VERDIEPINGSARTIKEL

Wat doet Nederland op het gebied van duurzame belastingen?

Een overheid die burgers en bedrijfsleven wat duurzamer gedrag wil aanleren kan kiezen voor de wortel of voor de stok. En dat is nou het mooie van belastingen: die zijn voor beide routes bruikbaar. Méér belasting op suiker en minder belasting op groente, en voilà.

Grote vraag is of gedrag zich zó makkelijk laat veranderen. Vast staat echter dat er wordt gebroed op allerlei duurzame belastingen. Een greep uit de ontwikkelingen.


18 augustus 2021 6 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


De fiscale prikkel is al sinds mensenheugenis geliefd bij beleidsmakers. Een mooi overzicht van het Belasting & Douane Museum in Rotterdam rept bijvoorbeeld van een belasting op schoorstenen, uit een tijd dat verwarming van huizen nog als luxe werd gezien. Dat idee is inmiddels wel verdwenen, maar als het even kan komt de warmte nu wel uit groene bron.

Fiscale prikkels rond duurzaamheid

Want ook rond duurzaamheid stikt het van de fiscale prikkels. Niet voor niets is er in het rapport met bouwstenen voor een toekomstbestendig belastingstelsel een heel hoofdstuk ingeruimd voor gezondheidsgerelateerde belastingen. En ook eentje voor fiscale vergroening. Wat zijn de ontwikkelingen in het Nederlandse belastingstelsel? Hieronder een (incompleet) overzicht, opgedeeld in drie blokken: energie, vervoer en voeding.

Het kabinet heeft gesleuteld aan de belasting op elektriciteit en aardgas

1 Energie en uitstoot

Om bij de grootverbruikers te beginnen: Nederland kent sinds dit jaar een heffing op al te hoge CO2-uitstoot van de industrie. De heffing loopt tot aan 2030 geleidelijk op. Ondernemingen die tegen die tijd nog altijd te weinig maatregelen hebben genomen, betalen € 125 per te veel uitgestoten ton CO2. De uitstootheffing raakt ruim 200 ondernemingen.

Wat dichter bij huis heeft het kabinet de afgelopen tijd gesleuteld aan de belasting op elektriciteit en aardgas. Het tarief op gas stijgt, het tarief voor elektriciteit daalt juist. Zo wil de overheid bijvoorbeeld verwarming via een elektrische warmtepomp aantrekkelijker maken.

Tegelijkertijd is er juist een domper voor Nederlanders die zelf elektriciteit opwekken met zonnepanelen. De voordelige salderingsregeling wordt namelijk vanaf 2023 geleidelijk afgebouwd.

Dankzij die regeling kunnen kleinverbruikers de stroom die zij zelf opwekken in mindering brengen op hun energieverbruik. Maar omdat zonnepanelen steeds goedkoper worden, is de terugverdientijd ook korter. Daarom is de regeling volgens het kabinet niet meer nodig. Vanaf 2031 is het salderen afgelopen. Onlangs heeft het demissionaire kabinet nog laten weten dat de afbouw vooralsnog doorgaat.

In het bouwstenen-rapport staan nog wel een paar ideeën op dit gebied, zoals:

  • grotere reikwijdte voor CO2-heffing;
  • accijnsverhoging op fossiele brandstoffen, en juist een verlaagd accijnstarief op hernieuwbare brandstoffen;
  • verhoging energiebelasting voor grootverbruikers.

Verpakkingenbelasting ging de prullenbak in, straks een nieuwe heffing op plastic?

Nederland kende eerder ook een verpakkingenbelasting. Die werd in 2008 ingevoerd. Het idee was om producenten zo te bewegen om milieuvriendelijker verpakkingsmateriaal te gaan gebruiken, maar dat kwam niet echt uit de verf.

Volgens de evaluatie kwam dat onder meer doordat producenten een kostprijsverhoging redelijk makkelijk konden doorberekenen aan de consument. In 2013 is deze belasting weer afgeschaft. In plaats daarvan ging het bedrijfsleven betalen voor het inzamelen van plastic verpakkingen.

Plasticbelasting
Inmiddels staan de plastic verpakkingen weer in de aandacht. In opdracht van de Tweede Kamer heeft het ministerie van Financiën onlangs onderzoek laten doen naar een landelijke heffing op nieuwe plastics. Die studie schetst de mogelijkheden, het besluit of er eventueel een plasticbelasting komt is aan een volgend kabinet.

Het onderzoek laat wel zien dat het erg aan de vormgeving zal liggen of de belasting ook effect heeft. Zo kunnen plastic producten die consumenten kopen belast worden, maar daarmee worden producenten alleen indirect aangespoord om minder plastic te gebruiken.

2 Auto en vervoer

Als iets duidelijk maakt dat de fiscale prikkel werkt, dan is het wel de elektrische auto. Als in januari het bijtellingstarief voor de elektrische auto omhooggaat, is het in de decembermaand daarvóór dringen bij dealers om nog snel een auto op naam te laten zetten.

Inmiddels vindt de overheid het welletjes. Om oversubsidiëring van de elektrische auto te voorkomen gaat de kraan verder dicht. Nu geldt nog een verlaagde bijtelling, maar in 2026 hebben nieuwe elektrische auto’s hetzelfde tarief als een benzineauto.

