Stage en leer-werkplek kosten u te veel tijd

De administratieve rompslomp bij stages en leer-werktrajecten in het beroepsonderwijs zorgt voor een mismatch tussen vraag en aanbod. Werkgevers moeten daarom voorafgaand aan een stage of leer-werkplek digitaal over alle benodigde formulieren en informatie kunnen beschikken. Dat adviseert Actal, het adviescollege toetsing regeldruk.

15 april 2015 | Door redactie

Stages en leer-werktrajecten kosten werkgevers op dit moment erg veel tijd. De voorbereiding vindt bijvoorbeeld meestal in de zomer plaats, een periode waarin onderwijsinstellingen en studenten moeilijk bereikbaar zijn en het dus ook lastig is om alle formulieren op tijd te versturen en in te vullen. Maar ook de praktijkbegeleiding en het feedback geven op opdrachten kosten praktijkbegeleiders veel inzet en energie. 

Adviezen om mismatch stages en leerwerkplekken te voorkomen

Om vraag en aanbod van stages en leer-werkplekken beter op elkaar af te stemmen, adviseert Actal in het ’Onderzoek regeldruk stage, leerwerk en instroom flexwerk’ (pdf)  onder meer het volgende:

  • formulieren en studiemateriaal voor de beroepspraktijkvorming (BPV) uniformeren en voorafgaand aan de start van een traject of stage online beschikbaar stellen;
  • de wettelijke verplichte handtekening onder de praktijkovereenkomst van ouders van scholieren van 16 en 17 jaar afschaffen (werkgevers lopen nu ook vaak subsidie mis doordat ze moeten wachten totdat alle handtekeningen zijn gezet);
  • mogelijk maken dat handtekeningen onder stage- en praktijkovereenkomsten digitaal kunnen worden gezet;
  • de mogelijkheden van digitale dossiers en digitale matching onderzoeken;
  • een stagebureau oprichten dat het koppelen en plaatsen van alle studenten en leerlingen voor zijn rekening neemt (nu gebeurt dit vaak handmatig en is daardoor erg arbeidsintensief);
  • ‘strategisch stage- en leer-werkplekmanagement’: meer en betere regionale afspraken tussen onderwijsinstellingen en werkgevers over het opleidings-, stage- en leer-werkplekaanbod;
  • subsidie- en erkenningsregelingen standaardiseren: in alle sectoren moeten zzp’ers en eenmanszaken bijvoorbeeld leerbedrijf kunnen worden.