelen elk jaar maximaal 20% van de kosten in mindering brengt op de winst. U schrijft de meeste goederen dus in vijf jaar af.

Voor goodwill geldt dat u per jaar maximaal 10% mag afschrijven. En voor de afschrijving op bedrijfspanden gelden weer andere regels.

Van belang daarbij is dat u niet meer mag afschrijven als de ‘bodemwaarde’ van het pand is bereikt. Die is gekoppeld aan de WOZ-waarde van het pand. In de IB ligt de bodemwaarde van een pand dat u in eigendom heeft en in uw eigen onderneming gebruikt op 50% van de WOZ-waarde. Voor panden die u verhuurt is de bodemwaarde gelijk aan de WOZ-waarde.

Muis

Verder is het voor de afschrijving of voor de investeringsaftrek nog van belang om te weten welke kosten meetellen bij de investering in een bedrijfsmiddel. De Belastingdienst meldt dat in het algemeen deze bedragen samen optellen tot de aanschafkosten:

  • aanschafprijs (exclusief BTW, als u de BTW kunt verrekenen. Zo niet, dan geldt de prijs inclusief BTW);
  • aankoopkosten (denk aan notariskosten als u een bedrijfspand koopt);
  • installatiekosten en kosten voor het bedrijfsklaar maken van het bedrijfsmiddel.

Als u bijvoorbeeld nog subsidie krijgt op de aankoop, vermindert dat de aanschafkosten. Ook als u de subsidie pas achteraf krijgt.

Verder wijst de fiscus er nog op dat meerdere kleine investeringen die apart onder de grens van € 450 blijven samen alsnog een bedrijfsmiddel kunnen vormen. Daarop moet u dan alsnog afschrijven. De Belastingdienst geeft als voorbeeld de aankoop van een computer met beeldscherm, muis en toetsenbord. De fiscus bepaalt dan zelf of dit samen één bedrijfsmiddel is of niet.

Ook de BIK is alléén voor bedrijfsmiddelen

De term bedrijfsmiddel komt terug in regelingen voor investeringsaftrek, zoals de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) en de milieu-investeringsaftrek (MIA). In de infographic ‘Gebruik van investeringsaftrek’ vindt u meer over deze regelingen.

Loonheffingen
Ook de nieuwste loot aan deze boom, de baangerelateerde investeringskorting (BIK), geldt alleen voor bedrijfsmiddelen. De BIK geeft een korting op de loonheffingen. De BIK hanteert dezelfde uitzonderingen die in het artikel zijn genoemd, zoals dat grond géén bedrijfsmiddel is. Wel geldt er een iets andere regel voor bedrijfsmiddelen met ‘een geringe waarde’, waarvoor u dus geen aftrek kunt krijgen. Voor de BIK vallen bedrijfsmiddelen met een investeringsbedrag onder de € 1.500 in de categorie ‘geringe waarde’, terwijl dit normaliter € 450 is.

Dieren

Zoals gezegd is de term bedrijfsmiddel onder meer van belang voor de regelingen voor investeringsaftrek, zoals de KIA en de MIA (zie ook het kader hierboven). Die regelingen zijn namelijk alleen maar gul met subsidie als u een investering doet in een bedrijfsmiddel.

De verschillende soorten investeringsaftrek hebben allemaal hun eigen voorwaarden voor die bedrijfsmiddelen. Zo geldt de energie-investeringsaftrek alleen voor bedrijfsmiddelen die voorkomen op de zogeheten Energielijst die elk jaar wordt vernieuwd.

En er staan nog meer beperkingen in de Wet op de IB. De wet somt namelijk een lijst aan bedrijfsmiddelen op die niet in aanmerking komen voor welke investeringsaftrek dan ook. Een kleine greep:

  • grond, zoals de ondergrond van gebouwen;
  • woonhuizen en woonschepen;
  • personenauto’s;
  • dieren.

Ook zijn transacties tussen gelieerde partijen, zoals bloedverwanten, uitgesloten van aftrek. Daarnaast zijn er nog aparte uitzonderingen voor specifieke regelingen voor de investeringsaftrek.

Zijn de software die u in uw onderneming gebruikt en uw website een bedrijfsmiddel?

