Loonkostenvoordeel in plaats van premiekorting

Op Prinsjesdag heeft het kabinet de nieuwe Wet tegemoetkomingen loondomein (WLT) gepresenteerd. Hiermee worden alle premiekortingen die u nog krijgt voor bepaalde werknemers afgeschaft en vervangen door het loonkostenvoordeel.

23 september 2015 | Door redactie

De nieuwe wet introduceert twee maatregelen: het loonkostenvoordelen (LKV) en het lage-inkomensvoordeel (LIV). De premiekortingen voor het in dienst nemen van oudere uitkeringsgerechtigden en mensen met een arbeidsbeperking worden vervangen door de LKV’s. Dit nieuwe systeem moet per 1 januari 2018 van kracht worden.

Bedragen gebaseerd op aantal uren

In tegenstelling tot de huidige korting op de premies werknemersverzekeringen, krijgt u met het LKV een vast bedrag per werknemer per uur. Dat werkt als volgt:

  • Het LKV voor het aannemen van arbeidsgehandicapte werknemers en oudere werknemers bedraagt € 3,05 per werknemer per uur met een maximum van € 6.000 per werknemer per jaar. Uw organisatie krijgt dit voordeel gedurende maximaal drie jaar. Als u een arbeidsgehandicapte werknemer herplaatst, heeft u één jaar recht op dit voordeel.
  • Het LKV voor werknemers die onder de doelgroep van de banenafspraak vallen, bedraagt € 1,01 per werknemer per uur met een maximum van € 2.000 per werknemer per jaar. Dit voordeel krijgt u gedurende maximaal drie jaar.

Extra steun voor relatief laag loon

U krijgt als werkgever per 1 januari 2017 onder voorwaarden recht op het LIV als ze werknemers in dienst hebben die tussen de 100% en 120% van het wettelijk minimumloon verdienen. Dit voordeel kan oplopen tot € 2.000 per werknemer per jaar. De hoogte is afhankelijk van het gemiddelde uurloon van de werknemer. Binnen deze groep is een splitsing gemaakt: voor werknemers die tussen de 100% en 110% van het minimumloon verdienen, krijgt u maximaal € 2.000 per werknemer per jaar. Voor werknemers die tussen de 110% en de 120% van het minimumloon verdienen, krijgt u maximaal € 1.000 per werknemer per jaar. Verder zijn er nog twee aanvullende voorwaarden:

  • De werknemer moet minimaal 1.248 verloonde uren hebben in het jaar waarin de werkgever het LIV wil ontvangen.
  • De werknemer mag nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt hebben.