VERDIEPINGSARTIKEL

Het lage-inkomensvoordeel voor jongeren; jeugd-LIV

De afgelopen jaren is het wettelijk minimumloon voor jongere werknemers stapsgewijs extra verhoogd. Werknemers van 18, 19, 20, 21 en 22 jaar zijn daardoor flink duurder geworden. 21- en 22-jarigen hebben sinds 1 juli 2019 zelfs recht op het volledige wettelijk minimumloon, waardoor u voor hen onder voorwaarden het lage-inkomensvoordeel (LIV) kunt ontvangen. Voor werknemers van 18, 19 en 20 jaar is het jeugd-LIV in het leven geroepen. Wat zijn daarvan de bijzonderheden?


19 juni 2020 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online en Zoë Wijnakker-Latten, voormalig hoofdredacteur Salaris Rendement, eigenaar tekstbureau DOEN, info@tekstbureaudoen.nl


Voor werknemers van 18, 19 en 20 jaar kan uw onderneming onder voorwaarden het jeugd-LIV ontvangen. Dit voordeel uit de Wet tegemoetkomingen loondomein (WTL) kan per werknemer per jaar oplopen tot maar liefst € 627,96. Daarvoor gelden wel 3 eisen.

Voorwaarden voor jeugd-LIV

Een werknemer brengt alleen jeugd-LIV met zich mee als hij voldoet aan de volgende 3 voorwaarden:

  • Hij was op 31 december van het voorgaande jaar 18, 19 of 20 jaar oud.
  • Hij is verzekerd voor de werknemersverzekeringen.
  • Zijn gemiddelde uurloon is niet lager dan het wettelijk minimumloon voor zijn leeftijd, maar ook niet hoger dan het wettelijk minimumloon voor werknemers die 1 jaar ouder zijn.

De 1e voorwaarde is redelijk eenvoudig: de werknemer moest op 31 december een bepaalde leeftijd hebben. Er is gekozen voor de leeftijd op die datum, omdat op die manier het jeugd-LIV eenvoudiger voor het hele kalenderjaar berekend kan worden en er dus geen ingewikkelde rekensommen gemaakt hoeven te worden rond de verjaardag van de werknemer.

Het maakt dus niets uit als de werknemer al in januari jarig is, of wel? Het antwoord op die vraag is: ‘jazeker wel!’. Doordat de werknemer dan al vroeg in het jaar recht krijgt op een hoger wettelijk minimumjeugdloon, is de kans groot dat zijn gemiddelde uurloon boven de bovengrens voor het jeugd-LIV uitkomt. Daar is helaas niet veel aan te doen zonder gebruik te maken van bijvoorbeeld een cafetariaregeling.

Voldoen aan de erzekeringseis

Ook de 2e voorwaarde lijkt niet al te ingewikkeld. De meeste werknemers voldoen automatisch aan deze verzekeringseis. Werkgevers krijgen echter geen jeugd-LIV voor:

  • ex-werknemers die de werkgever als eigenrisicodrager na afloop van de dienstbetrekking Ziektewetuitkeringen betaalt;
  • werknemers die een WGA-uitkering van de werkgever als eigenrisicodrager ontvangen;
  • werknemers die de werkgever een WAO-, WIA- en WW-uitkering betaalt namens UWV.

21-jarigen brengen geen jeugd-LIV meer mee

Omdat werknemers van 21 jaar sinds 1 juli 2019 recht hebben op het volledige minimumloon, komen ze sinds 1 januari 2020 niet meer in aanmerking voor jeugd-LIV. Als ze aan de voorwaarden voldoen, kunnen deze werknemers wel onder het lage-inkomensvoordeel (LIV) vallen.

De eisen daarvoor zijn wel anders dan die voor het jeugd-LIV. Zo moet een werknemer voor het volwassenen-LIV minimaal 1.248 verloonde uren bij de organisatie hebben in het kalenderjaar.

