Hoe bereken ik de desinvesteringsbijtelling?

Publicatiedatum 22 juli 2019

Onlangs heb ik een in 2017 gekocht bedrijfsmiddel weer verkocht. Hiervoor heb ik destijds investeringsaftrek geclaimd. Hoe bereken ik nu de desinvesteringsbijtelling?

erkoopt u een bedrijfsmiddel binnen vijf jaar na het begin van het jaar waarin u de investering deed, dan moet u de investeringsaftrek of een deel daarvan ‘terugbetalen’. Dit doet u door de winst in het jaar van verkoop te verhogen met de zogeheten ‘desinvesteringsbijtelling’. U geeft in feite een deel van de eerder genoten investeringsaftrek terug. Voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) berekent u dit percentage door het bedrag van de geclaimde investeringsaftrek te delen door het aankoopbedrag van de bedrijfsmiddelen die voor bijtelling in aanmerking komen.

Voorwaarden voor bijtelling

Een desinvesteringsbijtelling komt pas aan de orde als u voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • U verkoopt een bedrijfsmiddel binnen vijf jaar na het begin van het jaar waarin u de investering deed.
  • U heeft in een kalenderjaar voor een bedrag van meer dan € 2.300 aan bedrijfsmiddelen vervreemd, waarvoor u in het verleden investeringsaftrek heeft geclaimd.

Het percentage van de desinvesteringsbijtelling is gelijk aan het percentage van de investeringsaftrek dat u destijds bij de investering heeft toegepast. U berekent deze bijtelling over de verkoopprijs van het betreffende bedrijfsmiddel.

Voorbeeld desinvesteringsbijtelling

Een voorbeeld ter verduidelijking: U heeft in 2017 voor € 150.000 geïnvesteerd in bedrijfsmiddelen. U had in 2017 recht op € 15.734 aan KIA. Het percentage van de KIA was dan ook 10,49% (€ 15.734 / € 150.000 x 100%). Heeft u één van de in 2017 gekochte bedrijfsmiddelen in 2019 weer verkocht voor € 40.000, dan moet u een desinvesteringsbijtelling toepassen. Het percentage van de bijtelling bedraagt eveneens 10,49%. De desinvesteringsbijtelling stelt u dan op een bedrag van € 4.196 (10,49% x € 40.000).