Hoge Raad: LKV oudere werknemer na overname onderneming

3 juni 2024 | Door redactie

De Hoge Raad oordeelde onlangs dat na een overname van een onderneming, de nieuwe werkgever het loonkostenvoordeel (LKV) voor een oudere werknemer mag blijven toepassen. Ook de doelgroepverklaring blijft geldig.

Als een werkgever een andere onderneming overneemt, blijft hij recht hebben op het LKV oudere werknemer als de maximale termijn van drie jaar nog niet is verlopen. Daarvoor is volgens de Hoge Raad beslissend dat:

  • De werknemer 56 jaar of ouder was, toen hij in dienst kwam bij de oorspronkelijke werkgever (en hij had de AOW-leeftijd nog niet bereikt).
  • De werknemer in de zes maanden voordat hij in dienst kwam bij de oorspronkelijke werkgever, niet bij dezelfde werkgever in dienst was.
  • De werknemer in de maand voor hij in dienst kwam bij de oorspronkelijke werkgever, recht had op één van de volgende uitkeringen:
    • werkloosheidsuitkering (WW, IOW)
    • arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO, WIA, Wet Wajong, Waz, Wamil)
    • bijstandsuitkering (Participatiewet, IOAW, IOAZ)
    • uitkeringen uit de EU, de EER of Zwitserland die hetzelfde doel hebben als de bovenstaande Nederlandse uitkeringen

In het arrest geeft de Hoge Raad ook aan dat de doelgroepverklaring – die de werknemer heeft ontvangen – geldig blijft, ook al staat daar de naam van de oude werkgever nog op. Deze doelgroepverklaring heeft een werkgever nodig (artikel) voor een recht op het LKV. 

Alvast rekening gehouden met mogelijk recht op LKV

Als een werkgever recht heeft op LKV’s, ontvangt hij een WTL-beschikking van de Belastingdienst. De fiscus gaat er in reeds verstuurde beschikkingen van uit dat bij de overgang van een onderneming het recht op een LKV niet mee overgaat naar de nieuwe werkgever. Maar begin maart 2024 gaf de Belastingdienst – in afwachting van deze uitspraak van de Hoge Raad – al wel aan hoe de werkgever in zo’n geval voor het jaar 2023 kon en voor het jaar 2024 kan verzoeken om het LKV. Het loonkostenvoordeel oudere werknemer wordt overigens de komende jaren stapsgewijs afgebouwd en per 1 januari 2026 volledig afgeschaft. 

Bron: Hoge Raad, 24 mei 2024, ELCI (verkort): 746