Uurloongrenzen in 2020

De derde voorwaarde brengt het nodige rekenwerk met zich mee. In 2020 krijgt een werkgever alleen jeugd-LIV voor werknemers die aan voorwaarde 1 en 2 voldaan en die een gemiddeld uurloon hebben dat valt binnen de volgende uurloongrenzen:

Leeftijd op 31 decemberOndergrensBovengrens
20 jaar € 8,30 € 10,29
19 jaar € 6,23 € 9,24
18 jaar € 5,19 € 6,93

Het gaat daarbij om het gemiddelde uurloon over alle verloonde uren van de werknemer. Ook betaalde vakantie- en verlofdagen tellen dus mee. Onbetaald verlof daarentegen dan weer niet.

Om het gemiddelde uurloon van een werknemer te berekenen, moet de werkgever het loon uit kolom 8 van de loonstaat delen door zijn totaal aantal verloonde uren.

Dubbel pech bij stevige onderhandeling

Werkgevers hebben dubbel pech als een werknemer stevig onderhandeld heeft over zijn salaris en zijn loon daardoor boven de bovengrens uitkomt. Hij moet hem dan immers niet alleen dat salaris betalen, maar hij krijgt ook nog eens geen jeugd-LIV voor hem.

Lagere tarieven

Is duidelijk dat een werknemer aan alle 3 de voorwaarden voor het jeugd-LIV voldoet, dan rest nog de vraag hoeveel voordeel zijn werkgever krijgt.

Per 1 januari 2020 is de tegemoetkoming per verloond uur gehalveerd. Dat is het gevolg van het pensioenakkoord. Met name de temporisering van de verhoging van de AOW-leeftijd kost veel geld. Dat wordt deels gehaald uit de halvering van het jeugd-LIV per 1 januari 2020. Per 1 januari 2024 wordt het jeugd-LIV bovendien helemaal afgeschaft om kosten te besparen.

Ook het LIV voor volwassenen is de dupe van het pensioenakkoord: daarvoor geldt sinds 1 januari 2020 voor een deel van de werknemers een veel lager tarief dan voorheen. Werkgevers moeten dus goed opletten dat zij hun organisatie niet al te snel rijk rekenen.

Over 2020 krijgen werkgevers de volgende tegemoetkomingen per verloond uur. Daarbij geldt ook een maximumvoordeel per werknemer per jaar:

 Tegemoetkoming per verloond uurMaximum per jaar
Jeugd-LIV 18-jarige € 0,07 € 138,36
Jeugd-LIV 19-jarige € 0,08 € 170,29
Jeugd-LIV 20-jarige € 0,30 € 627,96

Wijzigingen kunnen duur uitpakken

Door wijzigingen in de loop van het jaar kan een werkgever het jeugd-LIV voor een werknemer alsnog mislopen. Als de werknemer bijvoorbeeld precies het minimumloon verdient en gedurende 2020 uit dienst treedt, kan zijn gemiddelde uurloon onder de ondergrens voor het jeugd-LIV uitkomen.

Dat is het geval omdat de uurloongrenzen gebaseerd zijn op het hele jaar en het wettelijk minimumjeugdloon per 1 juli altijd wordt verhoogd. Aan de andere kant kan de werknemer door een bonus of loonsverhoging aan het einde van het jaar juist boven de bovengrens uitkomen. In deze gevallen krijgt de werkgever geen jeugd-LIV.

Daarnaast kunnen inhoudingen op het loon van de werknemer – zoals de pensioenpremie – er ook voor zorgen dat zijn uurloon onder het wettelijk minimumloon uitkomt. Ook in dat geval loopt de werkgever het jeugd-LIV mis.

Jeugd_LIV niet aanvragen

De werkgever hoeft het jeugd-LIV niet aan te vragen. UWV beoordeelt op basis van de gegevens in de polisadministratie of de organisatie er over 2020 recht op heeft. In de berekening die de werkgever in maart van het volgende jaar ontvangt, staat vervolgens precies voor welke werknemers hij jeugd-LIV krijgt en hoe hoog die tegemoetkoming dan is.

De berekening van UWV werkt overigens ook gewoon op dezelfde manier als de werknemer meerdere inkomstenverhoudingen bij de organisatie heeft. Voor het jeugd-LIV geldt dan het gemiddelde uurloon over alle inkomstenverhoudingen. UWV bepaalt namelijk op werkgeversniveau of een werknemer aan de eisen voldoet en niet op subnummerniveau. Werkgevers hoeven daarvoor dus niets extra’s te doen.