VERDIEPINGSARTIKEL

Tegemoetkomingen aanvragen voor loonkosten van werknemers

De Wet tegemoetkomingen loondomein (WTL) regelt dat uw organisatie voor bepaalde werknemers voordeel kan ontvangen: de loonkostenvoordelen (LKV’s) voor werknemers in bijzondere doelgroepen en het lage-inkomensvoordeel (LIV) voor werknemers met een relatief laag inkomen.


29 november 2021 6 minuten Door redactie

Dit artikel wordt u aangeboden door Rendement Online en is geschreven door Zoë Wijnakker-Latten, eigenaar tekstbureau DOEN, info@tekstbureaudoen.nl


Die voordelen krijgt uw organisatie niet zomaar: de werknemers moeten precies aan de voorwaarden voldoen én u moet uw administratie op orde hebben.
Voor werknemers die over het hele kalenderjaar gemiddeld minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon verdienen bij een werkweek van 40 uur, kunt u het LIV ontvangen. Daarvoor moet de werknemer wel minimaal 1.248 verloonde uren in dat jaar hebben.

Let op: die ureneis geldt niet naar rato. Komt een werknemer in de loop van het jaar in dienst, dan geldt dus nog steeds dat hij 1.248 verloonde uren moet hebben. Bovendien moet de werknemer verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen.

Per verloond uur van de werknemer krijgt uw organisatie € 0,49. Het absolute maximum aan LIV per werknemer per kalenderjaar is € 960. Uw onderneming krijgt het LIV na afloop van het kalenderjaar automatisch toegekend voor alle werknemers die aan de eisen voldoen.

De doelgroepen voor het loonkostenvoordeel

Het loonkostenvoordeel (LKV) is een tegemoetkoming per uur voor werknemers uit één van deze doelgroepen:

  • arbeidsgehandicapte werknemers;
  • de doelgroep van de banenafspraak en scholingsbeperkten;
  • oudere uitkeringsgerechtigden.

Het LKV bedraagt voor het aannemen van arbeidsgehandicapte werknemers en oudere werknemers € 3,05 per werknemer per uur met een maximum van € 6.000 per werknemer per jaar. Uw organisatie krijgt dit voordeel gedurende maximaal drie jaar. Als u een arbeidsgehandicapte werknemer herplaatst, heeft u één jaar recht op genoemd LKV.

Het LKV voor werknemers die onder de doelgroep van de banenafspraak vallen of scholingsbeperkt zijn, bedraagt € 1,01 per werknemer per uur met een maximum van € 2.000 per werknemer per jaar. Dit voordeel duurt nu nog maximaal drie jaar. Er zijn plannen om dit LKV net zo lang te laten duren als de dienstbetrekking.

Snuffelstage zet flinke streep door LKV

Een werkgever diende op 6 maart 2019 een aanvraag in voor een doelgroepverklaring voor een werknemer. UWV kende de doelgroepverklaring niet toe, omdat de werknemer volgens de uitkeringsinstantie al sinds 1 november 2018 in dienst was. De aanvraag voor de doelgroepverklaring was volgens UWV dus niet binnen de vereiste drie maanden na aanvang van de dienstbetrekking binnen.

Stagevergoeding

Volgens de werkgever was de werknemer pas per 1 april 2019 in dienst. Zo stond het ook in de arbeidsovereenkomst. Op 1 november 2018 was er wel gestart met een snuffelstage waarvoor de werknemer een stagevergoeding kreeg en dus geen loon. De werkgever ging ervan uit dat er geen dienstbetrekking zou volgen.

Pas in de loop van 2019 ontstond het vertrouwen dat leidde tot een contract per 1 april. UWV stelde dat de polisadministratie leidend was en daarin stond dat de werknemer al vanaf 1 november 2018 een arbeidsovereenkomst had. Bovendien gold de fictieve dienstbetrekking tijdens de stage óók als dienstbetrekking.

De rechter volgde deze gedachtegang van UWV en stelde dat de werkgever inderdaad veel eerder een doelgroepverklaring aan had moeten vragen. Dat er sprake was van een stageovereenkomst, wil niet zeggen dat er geen sprake was van een dienstbetrekking. De werkgever kreeg dus geen LKV. 

Rechtbank Noord-Holland, 9 juli 2020, ECLI (verkort): 5418

Doelgroepverklaring nodig voor een LKV

Om LKV’s te mogen aanvragen, moet u voor de werknemer een doelgroepverklaring in uw administratie hebben. Die moet bovendien binnen drie maanden na indiensttreding zijn aangevraagd. De werknemer komt in aanmerking voor een doelgroepverklaring als hij in de maand vóór indiensttreding bij uw organisatie in de doelgroep viel. 

Recht op LKV geldt vanaf moment van indiensttreding 

Om LKV voor een werknemer te ontvangen, moet u in uw aangifte loonheffingen het juiste vinkje zetten. Heeft u recht op een LKV maar nog geen doelgroepverklaring, dan zet u dit vinkje later met terugwerkende kracht. Het recht op het loonkostenvoordeel geldt namelijk vanaf het moment van indiensttreding van de werknemer, ongeacht wanneer de doelgroepverklaring is ontvangen.

