Genoeg mogelijkheden voor accountant bij verslaglegging

Verslaglegging van niet-financiële prestaties biedt veel kansen voor accountantskantoren. Er is namelijk steeds meer behoefte aan transparantie op het gebied van niet-financiële prestaties van organisaties. Dit meldt ABN AMRO in de recent verschenen 'Sectorprognose zakelijke dienstverlening: maart 2021'.

8 maart 2021 | Door redactie

Beleggers en toezichthouders eisen in toenemende mate transparantie op het gebied van niet-financiële prestaties van een organisatie. Hebben zij inzicht in deze prestaties, dan zijn zij beter in staat om de werkelijke langetermijnwaarde van een organisatie te beoordelen. Accountants kunnen een belangrijke rol spelen in de verslaglegging van niet-financiële prestaties.

Rapporteren over duurzaamheid 

Organisaties van openbaar belang (oob’s) zijn verplicht om op basis van EU-richtlijnen te rapporteren over hun duurzaamheidsprestaties. Voor andere organisaties geldt deze plicht niet. Zij kunnen hier vrijwillig over rapporteren. Toch is de verwachting dat de markt voor duurzame verslaglegging steeds groter zal worden. Zo treedt bijvoorbeeld op 10 maart 2021 de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR) in werking. Deze EU-verordening verplicht vermogensbeheerders tot explicietere transparantie op het gebied van duurzaamheid.

Vraag naar advies 

ABN AMRO voorspelt in de sectorprognose ook een toename in de vraag naar advies als gevolg van de aantrekkende economie. Vooral grotere accountantskantoren hadden last van minder adviesinkomsten. Voor de kleinere en middelgrote kantoren ligt het omzetpercentage aan adviesgerelateerde diensten al jaren rond de 12%. De traditionele accountantswerkzaamheden – het doen van aangiftes, en het samenstellen en controleren van de jaarrekening – hadden weinig last van de coronacrisis. Deze werkzaamheden zullen wel gaan afnemen bij een forse toename van het aantal faillissementen.

Digitalisering van de controlepraktijk 

Uit het vergunningenregister van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) blijkt dat nog maar zes kantoren een oob-controle kunnen uitvoeren. Reden voor dit lage aantal is dat de kosten van oob-controles, mede het gevolg van de strenge kwaliteitseisen vanuit de AFM, niet opgebracht kunnen worden door kleinere kantoren. Verdere digitalisering van de controlepraktijk waardoor de kosten van de controlewerkzaamheden worden beperkt, biedt nieuwe kantoren kansen.