LIV en jeugd-LIV de dupe van plannen pensioenakkoord

Om de kosten te dekken van een minder snelle stijging van de AOW-leeftijd, stelt het wetsvoorstel Temporisering verhoging AOW-leeftijd voor het lage-inkomensvoordeel (LIV) per 2020 te beperken en het jeugd-LIV per 2024 zelfs te laten verdwijnen.

18 juni 2019 | Door redactie

Het kersverse voorstel voor de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd, waarin een deel van de afspraken uit het pensioenakkoord zijn uitgewerkt, heeft nogal wat gevolgen voor de tegemoetkomingen die werkgevers kunnen ontvangen. Momenteel krijgen werkgevers nog tot € 2.000 per jaar voor werknemers die minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon verdienen. Ook is de hoogte van de tegemoetkoming nu nog afhankelijk van het gemiddelde uurloon van de werknemer. Voor het lage-inkomensvoordeel (LIV) staan er nu grote wijzigingen op stapel, die al per 1 januari 2020 ingaan:

  • Werkgevers krijgen nog maximaal € 1.000 per werknemer per kalenderjaar.
  • Het hoge tarief wordt gelijkgesteld aan het lage tarief: werkgevers krijgen een tegemoetkoming van € 0,51 per verloond uur voor alle werknemers met een gemiddeld uurloon van minimaal € 10,05 per uur en maximaal  € 12,58 per uur.

Halvering jeugd-LIV per 2020

Werkgevers zullen de verschillen behoorlijk gaan merken. Zo zal het jeugd-LIV (tool) per 1 januari 2024 helemaal ophouden te bestaan, maar de bedragen halveren al per 2020:

Leeftijd 2019 (per verloond uur) 2020 (per verloond uur)
18 jaar € 0,13 € 0,07
19 jaar € 0,16 € 0,08
20 jaar € 0,59 € 0,30
21 jaar € 0,91 € 0,46

Werkgelegenheid de dupe van pensioenregeling

Om het pensioenstelsel opnieuw vorm te geven is er gekozen om te besparen op het LIV en het jeugd-LIV. Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt een onderzoek in naar de gevolgen van deze wijzigingen voor de werkgelegenheid. De Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd zou al met ingang van 1 januari 2020 in werking kunnen treden. Wel moeten de Tweede en Eerste Kamer er eerst nog mee instemmen.