Wel is er een overheidssubsidie voor particulieren die een elektrische auto willen kopen. Bij een nieuwe auto betaalt de overheid onder voorwaarden € 4.000 mee, voor occasions € 2.000. De pot voor nieuwe elektrische auto’s is echter sinds begin juni alweer leeg voor dit jaar.

Voor tweedehands auto’s is er op moment van schrijven nog wel subsidie beschikbaar. Ook is er nog geld bij de subsidie voor schone bestelbussen.

Voor vliegreizen moeten vakantievierders en zakenreizigers sinds 2021 ook rekening houden met een belasting. Per ticket is die € 7,845. Wel zet het kabinet nog steeds in op een Europese regeling.

Ook op dit gebied zijn er genoeg opties in het bouwstenen-rapport, zoals:

  • CO2-uitstoot gaat meetellen bij bepalen van motorrijtuigenbelasting.
  • Vrijstelling voor elektrisch varen in de binnenvaart.
  • Tarieven vliegbelasting verdubbelen of BTW op vliegtickets introduceren voor vliegmaatschappijen.

3 Voeding

Over belasting op voeding lopen de gemoederen steevast het hoogst op. Omdat bijvoorbeeld een vleestaks of een suikerbelasting het diepst ingrijpt op het dagelijks leven.

Tot nu toe zijn zulke belastingen er in Nederland ook nog niet gekomen. Toch lijkt het sentiment in het algemeen wel enigszins te kantelen. Want moeten gezonde alternatieven niet juist goedkoper zijn?

Daarom is al vanuit verschillende hoeken geopperd om het BTW-tarief op bijvoorbeeld groente en fruit te verlagen. Nog los van de vraag of dat uitvoerbaar is voor de fiscus, is het ook nog de vraag of dat helpt om gedrag te veranderen (zie het kader hieronder).

Groente en fruit hamsteren door lager BTW-tarief?

Werken een extra heffing of belastingvoordelen eigenlijk wel om gedrag te veranderen? Dat is lang niet altijd een uitgemaakte zaak. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft in 2020 onderzocht hoe de voedselconsumptie van de Nederlander duurzamer en gezonder kan worden.

Het blijkt dat het daarbij vooral draait om het aanpassen van ingesleten routines, en die veranderen doorgaans alleen met kleine stapjes. Belastingen kunnen helpen, maar daar moeten geen wonderen van verwacht worden. Het PBL citeert daarbij een onderzoek waaruit blijkt dat een verhoging van het BTW-tarief op vlees van 9% naar 21% de vleesconsumptie met circa 3 à 4% zal laten afnemen.

Een verlaging van het BTW-tarief op groente en fruit van 9% naar 5% zet ook niet bijster veel zoden aan de dijk. Daardoor zou de consumptie van groente en fruit met 0,51% stijgen.

Diverse Europese landen hebben ook al een suikerbelasting ingevoerd. Zo heeft het Verenigd Koninkrijk een heffing op te veel suiker in frisdrank. De opbrengsten daarvan vloeien naar het aanpakken van overgewicht bij de jeugd.

Frankrijk heft naast suiker ook op kunstmatige zoetstoffen in frisdrank. Maar het RIVM vond vorig jaar in een studie nog geen hard bewijs dat de suikertaks ook werkt.

Mocht de overheid in de toekomst aan de slag willen met gezondheidsgerelateerde belastingen, dan kan zij ook weer te rade gaan bij het bouwstenen-rapport. Dat bevat beleidsopties als:

  • BTW-tarief op ongezonde voedingsmiddelen zoals snoep, chips en ijs verhogen van 9% naar 21%. De BTW wordt dan in eerste instantie betaald door de producent of de verkoper.
  • BTW-tarief op vlees verhogen van 9% naar 21%. Of invoering van een consumentenvleestaks, waarbij de klant belasting betaalt bij aankoop. Bijvoorbeeld een tarief per kilogram vlees.

Volop keus in overheidshulp: investeringsaftrek, subsidie en vrijstelling voor beleggingen

De overheid zit zeker niet op haar handen bij subsidies op groene investeringen. Via de EIA, de MIA en de Vamil kunnen ondernemers die geld steken in verduurzaming investeringsaftrek krijgen (hierover kunt u meer lezen op rendement.nl/investeren).

Vanaf 1 oktober 2021 komt daar nog een nieuwe subsidie bij voor mkb’ers die willen vergroenen. Zij kunnen onder meer maximaal € 2.500 subsidie krijgen om een energiebesparingsadvies te laten opstellen voor hun bedrijfspand. Let op: voor deze subsidie geldt ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’. In totaal zit er € 28,2 miljoen in de pot. De RVO beheert het aanvraagloket.

Vrijstelling
Ook als geldschieter van duurzame projecten kunt u voordeel krijgen. Voor groene beleggingen geldt namelijk een vrijstelling in box 3 van de IB. De fiscus heeft op zijn site een overzicht staan van de beleggingsfondsen die hieronder vallen. In 2021 zijn groene beleggingen tot maximaal € 60.429 vrijgesteld, voor fiscale partners is dit € 120.858. Daar bovenop heeft u recht op een heffingskorting voor groene beleggingen. Die bedraagt 0,7% van uw vrijstelling.