Hoe zit het met software en uw website? Op zich zijn dat óók zaken die u gebruikt om uw onderneming te drijven en die niet bepaald bedoeld zijn voor verkoop. Zijn het daarmee ook bedrijfsmiddelen waar u investeringsaftrek voor kunt krijgen?

Dat hangt ervan af hoe u ervoor betaalt, blijkt uit de jurisprudentie. De Hoge Raad oordeelde al in 1995 dat bij periodieke betalingen geen sprake is van een investering in een bedrijfsmiddel.

Grens
Dit wordt in de regel zo uitgelegd dat als u bijvoorbeeld per jaar betaalt voor de licentie op software of voor uw website, dat het dan geen bedrijfsmiddel is. Betaalt u in één keer voor een op maat gemaakt softwarepakket of het bouwen van een website, dan is het vaak wél een bedrijfsmiddel.

Verder blijft de grens van € 450 gelden om van aangeschafte goederen een bedrijfsmiddel te maken. En u heeft te maken met de specifieke regelingen. Om bijvoorbeeld de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) te krijgen moet u in 2021 minstens € 2.400 investeren.

Voornemen

Ook bij de herinvesteringsreserve (HIR) komt het begrip bedrijfsmiddel om de hoek kijken. Als u namelijk een bedrijfsmiddel verkoopt kunt u met de opbrengst een HIR vormen. Op die manier hoeft u nog niet direct af te rekenen met de fiscus over de boekwinst.

Dit potje mag u maximaal drie jaar laten staan én u moet al die tijd een voornemen hebben om het bedrag te herinvesteren in een ander bedrijfsmiddel. Voor bedrijfsmiddelen die in meer dan tien jaar worden afgeschreven, zoals een bedrijfspand, gelden aparte regels.

Als u bij dergelijke bedrijfsmiddelen van de verkoopopbrengst een HIR vormt, mag u die in principe alleen inzetten voor de aankoop van een bedrijfsmiddel met ‘een vergelijkbare economische functie’. Zeg maar: een pand voor een pand.

U mag de HIR dus alleen gebruiken om een ander bedrijfsmiddel aan te kopen. Wat valt er in dit verband onder bedrijfsmiddelen?

De wet geeft zelf al twee aanwijzingen van zaken die in elk geval géén bedrijfsmiddel zijn: beleggingen (effecten zoals aandelen in dit geval, géén belegging in een verhuurd pand) en zogeheten goederen ‘van geringe waarde’. Dat zijn dus goederen die in het algemeen onder de bedrijfskosten vallen die u dus in aftrek mag brengen in het jaar dat ze gemaakt zijn.

Ondernemers tasten toch nog geregeld mis met een investering in een ‘bedrijfsmiddel’

Mistasten

Daarnaast is jurisprudentie nog een factor. Uit diverse rechtszaken blijkt namelijk dat ondernemers toch nog geregeld mistasten met een investering in een ‘bedrijfsmiddel’.

Onlangs nog moest de Haagse rechtbank een oordeel vellen over de fiscale gevolgen van een investering. Een bv had eerder een HIR gevormd en wilde dat geld inzetten voor de aankoop van een landgoed. De inspecteur keurde dat af. De rechter moest beoordelen of het landgoed voor de bv een bedrijfsmiddel was, of ‘voorraad’.

Volgens de bv was het landgoed gekocht met als doel om het langdurig te gaan exploiteren. Zij had het in 2013 gekocht en in 2017 weer verkocht, maar in de tussentijd was het landgoed steeds verhuurd en was er ook geprobeerd om het te herontwikkelen.

Maar de rechter concludeerde juist uit de stukken dat de bv van meet af aan het voornemen had gehad om het landgoed te verkopen. Daarom was het geen bedrijfsmiddel, maar voorraad.

Voor de bv betekende dit dat een bedrag van ruim een half miljoen uit de HIR alsnog tot de belastbare winst werd gerekend. En geld steken in de staatskas in plaats van in een bedrijfsmiddel, daar zit natuurlijk niemand op te wachten. Weet dus altijd waarin u investeert!



Meer informatie over investeren vindt u in de toolbox Slim investeren met uw onderneming doet u zo.