IFRS 16 en de balans

15 mei 2026 | Door redactie

De boekhoudregels van IFRS 16 hebben invloed op de rapportage van organisaties die veel zogenoemde ‘off balance contracten’ hebben, zoals lease-, huur- en inhuurovereenkomsten die langer lopen dan 12 maanden. De kern van IFRS 16 is dat een organisatie nagenoeg alle contracten waaruit verplichte financieringsuitgaven voortvloeien, op de balans moet verwerken.

nieuws afbeelding

De balans, de resultatenrekening, het kasstroomoverzicht en het overzicht van de mutaties in het eigen vermogen veranderen. Als gevolg van IFRS 16 veranderen vrijwel alle ratio’s (tool): rentabiliteit, solvabiliteit, kasstroom en liquiditeit.

IFRS 16 zet leasecontracten op de balans

Sinds de invoering van IFRS 16 (2019) moeten vrijwel alle leaseverplichtingen – inclusief contracten die voorheen als huur werden gezien – op de balans worden opgenomen. Het onderscheid tussen financial lease en operational lease vervalt voor de lessee. Bij elk contract moet duidelijk zijn wat de onderliggende rente is en hoe de financiële en serviceleasetermijnen zijn gesplitst. Die verplichting geldt niet voor leasecontracten met een looptijd van minder dan 12 maanden en voor leasecontracten die zijn verbonden aan activa met een geringe waarde.

Nog slechts één leasetype

Bij de leasestandaard onder IFRS 16 bestaat voor de lessee nog maar één boekhoudmodel van verwerking. Alle leaseverplichtingen worden opgenomen onder de passiva, terwijl het corresponderende gebruiksrecht (right?of?use asset) wordt geactiveerd onder de vaste activa. Dit gebruiksrecht wordt afgeschreven over de economische levensduur of de contractduur, afhankelijk van welke korter is. Het onderscheid tussen operational of financial lease komt volledig te vervallen. De IFRS 16-standaard maakt wel onderscheid tussen een leasecontract en een servicecontract. Bij een leasecontract heeft de klant het recht om een specifiek actief (bijvoorbeeld een voertuig met kenteken) te gebruiken en bepaalt hij hoe en wanneer het wordt ingezet.

In een leasecontract staat het gebruikersrecht van bijvoorbeeld een voertuig (met kenteken). Bij een servicecontract behoudt de leverancier de zeggenschap over het actief, bijvoorbeeld doordat hij het voertuig mag vervangen. Tijdens het contract bepaalt de leverancier hoe en wanneer hij het voertuig gebruikt. Servicecontracten geven de leverancier het recht om het voertuig te vervangen.