VERDIEPINGSARTIKEL

Leasen en de jaarrekening

Met de invoering van IFRS 16 moet u sinds 2019 alle leaseverplichtingen (ook huur!) op de balans verwerken. Er is dus geen onderscheid meer in verwerking tussen financial en operational lease.


14 mei 2021 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Waar u vroeger operationele leases kon verantwoorden in de resultatenrekening en in de toelichting op de jaarrekening, maar niet op de balans, moet u deze nu wel verantwoorden op de balans. Bij elk contract moet duidelijk zijn wat de onderliggende rente is en hoe de financiële en serviceleasetermijnen zijn gesplitst.

Die verplichting geldt niet voor leasecontracten met een looptijd van minder dan 12 maanden en voor contracten die zijn verbonden aan activa met een geringe waarde.

Vrijwel iedere onderneming maakt tegenwoordig gebruik van leasing. De leaseauto is het voor de hand liggende voorbeeld, maar ook andere bedrijfsmiddelen kunt u leasen, zoals machines. Een leaseovereenkomst is een overeenkomst waarbij de verhuurder (de lessor) aan de huurder (lessee) het gebruiksrecht van een bedrijfsmiddel (activum) geeft tegen een overeengekomen vergoeding voor een overeengekomen periode.

Verwerken in de jaarrekening

Het verwerken van leasecontracten in de jaarrekening is geen eenvoudige opgave. Om te beginnen moet u nagaan of er sprake is van operational of financial lease (zie ook het kader), de meest bekende vormen van lease.

Bij operational lease blijft de leasemaatschappij juridisch en economisch eigenaar van het leaseobject. Voordeel van operational lease is vaak dat alles door de leasemaatschappij geregeld wordt. In het geval van operational lease van bijvoorbeeld een auto, draagt de leasemaatschappij zorg voor de verzekering, wegenbelasting en onderhoud. Al deze maandelijkse lasten zijn in het leasebedrag verwerkt.

Wat zeggen de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ)?

Het is in de praktijk vaak niet eenvoudig om vast te stellen of er wel of niet sprake is van financial of operational lease. In Richtlijn 292 van de RJ staan definities:

Financial lease
Financial lease is een leaseovereenkomst waarbij de voor- en nadelen die verbonden zijn aan de eigendom, (nagenoeg) geheel door de lessee worden gedragen. De lessor kan de juridische eigendom uiteindelijk overdragen aan de lessee, maar dit hoeft niet. Financial lease is in feite een vorm van financiering.

Operational lease
Van operational lease is sprake bij iedere leaseovereenkomst die niet kwalificeert als financial lease. Bij financial lease is het economische aspect (de voor- en nadelen) dus belangrijker dan de juridische eigendom. De lessee zal het geleasete bedrijfsmiddel op de balans moeten opnemen, evenals de financiering hiervan.

De RJ heeft verder in de richtlijn een aantal indicaties aangegeven voor financial lease:

  • De (juridische) eigendom van het geleasete bedrijfsmiddel gaat aan het eind van de overeengekomen leaseperiode over van de verhuurder op de huurder.
  • De huurder heeft het recht om het bedrijfsmiddel aan het eind van de overeengekomen leaseperiode te kopen tegen een bedrag dat ver beneden de reële waarde ligt.
  • De overeengekomen leaseperiode bevat voornamelijk de economische levensduur van het bedrijfsmiddel.
  • De contante waarde van de minimaal verschuldigde leasebetalingen is bij het aangaan van de overeenkomst nagenoeg gelijk aan de reële waarde van het bedrijfsmiddel.
  • Het leaseobject is zodanig specifiek dat het zonder belangrijke aanpassingen alleen bruikbaar is door de huurder.

Aankoopbedrag financieren

Heeft uw onderneming een object nodig dat nog niet direct betaald kan worden, dan is financial lease een mogelijkheid. Gaat het bijvoorbeeld om de financiering van een auto, dan is het aankoopbedrag gefinancierd door de leasemaatschappij waaraan u een aflossingsbedrag en rente betaalt.

U bepaalt zelf alles over het object. Bij een leaseauto kan bijvoorbeeld de keus vallen op een garage die een goedkopere onderhoudsbeurt aanbiedt. Dat mag de organisatie zelf bepalen.

