Krijgen we LKV voor deze werknemer?

Publicatiedatum 22 juli 2019

Als een werknemer begin april recht had op een uitkering en wij hem per 20 april in dienst nemen, krijgen we dan een LKV?

Voor de loonkostenvoordelen (LKV’s) is één van de voorwaarden dat de werknemer recht had op een uitkering in de kalendermaand vóór hij in dienst kwam of herplaatst werd. Of u voor deze werknemer een LKV ontvangt, hangt dan ook af van de datum waarop hij recht had op een uitkering. Dit is anders dan bij de premiekortingen die tot 1 januari 2018 golden. De Belastingdienst legt het begrip ‘kalendermaand’ voor de Wet tegemoetkomingen loondomein (WTL) letterlijk uit. Wat dat betekent, leest u in de hieropvolgende voorbeelden.

Doelgroepverklaring

Stel dat uw organisatie op 20 april een werknemer in dienst neemt die op 8 april 57 jaar was. De werknemer had van 1 april 2018 tot en met 7 april 2018 recht op een uitkering op basis van de Werkloosheidswet (WW-uitkering). Uw organisatie heeft in deze situatie geen recht op het loonkostenvoordeel. De werknemer had namelijk in de kalendermaand vóór hij in dienst kwam – dus in de maand maart – geen recht op een uitkering. Het UWV zal een aanvraag voor een doelgroepverklaring afwijzen en u mag geen LKV aanvinken in uw loonaangifte.

Kalendermaand voor indiensttreding

Neemt u diezelfde werknemer in dienst, maar had hij recht op een uitkering van 20 maart tot en met 7 april 2018, dan ziet de situatie er een heel stuk voordeliger uit. Deze werknemer voldoet namelijk wél aan de voorwaarde dat hij in de kalendermaand vóór hij in dienst kwam – maart 2018 – recht had op een uitkering. Het UWV zal een doelgroepverklaring afgeven en u kunt het loonkostenvoordeel aanvragen in de aangifte loonheffingen. De werknemer hoeft dus niet de volledige kalendermaand voor indiensttreding of herplaatsing recht te hebben gehad op een uitkering. Eén dag is al voldoende. Was de uitkering in het eerste voorbeeld op 31 maart ingegaan, dan had u het LKV wel mogen aanvragen.