Dienend leiderschap redt managers

Managers moeten hun meerwaarde bewijzen om in het zadel te blijven. Als gevolg van bezuinigingen zijn steeds meer managementlagen verdwenen. Met dienend leiderschap kunnen managers twee vliegen in één klap slaan.

3 oktober 2016 | Door redactie

De economische crisis heeft ertoe geleid dat veel organisaties flink geschrapt hebben in de managementlagen. Daar waar werknemers eerder mogelijk nog zicht hadden op een managementfunctie, is deze doorgroeimogelijkheid nu geen optie meer. Managers staan daardoor voor twee uitdagingen: ze moeten hun eigen meerwaarde blijven bewijzen én hun werknemers gemotiveerd aan het werk houden zonder uitzicht op een managementfunctie.

Managers moeten dienend leiderschap tonen

Een beperkt aantal managementlagen levert niet alleen een besparing op voor organisaties. Voor de overgebleven managers is er ook een pluspunt. Werknemers raken namelijk gedemotiveerd als ze op ieder detail gecontroleerd worden en ieder initiatief aan meerdere managementlagen moeten voorleggen voordat ze het eventueel in de praktijk kunnen brengen. In deze tijd is het belangrijk dat managers dienend leiderschap laten zien waarbij de nadruk op zelfsturing ligt. Managers hoeven dus niet langer per se meer kennis en ervaring te hebben dan de medewerkers die ze aansturen.

Managers moeten ontwikkeling werknemers stimuleren

Managers moeten er vooral voor zorgen dat werknemers de kans krijgen de nodige kennis en ervaring op te doen om hun functioneren te verbeteren, bijvoorbeeld met behulp van coachingopleiding en ontwikkeling of een persoonlijk ontwikkelingsplan (POP). Daarmee geven ze werknemers niet alleen de vrijheid om hun functioneren voor een deel zelfstandig in te vullen maar ook om zichzelf te (blijven) ontwikkelen en specialiseren. Vaak motiveert dat werknemers veel meer dan een strak geregisseerd loopbaanpad.