Wie heeft het object verzekerd en wie betaalt het onderhoud?

Op de balans zetten

Er bestaat bij financial lease overigens ook de mogelijkheid dat de leasemaatschappij juridisch eigenaar van het object blijft en dat de lessee economisch eigenaar is en het object op de balans plaatst.

Om de vraag wie de economisch eigenaar van het object is te beantwoorden, moet gekeken worden naar wie in overwegende mate het economisch risico voor het object draagt. Wie heeft het object bijvoorbeeld verzekerd en wie betaalt het onderhoud?

De economisch eigenaar kan de fiscale voordelen die bij het object horen benutten (bijvoorbeeld afschrijven), de juridisch eigenaar kan het object verkopen of aan een ander leasen.

Leaseobject wordt activapost

Nadat u heeft vastgesteld met welke leasevorm u te maken heeft, kunt u zich gaan buigen over de verwerking van de lease in de jaarrekening. Bij financial lease moet u direct bij het begin van de leaseperiode het leaseobject en het bedrag dat u daarvoor kwijt bent (de schuld) op de balans zetten. Het leaseobject wordt verwerkt als activapost en de leaseverplichting wordt verwerkt óf onder de langlopende schulden óf onder de kortlopende schulden, afhankelijk van de leasetermijn.

Soms maakt u direct al kosten die betrekking hebben op het afsluiten van een leasecontract. Denk aan administratiekosten. Dit soort kosten die direct samenhangen met de totstandkoming van het contract telt u op bij het te activeren bedrag van het leaseobject. Het leaseobject en de daarmee samenhangende schuld neemt u op tegen de reële waarde van het leaseobject.

De verwachte levensduur is de overeengekomen contractduur

Contante waarde

Het contractueel te betalen bedrag maakt u contant tegen de rentevoet die voor het contract voor u (de lessee) van toepassing is. Uitgangspunt voor de contante waarde is het moment dat u de leaseovereenkomst sluit.

Vaak kunt u gebruikmaken van de rentevoet die de lessor hanteert om de leasekosten te betekenen. Om deze impliciete rentevoet te berekenen heeft u een wiskundige berekening nodig: het totale betaalde bedrag / geleende bedrag en dit te verhogen tot 1 / aantal perioden = x. Dus x-1 x 100 = impliciete rentevoet.

Als de rentevoet niet bekend is, dan gaat u uit van een rente die marktconform is op het moment dat u het leasecontract aanging. Marktconform houdt in: de rentevoet van een vergelijkbaar financieringscontract voor een vergelijkbaar actief op de balans.

Totale huursom

Bij de eerste waardering van het activum gaat u uit van de som aan middelen die u bij het afsluiten van de leaseovereenkomst beschikbaar moet hebben, waarbij – vermeerderd met de rentefactor – de totale ‘huursom’ aan het eind van de leaseperiode gelijk is aan de in totaal te betalen leasetermijnen.

Als jaarlijkse afschrijvingslast verantwoordt u in de winst-en-verliesrekening de uitkomst van de berekening van het geactiveerde bedrag bij eerste verwerking, gedeeld door de verwachte levensduur van het activum. Deze verwachte levensduur kunt u gelijkstellen aan het aantal jaren dat tussen u en de leasemaatschappij voor de contractduur is overeengekomen.

Journaalposten

De rentelast in de winst-en-verliesrekening is de rentefactor maal het bedrag dat bij aanvang van het boekjaar voor het activum is geactiveerd. Het verschil tussen de berekende rentelast en de totale leasetermijn aan de leasemaatschappij is het bedrag van de aflossing.

Dit leidt tot de volgende (jaarlijkse) journaalposten:

  1. Afschrijving (in de winst-en-verliesrekening) AAN/materiële vaste activa (op de balans).
  2. Rente (in de winst-en-verliesrekening) AAN/verschuldigde termijn verhuurder (op de balans).
  3. Leaseverplichting (op de balans) AAN/verschuldigde termijn verhuurder (op de balans).
  4. Verschuldigde termijn verhuurder (op de balans uit journaalpost 2 en 3) AAN/bank (op de balans).

Bij elk contract moet duidelijk zijn wat de onderliggende rente is en hoe de financiële en leasetermijnen zijn gesplitst.