Let wel op: u heeft hiervoor de tijd tot 1 mei van het volgende kalenderjaar. Daarna wordt de berekening definitief en kunt u dus niets meer zeggen. Voor 1 augustus van hetzelfde jaar volgt de definitieve beschikking en uiterlijk medio september de uitbetaling.

Combineren van tegemoetkomingen 

Verschillende tegemoetkomingen met elkaar combineren, mag niet zomaar. U mag namelijk geen LIV en LKV voor dezelfde werknemer ontvangen. U ontvangt dan alleen het hoogste voordeel: het LKV. Let ook op als u werknemers in dienst heeft met loondispensatie of loonkostensubsidie. Loondispensatie en LIV gaan niet samen. Hetzelfde geldt voor loonkostensubsidie en een LKV. Vraagt u onterecht een LKV aan, dan kan de Belastingdienst een boete opleggen van maximaal € 1.319 per verzoek per jaar. Bovendien moet u het LKV dan natuurlijk terugbetalen.

Ureneis geldt niet naar rato 

Jeugd-LIV voor jongeren met minimumloon

In 2017 en 2019 is het percentage van het minimumloon waar werknemers van 18, 19, 20 en 21 jaar recht op hebben flink verhoogd. Ter compensatie van die verhoging bestaat sinds 1 januari 2018 het jeugd-LIV. Deze tegemoetkoming per uur – die op dezelfde manier werkt als het LIV – krijgt uw onderneming voor jongeren van 18 tot en met 20 jaar. Er gelden drie voorwaarden:

  • De werknemer is verzekerd voor één of meerdere werknemersverzekeringen.
  • De werknemer heeft een gemiddeld uurloon dat minstens het wettelijk minimumloon voor zijn leeftijdscategorie is, maar niet hoger dan het minimumloon voor één leeftijdscategorie hoger.
  • De werknemer was op 31 december van het voorgaande jaar 18, 19, of 20 jaar oud.

De tegemoetkoming van het jeugd-LIV is per 2020 gehalveerd. De precieze bedragen voor 2021 zijn inmiddels bekend.

LKV voor jongeren gaat (jeugd-)LIV vervangen

Een LKV voor jongeren zal op den duur het (jeugd-)LIV vervangen. Dat zegt demissionair minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hij heeft met werkgevers afspraken gemaakt over de toekomst van het LKV en (jeugd-)LIV. Het (jeugd-)LIV wordt omgevormd tot een LKV voor kwetsbare jongeren. Dit moet werkgevers blijven stimuleren om mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst te nemen en te houden.

Uw organisatie kan aanspraak maken op het nieuwe loonkostenvoordeel voor jongeren (LKV jongeren) als een jongere van 18 tot 27 jaar een loon ontvangt van minimaal 100% en maximaal 125% van het minimum(jeugd)loon en hij minimaal 1.248 verloonde uren per kalenderjaar heeft. Het LKV jongeren zal maximaal € 2.000 per jaar bedragen voor jongeren die tussen de 100 en 110% van het minimumloon verdienen en € 1.500 voor jongeren die tussen de 110 en 125% van het minimumloon verdienen.

Werkgevers hoeven voor het LKV jongeren geen doelgroepverklaring aan te vragen. Het wetsvoorstel volgt nog. Daarin worden de definitieve bedragen, uurloongrenzen en andere voorwaarden bekendgemaakt, die dan misschien zullen zijn bijgesteld.

Zonder vinkje écht geen loonkostenvoordeel

Een werkgever had werknemers in dienst die voldeden aan alle voorwaarden voor het LKV voor arbeidsgehandicapten en één die voldeed aan de voorwaarden voor het LKV voor ouderen. Voor de oudere werknemer kreeg hij echter geen LKV. Volgens de werkgever was dit onterecht, omdat de werknemer aan de voorwaarden voldeed.  

Hij had in de laatste aangifte over 2017 bij de werknemer aangevinkt dat recht bestond op premiekorting oudere werknemer (voorloper van LKV oudere werknemer). Dat was vereist om in 2018 in aanmerking te kunnen komen voor LKV. Maar de inspecteur gaf aan dat uit de gegevens van de Belastingdienst bleek dat in de aangifte loonheffingen alleen een vinkje stond bij premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer. Niet bij de overige premiekortingen.

 

Softwarefout

De werkgever weet dit aan een softwarefout, maar dat vond de rechter onwaarschijnlijk. Bovendien komen dergelijke fouten voor rekening en risico van de werkgever. Er was wel voldaan aan de materiële voorwaarden, maar niet aan de formele en dus had de werkgever geen recht op LKV voor deze werknemer. Overigens had de werkgever nog tot 1 mei 2018 een correctiebericht kunnen indienen om de boel recht te zetten, maar dat had hij niet gedaan.
Rechtbank Noord-Holland, 23 december 2020, ECLI (verkort): 11601